Sommige meiden zijn vanaf hun puberteit compleet weg van baby’s. Ik stond daar – zacht uitgedrukt – nét even anders in. In groep 8 waren mijn vriendinnen al smoor op de kleintjes uit de kleuterklas. In de pauze speelden ze het liefst ‘moedertje’ met ze. Ik deed voor de vorm gezellig mee, maar voelde vooral: dit is niet mijn ding.
Een sterke moederdrang heb ik nooit gehad. Geen rammelende eierstokken, geen plots opwellende vertedering bij het zien van een buggy. Eerlijk gezegd vond ik dat prima. Ik dacht altijd: die rammelende eierstokken komen vást als je de dertig passeert.
Mijn leven voelde ook veel te leuk en te vrij om het vrijwillig in te ruilen voor slaapgebrek en spuugdoekjes. Een bevalling vond ik bovendien iets wat vooral andere vrouwen dapper deden. Maar toch, het romantische beeld van mijn man en twee kinderen in een caravan in Frankrijk, spelletjes spelend op een wiebelig campingtafeltje, keerde wel steeds vaker terug.
Danique Bossers: ‘Dat ik meldde dat een jongen net zo welkom was, leverde vooral verbaasde blikken op’
Ik zag dat hele babygebeuren gewoon niet voor me. Alsof je dat hoofdstuk lekker kan skippen en direct aan seizoen 3 van je favoriete serie kan beginnen, terwijl je het ongemakkelijke begin overslaat. Maar om ooit op die camping in Frankrijk te belanden, moet je tóch een keer actie ondernemen. Dus vorig jaar besloten mijn vriend en ik om ervoor te gaan. Ook met de geruststellende gedachte: het kan zo nog een jaar, misschien wel twee jaar duren. We hebben de tijd.
Iets waar ik absoluut niet op had gerekend: het was in één keer raak. Een droom voor veel vrouwen, waarschijnlijk. Maar ik had stiekem gedacht – en ergens ook gehoopt – dat het langer zou duren. Dat ik nog wat maanden zou krijgen om te wennen aan het idee. Ik zag ooit in een documentaire dat een tsunami nooit maar uit één verwoestende golf bestaat. En zo ook de tsunami van mijn leven.
Nadat de eerste paniek van de positieve test was gaan liggen, rolde de volgende golf al aan. Bij de eerste echo zagen we een mooi kloppend hartje. Het tweede wat de echoscopiste vertelde: “Het is géén tweeling.” Mijn vriend en ik keken elkaar enigszins opgelucht aan. Pfoe. Ik had er niet eens over nagedacht dat het er meer dan een kon zijn. Een was al groots genoeg.
De baby werd nauwkeurig gemeten. En daar, in een donker hoekje van mijn baarmoeder, verscheen nog een vage vlek. De echoscopiste mompelde: “Oh… ik zie hier nog iets.” Maar ze had toch net gezegd dat het geen tweeling was? Mijn brein ging alle alternatieven af. Een stukje baarmoeder. Een echofoutje. Mijn medische kennis op dit gebied was ongeveer nul. Vanachter het apparaat klonk nog een paar keer: “Ja… ja, er is echt nog iets.” Tot ze zich naar ons toe draaide en zei: “Houd je vast. Het is tóch een tweeling.”
Barbara en Joost: ‘Blauw en slap wordt onze Shaffy direct door de medici weggehaald van mijn buik’
Ik kon alleen maar ongemakkelijk lachen. Zo’n lach die een beetje blijft hangen in de lucht. Mijn vriend, normaal gesproken niet makkelijk van zijn stuk te brengen, was plots helemaal stil. Complete radiostilte aan de linkerkant van mijn stoel. We liepen in een soort waas naar buiten. Een tweeling. Een eeneiige nog wel.
Pas thuis drong het echt tot me door. Ik vond dit iets moois. Iets groots! Wat een cadeau dat je je kind niet alleen een leven geeft, maar meteen een beste vriend voor het leven. Dat ze samen de wereld mogen ontdekken. Vanaf het allereerste begin nooit alleen hoeven zijn.
Het zou nog een lange en fysiek intense weg worden. Daar was ik me – toen pas half – van bewust. Maar voor het eerst in mijn zwangerschap voelde ik me een keer blij. Op een overweldigende manier. Maar toch, echt blij. Met niet één, maar twee baby’s in mijn buik had ik voor het eerst het trotse moedergevoel waar ik altijd een beetje sceptisch over was geweest.
Niets missen van LINDA.mini? Schrijf je in voor de wekelijkse nieuwsbrief en download de LINDA.mini-app.
Sander Lantinga: ‘Na die roze wolk volgt een venijnig lagedrukgebied boven het huishouden'

















