De laatste dagen voor mijn operatie was ik er druk mee. Met in het vooruitzicht zes tot acht weken herstel – dus niks kunnen en mogen – voelde het alsof ik me aan het voorbereiden was op een persoonlijk noodplan.
Met mijn werk liep ik alvast twee maanden vooruit, ik haalde voor minstens drie weken boodschappen in huis en de vriezer propte ik vol met vers gemaakte maaltijden die ik de dagen ervoor elke avond stond te koken. Alles wat ik nodig zou kunnen hebben, zette ik op borsthoogte. Ik dacht: hoe vaak gebruik ik dit, en kan ik er straks bij zonder mezelf fysiek te forceren? De pindakaas ging een plankje lager omdat ik had bedacht dat ik daar na de operatie ineens behoefte aan zou krijgen.
'Over een week word ik wakker zonder baarmoeder, maar: hoe neem je afscheid van zo'n orgaan?'
Mijn huis heb ik ook nog grondig schoongemaakt. Niet een beetje, maar echt perfect. Want ik wist: de komende weken kan ik dit niet doen. En er komt bezoek. Ze moeten niet denken: bah, vieze Tatum.
Dit gaf me rust. Of in elk geval het idee dat ik de controle nog een paar dagen kon volhouden – controle die ik straks compleet kwijt zou zijn. Ik was me aan het voorbereiden op zes weken niets doen en werd daarbij ook weer even met mijn neus op de feiten gedrukt: wat ben ik toch een ongelooflijke tut. Die controlfreak in mij, alles nét iets te goed willen doen, tot het bijna dwangmatig wordt. En vooral: het niet vragen om hulp.
Hoe ga ik dit doen, zes weken lang? Niet werken, niet even ergens naartoe fietsen, niet sporten om mijn hoofd leeg te maken, niet tillen boven de twee kilo – mijn hippe SMEG-waterkoker weegt dat al. Zonder water. Hoe zet ik dan een kop thee? Hoe pers ik ‘s ochtends mijn citroentje uit, zonder druk te zetten op mijn lijf?
'Het beeld van de perfecte vrouw zit diep, een ex van mij vond dat vrouwen niet poepen'
Maar het moeilijkste vind ik het niet kunnen schoonmaken. Schoonmaken is mijn favoriete hobby, mijn meditatie. Anderen doen yoga, ik word rustig van de badkamer schrobben, ramen lappen, stofzuigen. Eerst stof ik met een plumeau alle meubels en lampen af. Dan stofzuig ik de Luxaflex. Vervolgens ga ik met een doekje en Glassex alles langs. Daarna stofzuigen en dweilen. In de vaatwasser doe ik messen bij de messen, vorken bij de vorken en lepels bij de lepels. Zodat ik alles er daarna in één beweging uit kan halen en zo de bestekla in kan schuiven. Het wassen gebeurt niet zonder een knijpje van mijn favoriete wasparfum. En in de keuken staan mijn kruiden op alfabetische volgorde in een rekje.
Dat mag ik nu dus uitbesteden aan familie of vrienden. Hartstikke lief dat mensen aanbieden om boodschappen te doen, voor me te koken of te helpen met schoonmaken. Maar hoe leg je iemand uit hoe jij schoonmaakt, zonder over te komen als perfectionistisch, kattig of gewoon knettergek? Dat wordt meteen een soort workshop huishoudkunde, waar niemand op zit te wachten. Wanneer iemand zegt: ‘Ik kan wel even stofzuigen’, moet ik dan zeggen dat ik ook de Luxaflex doe? En eerst de lampen afstof? Of laat ik het gewoon los? Dat ik misschien iets … preciezer ben dan gemiddeld, is ineens extra confronterend. Waar komt die controle eigenlijk vandaan?
De komende weken ga ik dus herstellen. Rustig aan doen. Het tóch proberen: dingen uit handen geven. Loslaten, of in elk geval doen alsof. Accepteren dat dingen anders gaan. En vooral niet denken aan de Luxaflex. Die waarschijnlijk wekenlang niet gestofzuigd wordt.
Het beste van LINDA. direct in je mail? Meld je aan voor onze nieuwsbrief.
'De buikpijn, hevige bloedingen en uitputting maken mijn wereld langzaam kleiner'.
















