In 2023 krijgt Anna de diagnose baarmoederhalskanker. Een diagnose die haar grote wens om moeder te worden in één klap onzeker maakte Ze is vastbesloten voor die droom toch alles op alles te zetten, dus gaat ze op zoek naar een draagmoeder en neemt ze ons mee in haar proces.
Zes weken lang onderga ik bijna non-stop behandelingen: vijfentwintig bestralingen, zes rondes chemo en drie inwendige bestralingen. Mijn vader brengt me elke dag, vriendinnen komen langs en mijn zussen blijven vaak urenlang bij me. Dat doet me enorm goed. Maar zodra ze vertrekken en ik alleen achterblijf in mijn ziekenhuisbed, besef ik weer hoe ziek ik in werkelijkheid ben. Dat wordt ook steeds erger. Het voelt zo tegenstrijdig: hoe kan een behandeling die me beter moet maken me zo slecht laten voelen?
De misselijkheid is voortdurend aanwezig, ook al moet ik niet overgeven. Eten smaakt metaalachtig en bijvoorbeeld groente kan ik niet meer verdragen. Mijn gewicht zakt naar 46 kilo. Mijn ouders en ik proberen van alles: chips, steaks, hamburgers, friet en nachos. Niets lijkt te helpen. Ik blijf wandelen met Maxi, zo veel als ik kan, en probeer fysiotherapie te volgen als ik niet te ziek ben. Vaak moet ik op het laatste moment afzeggen, iets waar ik me ontzettend schuldig over voel. Tijdens mijn ziekte leer ik langzaam dat afzeggen soms juist het verstandigste is wat je voor jezelf kunt doen.
Anna: 'Wat als ik het overleef… en geen moeder word?'
Lezen, iets waar ik voor mijn ziekte zo van hield, lukt nauwelijks nog. Mijn dagen bestaan vooral uit slapen en series kijken om mijn gedachten even stil te zetten. Op een nacht word ik wakker van een harde piep. Ik maak mijn vriend wakker en vraag of hij het ook hoort. Dat blijkt niet zo te zijn. Ik was er al zo bang voor en nu is dat werkelijkheid geworden: ik heb tinnitus. Dat kan een bijwerking zijn van cisplatine, de chemo die ik krijg. De oncoloog vindt het, omdat ik al halverwege de behandeling ben, niet verantwoord om nog van chemotherapie te wisselen. Ik baal. Weer iets blijvends om aan de lijst toe te voegen.
Ook de opmerkingen van sommige zorgverleners vallen me zwaar. “Je moet gewoon eten, je kunt een herinnering in je telefoon zetten.” “Anders moet je aan de sondevoeding.” Of: “We kunnen de laatste chemobehandeling weglaten, maar je wilt toch niet dat je het jezelf kwalijk neemt als de kanker terugkomt?” Ik slaag er meestal in vriendelijk te blijven, maar kook vanbinnen van woede. Denken ze nu echt dat ik vergeet te eten? Dat ik gewoon een extra frietje moet nemen en dan weer op gewicht kom?
Ik ben boos en heb het gevoel dat mensen niet begrijpen wat de behandeling met me doet. Tegen het einde heb ik geen fut meer om steeds opnieuw uit te leggen waarom het niet lukt om te eten. Als ze opnieuw over sondevoeding beginnen, ben ik er klaar mee. Ik wil het niet. Ik ben ervan overtuigd dat ik na de behandeling wel weer zal aansterken.
Anna (34) kreeg baarmoederhalskanker en liet eierstok invriezen: 'Kan geen moeder worden op de manier die ik hoopte'
De laatste, misschien wel zwaarste stap, moet dan nog komen: inwendige bestralingen. Voor iedere keer word ik onder narcose gebracht om buisjes rond mijn baarmoeder te plaatsen. Die worden vervolgens vastgemaakt aan het apparaat waarmee ik word bestraald. Daarna moet ik vierentwintig uur stilliggen, zodat de buisjes niet kunnen verschuiven. Om de pijn te beperken, zal ik een ruggenprik krijgen. Dat wil ik absoluut niet. Het idee van zo’n grote naald in mijn rug terwijl ik wakker ben, maakt me aan het huilen.
Hoe erg er ook op me wordt ingepraat, ik houd voet bij stuk: liever gewone pijnstilling via een infuus in mijn arm. Tegen die tijd zijn mijn handen namelijk al kapot geprikt van alle eerdere chemo-infusen.
Tegen mijn radiotherapeut zeg ik dat ik de narcose eigenlijk niet zo erg vind. Ik verwelkom de pijnloze slaap, zonder misselijkheid: even geen dromen, geen gedachten. Niet wakker schrikken en huilen met de vragen: Is dit echt gebeurd? Is dit mijn leven nu? Ga ik alsnog dood?
Zij vindt dat wel komisch, omdat de meeste patiënten narcose juist vervelend vinden. Voor mij laat het vooral zien hoe weinig ruimte ik nog in mijn hoofd en lijf over heb. Dat vind ik moeilijk om op te schrijven. Je kunt veel hebben om dankbaar voor te zijn en tegelijkertijd zo verdrietig, boos en bang zijn dat je soms gewoon wilt dat het allemaal even ophoudt.
Op 10 september 2023 ben ik klaar met alle behandelingen. Veel ruimte om dat te vieren is er niet. Ik ben helemaal op. Maar ook ontzettend opgelucht. Ik kan me gaan richten op herstellen, op weer een beetje mezelf worden. Alleen is er nog geen antwoord op de vraag die ondertussen steeds met me is meegereisd: hoe ga ik ooit moeder worden? Ik weet dat ik mijn eigen kind niet meer kan dragen. Ik hoop dat er via een draagmoeder toch een weg zal zijn. Maar hoe die weg uitziet, wie ons daarbij zou kunnen helpen en of het ons ooit gaat lukken, weet ik nog niet.
Ik heb de behandeling achter de rug. De zoektocht naar een toekomst waarin ook ruimte is voor mijn kinderwens moet nog beginnen.
Niets missen van LINDA.mini? Schrijf je in voor de wekelijkse nieuwsbrief en download de LINDA.mini-app.
Anna: 'Terwijl mijn zus net haar tweede baby heeft gekregen, lig ik te herstellen van de operatie aan mijn eierstokken'

















