Marilène (21) is tien jaar wanneer ze uit huis wordt geplaatst. Ze verblijft in verschillende gezinshuizen tot ze vijf jaar daarna toch weer thuis mag wonen. Het is haar enige vertrouwde plek, maar na al die jaren voelt alles anders.
Ze moet opnieuw een band opbouwen met haar moeder, loopt studievertraging op en vindt het moeilijk om mensen te vertrouwen. Haar uithuisplaatsing voelt nog altijd onnodig. “Ik had liever gehad dat het geld dat mijn gezinshuisouders voor mij kregen, gebruikt zou worden voor passende hulp thuis.”



















