Verlaten vrouw

Catharina (36): ‘Ik had gehoopt dat hij bij de finish in Santiago de Compostella op me stond te wachten’

Haar vriend kan opeens toch niet mee, dus besluit Catharina (36) de Camino alleen te lopen. Ze weet dan nog niet dat ze na de finish ook alleen verder moet. “Alles werd zwart en koud. Wat een belachelijk misverstand.”
“Het plan was dat we samen op vakantie zouden gaan. Maar toen mijn vriend op zijn nieuwe werk geen vrij kreeg, besloot ik in mijn eentje de camino te lopen. Ik koos de noordroute: rotsachtig en steil. Best spannend. Ik had dan altijd wel veel gehockeyd, gezeild en geskied, maar dit was echt iets anders. Gelukkig leek mijn vriend op de achtergrond de perfecte coach. Hij heeft een heel fysiek beroep, dus hij wist waarmee je te maken krijgt bij zo’n lange route. Hij beloofde me twee brieven mee te geven, één voor bij de start en één voor als ik het zwaar zou krijgen. Zo was het of hij toch nog bij me was.
Kort voor mijn vertrek hadden we uitgesproken dat we samen oud wilden worden, we begonnen zelfs na te denken over kinderen. De burn-out die ik dat jaar had gehad was ook behoorlijk confronterend geweest. Deze tocht markeerde een keerpunt. Want hoewel mijn vriend soms opeens erg in zichzelf gekeerd kon zijn en dan met rust gelaten wilde worden, was ik er voor de volle honderd procent van overtuigd dat hij de ware was. Muzikaal én sportief. Gevoelig én stoer. Wanneer hij Chopin speelde op de piano, zag ik het kleine gekwetste kind in hem. Kom maar op, dacht ik dan, ik bulk van liefde, genoeg om al je pijn weg te nemen.

Die brieven bleek hij op het laatste moment te zijn vergeten. ‘Geen probleem,’ zei ik, ‘prima als je ze later mailt.’ Wel jammer dat ik erom had moeten vragen, maar oké. Tijdens mijn eerste dag in de bergen was ik helemaal euforisch. Ik loeide met de koeien en blaatte met de ­schapen en ieder bloempje langs de kant leek daar helemaal voor mij alleen te zijn geplant. Maar dag twee verliep heel anders. Ik kreeg last van mijn knie en mijn oude regenponcho bleek niet bestand tegen de bakken regen die uit de hemel kwamen. De afstand was langer dan ­verwacht. Tegen het einde van de middag, ik had er allang moeten zijn, ging ik zitten op een bankje en begon hard te huilen. Dus dit is waar iedereen het over heeft, dacht ik. Ik voelde me ineens ver weg van huis, verder dan die eigenlijke duizend kilometer en heel ver weg van hem, mijn vriend. Wie wilde ik iets bewijzen? Hoezo louterend? Maar eenmaal bij de hut vergat ik de uitputting en viel tussen dertig onbekenden in slaap. Dat was ook zo’n verrassende ontdekking: dat het gezelschap van onbekende lotgenoten zo heilzaam kan zijn, dat schaamte voor naaktheid, vieze sokken en snurken er vanaf dag één al niet meer is.
Dag vier was 32 kilometer lang. Ik had nog steeds last van mijn knie en halverwege belde ik in tranen mijn vriend. Nadat ik er drie keer op had aangedrongen, stuurde hij eindelijk de eerste brief vol goede adviezen. Maar ik hunkerde inmiddels zo naar contact met hem, dat de afstand niet te overbruggen viel met een enkel telefoontje.
Geen punt, nog tien dagen en dan was ik in Santiago de Compostella. En hoewel hij niks had beloofd, hoopte ik stiekem dat hij toch op het plein zou staan.