
Op haar 36ste werd Lorraine (50) verliefd op Marco. Ze had niet kunnen vermoeden dat ze nu, veertien jaar later, nog altijd zijn schaduwvrouw zou zijn.
“’s Zomers geniet ik ervan om zondagochtend vroeg over de Veluwe naar mijn werk te fietsen. Ik zie konijnen, herten, soms zelfs een vos. Het is er dan zo mooi dat ik bijna zou vergeten waarom ik er juist op dát moment fiets. Mijn omgeving vraagt vaak: ‘Wil jij niet eens vrij zijn op zondag?’ Maar ik vind het juist prettig om die dag te werken. Op zondag doen andere stellen vaak iets leuks samen. Maar precies dan is mijn lief bij háár en niet bij mij.
Vorige maand werd ik vijftig. Een mijlpaal die een dieptepunt was. Die me inpeperde: je beste jaren liggen achter je. Kinderen heb je, tot je verdriet, niet gekregen. Een stabiele relatie evenmin. Alles wat je hebt opgebouwd, is een leven dat in het teken staat van iemand bij wie jij geen officiële plek hebt. Je huis is verwaarloosd, je stelt elke nieuwe aankoop uit, want hé, als ‘het’ straks eindelijk begint, dan gaan we toch samen nieuwe spullen kopen?
Ondertussen ben ik steeds verder in een isolement geraakt. Veel vrienden zijn verdwenen. Door onbegrip, discussies die ik niet kon winnen. Of doordat ik ze zelf op afstand hield, zodat ik vrij was als híj onverwachts langs wilde komen. Bij het laatste evaluatiegesprek op het werk was ik in tranen toen mijn werkgever vroeg hoe het ging en ik onmogelijk eerlijk kon zijn. Ik zit verstrikt in een slechte film en ik doe het mezelf aan, dat is nog het ergste. Ik hoef dan ook van niemand medelijden. Het enige wat ik wil, is jonge vrouwen beschermen. Laat mijn verhaal een waarschuwing zijn: begin nooit aan een getrouwde man.
Ik was 36 toen ik die van mij leerde kennen. Ik had pittige jarenachter de rug, waarin ik mantelzorgde voor mijn moeder. Nadat zij overleed, voelde ik voorzichtig: ik heb weer zin in leuke dingen.
Natuurlijk was ik nog erg verdrietig en dat maakte me gevoelig voor aandacht. Die kreeg ik van een leuke collega: Marco zat in de kamer naast me en we konden heerlijk keten samen. Fijn praten ook. Hij luisterde aandachtig, hoorde echt wat ik zei. Als bonus was hij ook nog eens ontzettend aantrekkelijk. Head over heels werd ik, zoals ik maar zelden was geweest. Onze eerste kus was stiekem, in het halletje bij de trap. Pas daarna vertelde hij dat hij getrouwd was. En dat het thuis niet goed ging. Dat bevestigde een collega, die – zonder dat ze iets wist van de affaire die Marco en ik kregen – tegen me zei: ‘Hij is niet gelukkig en gaat vast en zeker scheiden.’ Haar woorden gaven me hoop. Net als wanneer Marco zei: ‘In mijn hart wil ik bij jou zijn.’
KLAAR VOOR DE SPRONG
Het was in die eerste roze roes heel simpel om mijn kop in het zand te steken. Marco en ik waren verschrikkelijk verliefd, dat was het enige dat telde. Bovendien zagen we elkaar heel vaak. Niet alleen op het werk waar we stiekem zoenden, hij kwam ook een paar keer per week bij mij thuis. Dan vreeën we de sterren van de hemel. Daarnaast gingen we regelmatig een nacht weg samen. Dat kon hij makkelijk regelen, met de smoes van een zakenreis. We deden de leukste dingen: met zijn cabrio op pad, een picknickmand mee en dan ergens liggen op een stil plekje. Naar het strand, terrasjes pakken. We hebben zelfs een keer een helikoptervlucht gemaakt. Ik leefde van de ene afspraak naar de andere en voelde me nooit eerder zo gelukkig. Gedachten over Marco’s thuissituatie verdrong ik. Ik vroeg ook niet veel, ik vond het zijn verantwoordelijkheid. Het belangrijkste voor mij was dat wij iets moois opbouwden. Dat deden we – en hoe. We werden steeds hechter en hij kreeg zelfs een rol in mijn leven: buren, familie en vrienden leerden hem kennen. Dus het moment dat hij klaar zou zijn voor de sprong, was slechts een kwestie van tijd, dat kon toch niet anders? Dat ik hem die tijd ook gaf, kwam vooral door zijn kinderen. Zijn dochters waren dertien en zijn zoon zeventien, ik gunde hun zo lang mogelijk een rustige jeugd. Ik wist immers als geen ander hoe belangrijk dat is.
Zelf had ik een prachtige jeugd, met een lieve vader, moeder en oudere zus. Tot alles kantelde. Ik was negen toen mijn zus ziek werd en snel daarna overleed. Haar dood sloeg een gat in ons gezin, te groot om over te praten. Ik kon geen kant op met mijn verdriet. Als ik terugkijk, is het in die tijd begonnen: het gemak waarmee ik mezelf wegcijferde. Ook voelde ik een overweldigende angst om een dierbare te verliezen. Precies dat maakte me kwetsbaar voor een situatie zoals met Marco. Ik was simpelweg blij met zijn liefde en stelde verder weinig eisen. Dat hij wel bestond in míjn leven, maar ik onzichtbaar was in het zijne, deed me wel steeds meer pijn. Ik huilde vaak als we afscheid namen. Hij mag dan wel van mij houden, vannacht ligt hij naast een ander, dacht ik dan. Ondertussen gleed de tijd voorbij. Een halfjaar werd een jaar, één jaar werden er twee, drie. Hoewel Marco bleef volhouden dat hij met mij verder wilde, veranderde er niets.
VERDER LEZEN?
- Krijg onbeperkt toegang tot alle artikelen
- Lees LINDA.magazine online
- Geniet van te gekke winacties en lekkere puzzels
- Maandelijks eenvoudig opzegbaar










































