Mijn dochter (5) staat in de kamer met haar nieuwe jurk met wapperrok en een plaatje van een konijn erop. Ze draagt een diadeem, een vlecht in haar haren en om haar benen een roze maillot. Ze ziet er uiterst snoezig uit terwijl ze ondertussen gromt, huilt en stampt van woede.
Haar wangen hebben de paarsroze kleur waaraan je kunt zien dat het kookpunt bijna bereikt is. Haar aanraken of toespreken om te troosten is verleidelijk, maar zou nu een kapitale fout zijn. Een woord en ze ontploft, een vinger en je gaat zelf in vlammen op. Het fiasco begon zoals altijd met goede bedoelingen.
Ik had een nieuwe jurk voor haar gekocht. Precies het soort dat ze mooi vindt. Met lange mouwen, een snoezige print en een wijdvallend rokje eraan dat opbolt als ze ermee ronddraait. Ze was er dolblij mee en hij paste ook, maar nèt iets te precies. Misschien dat ik nog even naar de winkel terug moest om een grotere maat te kopen. Maar dat betekende ook dat ze het jurkje dat ze nu aan had, weer even uit moest doen. We aten ‘pasta rood’ en als er vlekken op kwamen, kon ik hem niet meer ruilen. Maar dat ging er bij haar koppige kleuterbrein dus niet in. De drift trok door haar heen zoals een tornado door een dorp raast.
Vanaf de eettafel sloeg ik haar uitbarsting met groeiende radeloosheid gade en stelde mezelf ondertussen koortsachtig de vraag hoe ik deze escalatie had kunnen voorkomen en: hoe ik het weer goed kreeg. Ondertussen zat haar vader tegenover me onbewogen zijn pasta weg te lepelen, met een blik van een dorpsoudste die zich de pis niet zo snel lauw laat maken.
Hij en ik, we zijn bijna twintig jaar bij elkaar. Ruim acht jaar zijn we ook ouders. Veelal eensgezind, maar er zijn een paar punten waarop we elkaars uitersten zijn en waarschijnlijk ook altijd zullen blijven. Als ik van mensen houd, dan vind ik niets fijner dan dagelijks the extra mile gaan om ze blij te maken. Voor hem hoeft dat gestrooi met fairy dust niet zo nodig. Ik wil alles zacht en knus en gezellig. Hij is in de basis een stroeve Zeeuw die vindt dat het leven ook een beetje lijden moet zijn. Dit resulteert in een iets andere basishouding richting de kinderen, waarbij ik meer van de discodip ben en hij meer van het donkerbruine brood.
Het is niet dat ik ze graag in materiële zin verwen, het is vooral de moeite die ik continu wil doen om ze een goed gevoel te geven. De kleine gebaren, groot plezier. Net even dat broodje meenemen van de bakker dat die ander lekker vindt. Net even die lievelingstrui gewassen hebben op de dag van het verjaardagsfeest. Net even onthouden dat iemand iets leuk vond, zodat je dat later als cadeautje kunt geven. Net even weten welke kleding ze graag dragen en die dan kopen. En dan net even voor de zekerheid die extra maten bestellen, om de teleurstelling als er felbegeerd item geruild moet worden te voorkomen.
Totdat je dat dus een keertje vergeet, het huis meteen te klein is en je je realiseert dat je met je fairy godmother-gedrag totaal onrealistische verwachtingen hebt geschapen. Waarbij al die kleine fairy dust-gebaren niet per se meer opgemerkt of gewaardeerd worden, maar wel verwacht, en de glitter die je dagelijks rondstrooit vooral nog opvalt als-ie een keertje ontbreekt.
Misschien was het wel daarom dat ik daar, zittend aan die eettafel als een moegestreden petemoei, kijkend naar de boze dochter die ik weer eens blij had willen maken, plotseling mee begon te huilen. Waarna mijn zoon van de weeromstuit ook maar begon. En zo bevonden we ons ineens in een nogal absurdistisch tableau vivant met een grienende moeder, een snikkende zoon, een jankende dochter in een konijnenjurk en een vader die ons aankeek alsof hij op schoolreis was en tegen zijn zin bij ons in het groepje was ingedeeld.
Het zag er niet uit. Maar het luchtte wel op. Mijn dochter kalmeerde. De jurk ging uit. Ze gaf me een knuffel. De rust keerde weer.
Maar toen mijn vriend de kinderen naar bed bracht, kreeg de goeie fee in mij de onbedwingbare neiging om tóch nog even op de fiets te springen om de grotere maat van het jurkje te scoren, geheel zoals het iemand met een fairy godmother-complex betaamt. Het was immers koopavond en joh, dan was het maar vast geregeld en kon ze in elk geval morgen naar school haar nieuwe jurk aan. Wel zo leuk.
Het regende. Mijn fiets liep aan. De winkel bleek dicht. Zeiknat kwam ik thuis. Zonder jurk.
“Was een kleine moeite”, mompelde ik.
“Je bent gek”, zei mijn vriend.
Niet tegen hem zeggen, maar waarschijnlijk heeft hij gelijk.
Het beste van LINDA. direct in je mail? Meld je aan voor onze nieuwsbrief.
