Ik zat aan de tafel die grenst aan de keuken, met een kop koffie voor mijn neus en mijn telefoon in mijn hand, de dag te beginnen zoals ik dat altijd deed, toen mijn vriend binnenkwam. Terug van de kinderen naar school brengen. Met een uitdrukking op zijn gezicht die zich lastig liet benoemen.
Hij ging tegenover me zitten. Schonk koffie voor zichzelf in. Bleef even in gedachten verzonken voor zich uitkijken. Tot hij me plotseling aankeek en zei: “Ik denk dat het eindelijk is gebeurd.” Noem het telepathie, noem het de onuitgesproken taal die je ontwikkelt als je twintig jaar samen bent, maar ik wist meteen wat hij bedoelde.
Acht jaar geleden was het inmiddels dat we onze zoon hadden gekregen. Vijf jaar geleden kregen we onze dochter. Het vaderschap had hij vanaf het begin met beide armen omarmd. Maar een deel van hem was ook altijd een beetje in verzet gebleven. Niet tegen onze kinderen, waar hij meer van hield dan van zichzelf. Niet tegen het ouderschap zelf, waar hij vol overgave voor had gekozen. Maar tegen al die dingen die er blijkbaar bij horen, al is het niet altijd duidelijk wie dat eigenlijk ooit heeft bepaald.
De sleur. De logistiek. De herhaling. De vele, vele dingen die je plotseling moet doen, die je liever zou laten. De vele, vele plekken waar je plotseling moet komen, al zou je er liever niet zijn. De manier waarop ouderschap je dwingt om voor een deel in een parallel universum te gaan wonen. Een universum dat uit primaire kleuren en ontelbare ouder-appgroepen bestaat en dat altijd een beetje naar poep gemengd met luierdoekjes ruikt.
Om acht uur ’s ochtends met een ochtendhumeur door de gangen van een crèche lopen met van die verplichte steriele slofjes om je voeten, waarmee je eruitziet als een door slaapgebrek geteisterde kabouter. Om half negen ’s ochtends tussen de gillende kinderen op een schoolplein staan, keuvelen met ouders die je iedere dag ziet, maar niet werkelijk kent. Klaarover-diensten. Feestcommissies. Luizenpluis. Partijtjes in indoorspeelparadijzen. Kindercafés waar de akoestiek ontwikkeld lijkt om de ziel van ouders te knakken.
Het voelde voor hem vaak alsof hij op een dag de rol van verantwoordelijke volwassene had aangenomen. Dat hij vanaf dat moment in een toneelstuk speelde waar een jongere versie van hem continu met opgetrokken wenkbrauwen naar keek. Alsof zijn leven sneller was veranderd dan hij zelf kon bijbenen.
Het was niet zo dat ik het niet begreep. Het was meer dat ik mijn verzet al veel eerder had moeten laten varen. Al vanaf het eerste moment dat ik met een zwangere buik in een tochtig zaaltje tussen twintig vrouwen hupsend op een skippybal ‘deze wee komt nooit meer terug’ had zitten zuchten, leerde ik dat ouderschap vooral een kwestie van overgave is. Van meebewegen, uitrekken, aanpassen, transformeren. Van omarmen wat er komt, koesteren wat er is en loslaten wat ooit was.
Ik ergerde me soms aan de manier waarop mijn vriend de rol van toerist bleef cultiveren in een land waar we allang permanent naartoe waren verhuisd. Soms probeerde ik vergeefs om het laatste restje verzet waar hij zich aan vastklampte uit zijn vingers te peuteren, al wist ik dat het zinloos was. Het ouderschap omarmen is een beetje als zwemmen in een koud meer. De een springt er het liefst in een keer in. De ander went liever geleidelijk. Als je er eenmaal inzit, is het vaak geweldig, maar je moet je er vroeg of laat zelf aan overgeven.
De ochtend dat mijn vriend terugkwam van de kinderen naar school brengen, had hij de blos op zijn wangen van iemand die een verkwikkend rondje in duinmeertje had gezwommen. Hij had die ochtend in alle rust het ochtendritueel gedaan, havermout voor de kinderen gemaakt, lunchtrommels ingepakt, was in de ochtendzon met het grut naar school gefietst, terwijl ze hem de oren van het hoofd kwebbelden. En terwijl hij terugfietste, had het besef hem overvallen dat hij geen verzet meer voelde, maar een rustig soort tevredenheid. Alsof hij niet langer hoefde te proberen iets te zijn, omdat hij het werkelijk was geworden.
“Ik denk dat het eindelijk is gebeurd”, zei hij terwijl hij in zijn koffie blies met een licht verwonderde blik.
“About time, sukkel”, zei ik.
Want zo ben ik dan ook wel weer.
Het beste van LINDA. direct in je mail? Meld je aan voor onze nieuwsbrief.
'Mijn vriend laat alles op het allerlaatste moment aankomen, ik maak het liefst weken van tevoren checklists'















































