Hier had ik dus een hele stoere nieuwjaarscolumn willen plaatsen. Over hoe uitbundig alle werk-kerstborrels en etentjes waren. Over in welke euforische staat ik op 1 januari wakker werd.
En over hoe ik, ondanks de vrieskou, de zee in dook voor een nieuwjaarsduik. En hoe zelfverzekerd ik het nieuwe jaar begon. Zo’n column waarbij je denkt: wow, wat een powervrouw.
Als je van buitenaf kijkt, zou je dat ook kunnen denken. Dit is alleen niet die column. Ik dook niet de zee in. Op alle kerstborrels was ik aanwezig, maar niet als mijn gebruikelijke, levenssprankelende zelf. Want ik zit met hartzeer.
'Ik leef van de uren waarop ik even geen pijn heb. Er ligt een injectie voor me klaar die me per direct in de overgang brengt'
Ik had niet verwacht dat je hier als volwassen vrouw nog zóveel last van kunt hebben. Dit kan ik wel aan, dacht ik. Ik ken het klappen van de zweep. Maar je vergeet hoe het voelt, tot je er weer middenin zit. Dat constante, allesoverheersende, onbestemde gevoel: een zwaarte die overal doorheen sijpelt.
Kerst en de jaarwisseling maakten het erger. Alles nodigt uit tot vergelijken met vorig jaar. Samen kerst vieren. Een feestje met oudjaar. Op nieuwjaarsdag de hele dag in bed blijven, junkfood bestellen en eten als Neanderthalers. Alsof de wereld even niet bestaat.
Het was mijn eigen keuze om de relatie te beëindigen. Ik weet waarom ik het heb gedaan. En toch is die pijn zo aanwezig. Dit verdriet gaat niet over die beslissing, maar over wat er met die beslissing in één klap verdween. Wat me steeds duidelijker wordt: liefdesverdriet is niet alleen het missen van die ander. Het gaat vooral over jezelf. Het is rouwen om verwachtingen die nooit zijn uitgekomen. Niet eens om wat er was, maar om wat het had kúnnen zijn.
'Ik dacht dat het een lief gebaar van hem was, maar het was een geintje'
Dit is ‘m, dacht ik echt. Dit is met wie ik het laatste kwartaal van mijn leven ga delen. Ik dacht zelfs: deze man is gestuurd door mijn moeder, uit de hemel. Hier gaan we een feestje van maken. Dat toekomstplaatje was er. En dat is ineens weg. Wat overblijft is niet alleen verdriet, maar ook boosheid. Eerst richting hem: waarom al die mooie beloftes? Daarna richting mezelf, hoe ik daar vol in meeging en mezelf ben kwijtgeraakt. Het is teleurstelling. Vooral in jezelf en die hoop. Het is niet alleen het ‘wij’ missen, maar ook missen wie je was – misschien wel de leukste versie van jezelf – toen alles nog licht voelde en mogelijk.
Liefdesverdriet zegt uiteindelijk weinig over hoe goed je relatie was. Of hoeveel liefde er was. Het zegt veel meer over waar je kwetsbaar bent. Over oude hechtingen, over eerder verlies, over de angst om weer iets kwijt te raken waarvan je net dacht: dit mag blijven. Liefdesverdriet is accepteren dat je verder moet met een verhaal dat anders loopt dan je had bedacht.
'Maandenlang leefde ik op een knalroze wolk, tot ik me afvroeg of we nog wel dezelfde kant opgingen'
En dan is er ook schuldgevoel. Omdat het ‘maar’ liefdesverdriet is. Terwijl er mensen om me heen zijn met ziektes die niet te genezen zijn. God, ik vind dit moeilijk. Ik probeer een balans te vinden: de pijn mag er soms zijn, maar ik wil er niet in zwelgen. Daarom zoek ik afleiding en plan ik leuke dingen in. Er stond zelfs weer een date gepland. Diezelfde dag belde ik af. Dat lukt (nog) niet.
Maar soms is liefdesverdriet ook ontdekken hoeveel liefde je blijkbaar in je had. Zelfs als je nog niet weet waar je daarmee moet. Dus tja, een stoere column blijft nog even achterwege. Maar die komt wel weer. Dat weet ik inmiddels.
Het beste van LINDA. direct in je mail? Meld je aan voor onze nieuwsbrief.
'Hij kijkt niet meer naar me zoals in het begin, is er iets mis? Vindt hij me saai?'















