Persoonlijk verhaal

‘Hij blijft staan en ik laat hem kijken terwijl ik mijn jurk op dijhoogte schuif en over Erwins kruis wrijf’

Eenmaal aangekomen op het vakantieadres valt alles tegen. Tot Sienna de man in het huisje naast hen opmerkt.

“Roseetje?” Erwin houdt de lauwe fles omhoog die hij eerder onder de autozitting vandaan heeft getrokken. “Lekker.” Lauwe wijn smaakt naar ranja, maar ik heb momenteel weinig keuze: twee glazen alcohol, of een migraineaanval terwijl we de auto nog aan het uitpakken zijn.
“Openmaken?”
Ik knik en kijk om me heen. In de folder stond heel chic ‘chalet’. Maar ons vakantiehuisje blijkt meer een veredelde blokhut met een dak vol bruine dennennaalden. De stoffige lucht is er zwaar van de hars en aftersun.
In de verte hoor ik het gegil van Roel en Julian boven de stemmen van hun Italiaanse vriendjes uitkomen. Eigenlijk zou ik onze zoons moeten toespreken, maar ik laat het gaan. Ik heb het warm en ben doodop van de lange autorit. We stonden vanmorgen al op voor het licht werd.
Erwin staat voor het ‘keukenblok’: twee kastjes met een wasbak erin gemonteerd. Hoelang kan iemand doen over het vinden van een kurkentrekker? Na nog meer gerommel schuift hij bij me aan tafel met de wijn, zowaar een halfgare kurkentrekker en twee glazen bungelend tussen zijn vingers. Zijn trouwring glinstert in de zon. De mijne ziet er dof uit, maar misschien verbeeld ik me dat wel.
Wist ik maar wat het was, dat gevoel in mij. De laatste maanden zijn we alleen maar aan het racen. Mijn moeder viel en moest sneller dan verwacht naar een verpleeghuis. Met mijn zus en onze mannen trokken we haar huis leeg, zegden de huur op en deden alles wat er op zo’n moment van je wordt verwacht. De kinderen hadden hun drakendagen en Erwin en ik hielden intussen vooral de boel draaiende. Misschien ben ik gewoon op mijn man uitgekeken en komt daar mijn onrust vandaan. We kunnen elkaar niet meer vinden, lopen al maanden langs elkaar heen. We praten met elkaar. Glim­lachen naar elkaar in restaurants. Poetsen samen onze tanden. Maar dat echte gevoel van you are mine, de trillende benen als je met elkaar zoent … Nee. Het voelt bleekjes. Verbonden in de echt, verloren in routines en gemakzucht.
“Ma-ham?” Julian staat naast ons en trekt ongeduldig aan de leuning van de stoel. “Mogen wij ook zwemmen?” Hij wijst naar twee bruinverbrande blonde jongetjes in zwembroek die buiten rondlopen. Ik knik, acht armpjes gaan de lucht in. Erwin staat op. “Zitten de zwembroeken in de rode koffer?”
“Ja, en de duikbrillen ook.”
“Zonnebrand?”
Ik schud mijn hoofd. “Morgen kopen.”
Erwin lacht naar me. Zou hij ook iets merken, of is het elkaar missen voor hem onbekend terrein? Is de cocon van oppervlakkigheid waarin we nu leven voor hem voldoende? Waarom praten we niet meer?
Zwijgend drinken we naast elkaar onze wijn op. Erwin checkt zijn telefoon, ik loer naar de Spaanse SUV die stapvoets komt aanrijden en stopt bij het derde huisje op ons veld. Een stel stapt uit. Iets jonger dan wij. Zij slank, met een zwierige zomerjurk en goudbruine schouders. Hij lang, donker, in een licht overhemd met opgerolde mouwen en een Ray-Ban die hij pas afzet als hij de kofferbak opent. Over hun houten veranda hangen twee badlakens, een koraalkleurige bikini en een rieten strandtas. Geen kinderen. Ze zien ons niet – of ze doen alsof ze ons niet zien.

