
Feestjes zijn duur. Boeken ook. Dus lenen studenten zich soms het schompes om de boel te kunnen bekostigen. Het gevolg: een schuld van 80.000 euro. en dikke stress.

‘Een huis kopen, sparen: het kan niet’
SOFIE NEPLENBROEK (26) heeft € 69.500 schuld.
“Ik ben iemand die éérst doet, dan denkt. Studeren in Groningen: een impulsief plan. De kamer die ik pas tijdens de introductieweek regelde: zelfde verhaal. Zat ik dan, in een nieuwe stad, zonder meubels of spaargeld. Ik werkte wel in de Utrechtse bakkerij van mijn ouders, maar dat leverde niet genoeg op. De mensen om me heen zeiden: ‘Ga gewoon lenen, dat is voor studenten heel goedkoop.’ Ik wist eerlijk gezegd niet wat dat betekende, maar dacht: gratis geld, doen we. Ik heb vijfenhalf jaar geleend, waarvan drie tot vier jaar echt maximaal. Het is niet zo dat al mijn geld opging aan dure koffies, maar ik heb wel royaal geleefd. Pasta’s met Parmezaanse kaas, een vakantie naar Thailand: het kon allemaal. Ik had makkelijk driehonderd euro minder kunnen lenen, maar zag er destijds geen risico in. Mijn studie Communicatie en Multimedia Design heb ik niet afgemaakt. Leren uit boeken was niks voor mij, ik hou van werken in de praktijk. Toen ik een 5,4 voor mijn scriptie kreeg, ben ik gestopt. Best zonde, maar het maakte me zo ongelukkig. Na een baanaanbod van mijn stageplek ben ik daar gaan werken. Omdat ik geen diploma heb gehaald, moet ik mijn studenten-ov van 5000 euro ook terugbetalen. Het raakt me als mensen zeggen: ‘Wat dom dat je dit hebt gedaan’, of ‘Ik zou daar echt niet mee kunnen leven’. Zulke dooddoeners. Ik schaam me niet voor mijn schuld, maar vind het wel jammer als anderen er geen begrip voor kunnen opbrengen. Iedereen krijgt andere dingen mee vanuit huis: bij mij was dat hard werken, bij een ander misschien slim omgaan met geld. Mijn ouders hebben me heel vrij gelaten in mijn keuzes, en ik denk dat ik de risico’s ook niet wílde horen. Sinds een jaar ben ik aan het aflossen: tachtig euro per maand. Dat valt best mee, maar toch hangt die schuld als een donkere wolk boven mijn hoofd. Een huis kopen, daadwerkelijk spaargeld opbouwen, het zit er allemaal nog niet in. In mijn omgeving ben ik een van de weinigen die hiermee zit, terwijl ik tijdens mijn studie het gevoel had dat iedereen zoals ik was. Als ik het allemaal opnieuw zou mogen doen, zou ik veel minder lenen. Toch probeer ik het ook positief te bekijken: de levenservaringen pakt niemand me meer af. In loondienst zit ik niet meer, ik heb mijn eigen bedrijf. Ik verdien nu al veel meer dan in loondienst mogelijk zou zijn, dus het ondernemen geeft perspectief – met een beetje geluk ben ik veel sneller van mijn schuld af.”

‘Soms denk ik: houdt deze stress ooit op?’
ZOË BETRIAN (28) heeft € 83.239,13 schuld.
“Als tiener had ik één grote droom: studeren in Amsterdam. Niet voor de hand liggend als je in Helmond woont. Mijn collegegeld werd betaald door mijn opa en oma, verder ging ik met nul euro op zak naar de universiteit. Recht op studiefinanciering had ik niet meer, het leenstelsel was net ingevoerd.
Mijn moeder kon geen financiële bijdrage missen, met mijn vader had ik in die periode geen contact. Ik heb elk jaar een aanvullende beurs proberen aan te vragen, maar Duo bleef maar weigeren – in principe verdienden mijn ouders samen genoeg. Dat kun je wel aanvechten, maar dan moet je basically je achternaam veranderen, bijna alsof iemand dood is. Op een gegeven moment heb ik het laten gaan, het eindeloze proberen maakte me te verdrietig en boos.
