De verrassingstrip heb ik goed voorbereid, maar zoals dat vaker gaat; het kan nog alle kanten op. Voordat we überhaupt de grens over zijn heeft mijn cortisol piekhoogte bereikt.
Charlie wil mij, terwijl we op het perron op de trein naar Parijs staan te wachten, een appje op haar telefoon laten lezen. Ze grijpt mis. Totale paniek: “Ik heb mijn mobiel op de stations-wc laten liggen!”
Op dat moment rijdt de Eurostar-trein het perron op. Door instant stress zeg ik: “Kies maar; of we gaan naar Parijs of je vindt je iPhone terug.” Een makkelijke keuze voor een tiener, blijkt. “Ik blijf hier op je wachten”, schreeuw ik haar na, terwijl zij een sprintje trekt. Nu maar hopen dat het ding niet gejat is, denk ik. Na een minuut of drie, alle reizigers zijn al ingestapt, komt Charlie terug met haar telefoon en een heftig verhit hoofd. We vinden onze plekken, en droppen de koffertjes in de bagagebak. Vijf minuten later vertrekt de trein. “Heb ik daar zo keihard voor gerend?”, zegt ze.
'Des te langer ik moeder ben, des te minder goed ik die van mij begrijp'
Het is haar eerste keer in Parijs dus ik laat Charlie kiezen wat ze wel en niet wil zien. Winkelen bij Galeries Lafayette staat met stip op nummer 1. De shoppende mensenmenigte is bizar groot, maar gelukkig hebben we er beiden vrij snel tabak van. We kopen souvenirs voor Puck en haar vriendje. “En haal ook iets leuks voor jezelf”, zegt Charlie serieus. Ik koop een flesje Chanel, zij krijgt een T-shirt met Mona Lisa die de Dab-pose aanneemt. In de metro roept station Blanche oude herinneringen bij me op: “Ik vind het prachtig klinken: Blanche. Ik denk dat het mijn favoriete Franse woord is …”, mijmer ik tegen Charlie. Verkeerd publiek, zij is niet geïnteresseerd.
Tussen ons lijkt, sinds zij in de puberteit en ik in de overgang zit, alles onder een vergrootglas te liggen. Tot mijn verrassing hoeft de slaapbank in de hotelkamer niet uitgeklapt. Ik ben dankbaar dat ze bij me in bed ligt. Het is eeuwen geleden dat we naast elkaar ontwaakten. Ooit was ze onlosmakelijk aan je verbonden en nu is het een beetje alsof je een relatie hebt met iemand die jou volledig zat is, maar je weigert los te laten.
Ze lacht me uit om hoe ik de trappen in Montmartre neem: ‘Die eerste treden ren je gewoon.” Ze wil esthetic lunchen, ik denk dat ze chic bedoelt. Helemaal verkeerd natuurlijk: het gaat om de mooie omgeving, in dit geval een strak, modern koffiehuis. Ik wil dit weekend Libanees eten, het wordt sushi en pizza. Het gaat redelijk soepel tussen ons. Sterker nog: we lachen veel, om het treinincident, elkaar en de Japanse oude vrouw die ons letterlijk aan de kant duwt omdat we, samen met honderd anderen op het Trocadéro-plein, in haar beeld staan. We ontbijten later dan normaal op vakantie: de wimpers moeten gekruld en de outfit twee keer gecheckt.
'Dit is precies waarom ik het moeilijk vind iemand om hulp te vragen'
Het is de stad van verliefde stellen en de slotjes. Het opent langzaam mijn slapende romantische hart. Dat is wat Parijs met je doet, denk ik. “Waarom zit iedereen hier elkaar zo openlijk af te lebberen?”, vraagt Charlie zich na twee dagen hardop af. We nemen de boot over de Seine en bezoeken de Eiffeltoren. Tijdens de lunch vertelt ze dat ik ‘op een rare manier’ brood eet. “Waarom laat jij altijd de bovenkant liggen?”
Na drie dagen sightseeing, (trappen) lopen, winkelen, en in de rij staan zitten we in de metro richting laatste nachtje hotel. Ik voel zeurende pijn in m’n voeten. Dan legt Charlie, die tegenwoordig anderhalve kop langer is dan ik, zacht haar hoofd op mijn schouder. We lopen de metro uit, de trappen op. Vlak voor het hotel zegt ze: “Mama, ik vond het gezellig. En”, gaat ze verder: “Jij vindt Blanche mooi. Ik vind blaadje het leukste woord in het Nederlands.”
Het beste van LINDA. direct in je mail? Meld je aan voor onze nieuwsbrief.
'Godsamme pap, dit zullen toch niet je laatste woorden zijn, dachten we'
