HALLO, BUURMAN
Die nacht kan ik niet slapen en kijk naar de balken boven me. Een uil oehoet. In de verte iemand die lacht. Verder is het doodstil. Nog een paar uur, dan komt de zon weer op. Een slaapmutsje dan maar. Ik leg mijn rechterhand onder mijn billen en warm hem op terwijl ik naar Erwins rustige ademhaling luister. Ik schuif mijn slipje opzij. Streel de stoppels. Duw op mijn schaamlippen, verwarm ze met mijn handpalm en spreid ze dan. Ik streel mezelf. Erwin rolt om, nu ligt hij met zijn rug naar me toe. Mooi.
Ik bevochtig met mijn tong mijn lippen en daarna mijnmiddelvinger. Snel naar beneden. Mijn clitoris gloeit. Ik duw mijn vinger wat dieper en trek vocht mee terug. Met mijn vrije hand knijp ik in mijn tepel. Verlangend, terwijl tussen mijn dijen mijn hand het ritme zoekt. Ik zie de buurman. Zijn opgerolde mouwen. Zijn bruine ogen. De kleine donkere plekjes in de oksels van zijn hemd. Ik ruik zijn zweet. Ik versnel het tempo van mijn hand. Hij kijkt me aan. Slank, met een donkere haardos. Kraaienpootjes als hij naar me lacht: “Ola.” Onder de dunne deken vinger ik mezelf terwijl ik me in gedachten voor hem uitkleed. Hij steekt over. Gympies zonder sokken. Zijn riem open. Ik buk en leun over de veranda. Ruik het eikenhout, verdroogd door de augustuszon. Mijn borsten wiegen als hij me neemt. Opnieuw mijn vinger in mijn mond. Meer vocht. Meer tempo. En terwijl ik hem in mijn fantasie voel stoten, komt daar de verlossende gewichtloosheid.
Terwijl ik een kop koffie inschenk voor ons en de jongens ontbijten met yoghurtdrank, vertrekken de Britten in het ­eerste huisje. De bejaarde dame zwaait naar de jongens als ze hun Vauxhall in stappen. “Enjoy your day”, roept Roel wijs­neuzerig. Julian gooit zijn glas om. Midden in al dat geweld voel ik iets kriebelen op mijn been. Ik wil slaan, hef mijn hand en zie dan dat het geen mier of tor is, maar Erwins hand. Zijn vertrouwde vingers op mijn te bleke huid. Een kort kneepje. Oogcontact. Een fractie van een seconde zie ik mijn man terug. De rust in zijn ogen, die lijken te zeggen: het is goed zo. Een lichte trilling in mijn buik. Heeft hij me gehoord vannacht? Ik zal het nooit weten. Hij draagt gympen zonder sokken. Afgekeken? Zijn hand die iets hoger onder mijn rok schuift. Ik spreid mijn dijen. Hij staat op. Pakt de zak croissantjes die nog op het poppenhuisaanrecht ligt en komt weer zitten alsof er niets is gebeurd. Mijn onderlichaam bonst. Mijn hart huppelt in mijn borstkas. Wat is hier zojuist gebeurd? Wilde hij dat ik hem écht zag? Of wilde ík hem echt zien?

AFWIJZING
Het blijft bij dat ene moment. De rest van de dag zitten we naast elkaar op de veranda. Erwin met een autobiografie, ik lees een thriller. Al mijn spieren staan onder spanning. De jongens komen lunchen en verdwijnen weer naar het speelveldje. Ik ruim de troep op, maak een boodschappenlijst. Rond vieren schenkt Erwin de fles rosé leeg. We proosten met een cliché. Praten kort over het campingrestaurant. De boodschappen. Geen woord over ons.
Weer die buurman. Wat is hij lekker. Vandaag draagt hij een polo. Zonnebril in zijn haar. Hij praat met zijn vrouw, die nog binnen is. “Nos bañamos ahora o volvemos al pueblo a tomar algo?
Wat klinkt het melodieus. Sexy. Een soort Enrique Iglesias, maar dan tien keer knapper. Wat zou ik doen als ik hem tegenkwam bij het afwasblok en hij me een toilethokje introk? Ik schrik van mijn eigen gedachte.