Van mijn maximale lening hield ik 650 euro per maand over om te leven. De andere 350 euro ging naar mijn studentenkamer. De kleine dingen tikken dan al aan, zoals de 12 euro per week die ik aan de wasserette kwijt was. Ik hou van mode, dus ik draaide veel wasjes. Ik was eigenlijk altijd op zoek naar kortingen, studentenavonden, gastenlijsten, slimme food preps, hamburgers voor een tientje. Dat doe ik nog steeds: de gewoonte is erin gebleven.
Ik heb altijd bijbaantjes gehad tijdens mijn studie, maar dan nog speelde ik quitte. Eens in de zoveel tijd kon ik een lang weekend met vrienden weg, maar een maandje backpacken zat er echt niet in. Dat ik niet in het buitenland heb kunnen studeren, vind ik nog steeds lastig.
Ik heb sinds drie jaar een vaste baan in de pr-sector, volgend jaar begin ik met aflossen. Daar kijk ik een beetje tegenop, omdat mijn huidige salaris nog niet superhoog is – rondkomen in Amsterdam lukt net. Het is ergens frustrerend dat ik een universitaire bachelor en master heb afgerond, maar nu toch achterloop op mijn vrienden. Zij hebben wel ruimte om te surfen, naar Indonesië te gaan.
Soms denk ik: jemig, houdt deze stress ooit op? Ik verwacht dat ik pas meer rust krijg als ik meer ga verdienen. Het liefst zou ik iets maatschappelijks doen, maar ik denk dat het toch een baan wordt die ik minder leuk vind. Bij een groot bedrijf, of zo.
Ondanks deze nasleep ben ik heel blij met mijn studietijd. Het waren mooie jaren, waarin ik veel fijne dingen heb kunnen doen. Ik ben de afgelopen tijd een aantal mensen dicht bij me verloren en dat plaatst deze situatie ook weer in perspectief. Ja, het is klote dat ik op mijn geld moet letten, maar het is niet álles. Ik heb geen spijt omdat ik geen andere keuze had, maar ook omdat ik het niet had willen missen.”

‘Als ik erover praat, krijg ik buikpijn’
LARA SLAATS (25) heeft ‘ergens tussen de 63.000 en 68.000 euro’ schuld.
“Ik ben onderdeel van een drieling, dus we gingen gelijktijdig op kamers. Mijn ouders gaven me wat spaargeld mee en sprongen bij als ik bijvoorbeeld naar de tandarts moest; verder betaalde ik alles zelf. Ze vonden het goed dat ik maximaal leende, ze vertrouwden op de overheid. Het idee was dat ik genoeg tijd zou hebben om alles terug te betalen.
In Enschede vond ik een kamer van 300 euro per maand. Niet duur, maar sparen lukte me toch niet. Mijn geld ging op aan collegegeld, boeken, boodschappen, activiteiten op mijn studentenvereniging, een studiebezoek aan New York. Soms vraag ik me af hoe studenten in Amsterdam dit doen, met kamers van 700 euro per maand. Sommige studiegenoten hadden twee bijbaantjes om niet maximaal te hoeven lenen, ik koos ervoor om dat niet te doen. Ik vond het belangrijk om tijd voor mijn studie en plezier te hebben. Dankzij die keuze heb ik nu wel een goede baan als beleidsadviseur.
Als ik over mijn schuld praat, krijg ik buikpijn. Zo van: fuck, ik ben de sjaak. Ik durf Duo’s website eigenlijk niet te openen, door de gestegen rente wordt het bedrag alleen maar hoger. Het blijft gek: ik heb me echt niet superlosbandig of onverantwoordelijk gedragen, maar zit nu wel in de shit. Achteraf gezien denk ik dat ik te jong was om de gevolgen echt te overzien, hoewel ik me toen heel volwassen voelde. Ik frame het lenen als een bewuste keuze, maar in hoeverre was het dat op die leeftijd echt?
