Leon Verdonschot legt voor LINDA.nl wekelijks iemand het vuur na aan de schenen. Deze week is presentator Edson da Graça (41) aan de beurt. Over bakken, bloot en schulden.
Voor je comedian werd, was je docent op het MBO. Is dat een goede voorbereiding op het podium?
“Ik heb het zo lang volgehouden als docent, juist omdat het een vorm van optreden was. En humor werkt goed voor de klas. Lesgeven is heel leuk om te doen, maar als mensen zeggen ‘Dan heb je heel veel vakantie’, kon ik alleen maar denken: ‘Dat verdién ik dan ook’. Een verschil met je werk als comedian is natuurlijk ook dat voor de klas niet je hele publiek per se op je zit te wachten.”
Als comedian wel? Of heb je in je beginjaren ook voor onwillig publiek gestaan?
“Sterker nog: ik ben op de plek begonnen waar je bij voorkeur helemaal niet optreedt als comedian. Een maat van me organiseerde dansfeestjes, en midden op zo’n avond stopte dan de dj, hoorde je ‘En dan gaan we nu naar comedy!’, en trad ik op, terwijl ik het nog niet eens kón. Ik was zo gretig, dat ik een keer met Oud en Nieuw in een club in Lelystad heb opgetreden, om half twee ’s nachts, terwijl iedereen stond te dansen. Toen werd de muziek stil gelegd, en moest ik comedy doen. Op de bar. Die mensen waren zó boos. Ik kan je vertellen: er werd door niemand gelachen die avond.”
Toen bekend werd dat je de nieuwe presentator werd van Heel Holland Bakt Kids, was de formulering dat je op ‘baksollicitatie’ was geweest bij André van Duin. Dat woord had ik nog nooit gehoord.
“Ik ook niet, maar ik mocht toch echt een soort sketch opnemen met the legend himself. Dat was voor mij een mijlpaal. Hij neemt echt de tijd voor iedereen, gaat met iedereen die dat wil op de foto, terwijl die man zó’n icoon is. Wat hij allemaal op zijn palmares heeft staan, is ongekend. Dat je dan nog steeds zó down to earth en grounded bent, daar kunnen we allemaal veel van leren.”
Hoe ben je zelf met bakken?
“Ik zit meer aan de andere kant van het spectrum: ik éét wat gebakken is. Het moet ook óp, hè?”
Een van eerste programma’s die je ooit presenteerde, was tien jaar geleden een kinderprogramma waarin gezinnen een wedstrijd moesten houden om zo weinig mogelijk energie te verbruiken. Je was je tijd ver vooruit. Hoe deden die gezinnen dat toen?
“Ik herinner me: de plee doorspoelen met slootwater, de tv eruit, niet meer auto rijden. En oh ja: de vaat niet meer wassen – verschrikkelijk!”
In deze tijden van dagelijkse ophef heb jij daar inmiddels ervaring ook mee: het programma Gewoon Bloot dat jij vorig jaar presenteerde, werd een nationale rel, nog voor iemand er iets van had gezien. Hoe was het om zo’n ophef mee te maken, tot en met een pleidooi van Kamerleden om het programma terug te trekken?
“Het bracht veel nieuwe perspectieven om daar zelf eens middenin te zitten. Er blijken heel veel mensen te bestaan die op basis van niks, zonder enige context, dingen bij jou over je schutting gooien en dan gewoon doorgaan met hun dag, en jij blijft zitten met die verwensing of bedreiging. Het ging hier dus om kids die met toestemming van hun ouders, daar volledig op voorbereid, met meerdere malen hun expliciete toestemming, onder begeleiding, in een studio blote lichamen kregen te zien. Menselijke anatomie. Als je eens wist hoeveel mensen me letterlijk hetzelfde bericht stuurden: ‘Hoe zou jij het vinden als jouw kinderen op straat lopen en iemand laat zijn leuter zien?’ Gewoon voorbij gaan aan álle context. Of mensen die me uitscholden voor ‘pedo’. Als er één programma is waar pedo’s niet blij van worden, lijkt me dat wel een programma met blote volwassenen. Ik ben echt trots op het programma, op hoe educatief het was, hoe tactvol en mooi het in beeld was gebracht.”
En toen het eenmaal was uitgezonden?
“Toen kregen we enorm veel positieve reacties van mensen die eindelijk met hun dochter of zoon over hun lichaam konden praten. Maar daar ging dus een storm aan negativiteit aan vooraf, inclusief zo’n Van der Staaij van de SGP die het wilde verbieden, Baudet die zei dat het ‘aan schuurde tegen pedofilie’, en Kuzu van DENK die er in een filmpje letterlijk op spuugde. En dat zijn dan volksvertegenwoordigers, mensen van wie je zou mogen verwachten dat ze nadenken, of op zijn minst eerst kíjken naar iets voor ze er een mening over hebben.”
In je programma Uit Het Rood gaat het over schulden. Je hebt er nooit een geheim van gemaakt dat je daar zelf ook jaren ervaring mee hebt. Wat is de oplossing volgens jou?
“Het systeem dat wij hebben is dat bedrijven een verdienmodel hebben, gebaseerd op mensen met financiële problemen. ‘Oké, dus jij kunt iets niet betalen, laten we dat oplossen door het bedrag dat je niet kunt betalen hóger te maken’: wie verzint zoiets?”
Toen je eenmaal uit de schulden was, ging je toen geld uitgeven omdat je het eindelijk weer had, of bleef er altijd een stemmetje in je achterhoofd?
“Ik ben in de schulden geraakt door een verkeerde manager, maar ook doordat mijn relatie met geld nooit goed was. Ik ben blij dat mijn carrière nú in de lift zit, nu ik wat ouder ben en een gezinnetje heb, en geen eigenwaarde meer ontleen aan spullen die ik heb. Ik bleef ook in de schulden omdat ik het gevoel had dat ik er voor de buitenwereld succesvol uit moest blijven zien. Maar dat stemmetje waar je het over had, dat ken ik. De gedachte: het gaat té goed nu, waar blijft die brief? Ik denk dat ik de rest van mijn leven blijf wachten op die brief met de aankondiging van de beslaglegging. Het houdt me scherp, maar een leuk gevoel is het niet.”
Foto: Bob Bronshoff