Als ik Wouter ontmoet, voel ik een vreemde rilling over mijn rug gaan. Het komt zeker niet door zijn gympies, die zijn te modern voor zijn leeftijd. Zijn blouse van bloemenstof is misschien niet alledaags, maar wel schoon en gekleed.
In zijn jeans met perfecte snit lijkt Wouter ondanks zijn kekke rode bril en spierwitte haar eerder dertig jaar dan de 67 die het bureau doorgaf. Op de envelop die hij me geeft is een pentekening gedroedeld van een doos condooms in een bloempot.
















