Met mijn moeder praat ik vaak over mijn studieschuld. Ze voelt zich volgens mij een beetje lullig, al vind ik dat onterecht. Ik ben blij dat mijn omgeving me niet shamet, mijn partner geeft me er ook nooit een rotgevoel over. Terwijl zij toch echt veel minder schuld heeft: zo’n 40.000 euro verschil. In een koophuis zie ik ons voorlopig niet wonen, met mijn schuld en haar zzp-carrière.
Ik vind het flauw als mensen een studieschuld toeschrijven aan te veel avocado toast. In Enschede bestaat dat amper, dus het is nogal een Randstedelijk beeld. Je moet een triljoen koffietjes laten staan om je studieschuld af te betalen; dat stereotype is veel te kort door de bocht. Door mijn situatie heb ik meer empathie voor mensen met schuld.Duizend euro per maand lijkt geen vetpot, totdat je het allemaal bij elkaar optelt.
Sinds ik ben gestopt met studeren, is de druk op studenten alleen maar groter geworden. Je moet goed studeren, leuke vrienden maken, gezond blijven en dealen met alle problemen in de wereld. Dan wil je niet ook nog krap bij kas zitten, dat zorgt voor nog meer druk. Dat jonge mensen op zo’n moment een lening afsluiten, vind ik dus niet zo gek.”

‘Iedereen om me heen deed het’
EMMA VAN KLEEF (25) heeft € 62.471 schuld, en is nog steeds aan het lenen.
“Ik ben opgegroeid in het buitenland, daar werkt mijn vader. Pas toen ik Technische Bestuurskunde ging studeren, verhuisde ik naar Delft. Mijn ouders bleven in het buitenland, dus ik moest welop kamers. Omdat ik bijna niemand in Nederland kende,besloot ik lid te worden van een studentenvereniging. De activiteiten zijn daar duur, zoals feestjes en lustrumreizen. Het helpt dan niet mee dat je in het weekend niet naar je ouders kan, waar je even niks hoeft uit te geven. Studiefinanciering kreeg ik ook niet, want ik val net binnen de pechgeneratie.
Van mijn oma had ik wel wat spaargeld meegekregen, 8000 euro. Veel geld, maar niet genoeg om alles te kunnen dekken. Ik zou het niet redden zonder extra geld, en op financiële steun van mijn ouders kon ik niet altijd rekenen. Aan mijn vader vroeg ik: ‘Wat kan ik nu het beste doen?’ Hij zei: ‘Ga maar gewoon lenen, want dat is praktisch gratis.’
Ik zette het bedrag meteen op maximaal en ben er vanaf mijn tweede studiejaar naast gaan werken. Lenen doe ik nog steeds, mijn master is nog niet klaar.
De eerste jaren voelde het niet raar dat ik zo veel leende, want bijna iedereen in mijn omgeving deed het – het was zo’n makkelijke, normale manier om aan geld te komen. Wanneer er Tikkies betaald moesten worden, zeiden we: ‘Nog even wachten op ome Duo.’ Noem het naïef, maar ik zag het echt als mijn inkomen. Het had ook iets abstracts, alsof ik niet helemaal doorhad wat ik aan het opbouwen was.
De paniek sloeg onlangs pas toe. Ik besef nu: ik zit hier nog ruim dertig jaar mee opgezadeld. Het is niet dat ik er elke dag mee bezig ben, maar ik ervaar wel een soort onderdrukt stressgevoel. Zeker nu de rente is gestegen en de lening veel duurder is geworden. Ik schrik me dood, als ik die hoge getallen zie. Soms lukt het me om het maandbedrag te verlagen, soms ook niet. Op het moment leen ik weer maximaal, omdat ik een afstudeerstage loop. Mijn vergoeding is heel laag en ik heb geen tijd om ernaast te werken. Van mijn ouders krijg ik inmiddels een beetje financiële steun, maar daarmee red ik het niet.
Ik voel veel druk om na mijn studie een goedbetaalde baan te vinden. Ik heb niet de luxe om te experimenteren, wat ik ergens wel jammer vind. Dat ik deze schuld heb, deel ik niet meteen op feestjes. Want als ik op reis ga, wil ik niet dat mensen denken: waar doet ze het van?”





































