Het is tegen het middaguur en ik loop nu al hopeloos achter op het dagschema. Het gevoel dat ik me moet haasten overheerst, maar het is mijn vrije dag en het zijn dus allemaal zelf opgelegde taken en dito huishoudstress.
Boodschappen doen is geen hobby en zeker niet als je daarbij extra op de centen moet letten. Vandaag gaat dat ineens als een speer, ik heb een hyperfocus bij de Lidl. Als ik de groente- en fruitafdeling achter me laat loop ik het pad van koek en chocolade in, wanneer een vrouw gevaarlijk dicht achter mij komt staan.
Netjes manoeuvreer ik mijn winkelwagen naar rechts. Ze doet een brutale stap naar voren en draait haar rug in een overdreven boog rond mijn kar heen. Is ze gek geworden? Ze kijkt mij en daarna de wagen boos aan. Ik zit al zo hoog in mijn adrenaline, dat ik voel dat ik zo een klap kan uit delen als deze meid fysiek wil worden. Wat wil zij van me?
“Het lijkt er sterk op dat je er met mijn winkelwagen vandoor gaat”, zegt ze.
'In no time gescheiden, Tinder uitgespeeld en nu in een 'situationship': hoe doet ze dat?'
Het is geen meid. Sterker nog ze heeft kleding aan van een twintiger, maar is op z’n minst zestig jaar. Ik kijk in mijn wagen en zie wat ik heb ingepakt: chocolade, komkommer, veldsla, courgette en oesterzwammen. Oh en citroenen. Nee, die had ik inderdaad niet.
“O jee”, zeg ik, “excuus, wat stom. Ik had wel veldsla en komkommer, maar er ligt ook een zak spruiten.” Zo vies vind ik dat, maar ik zeg niks.
“God nee”, zegt de vrouw ineens die aandachtig de inhoud bekijkt. “Die pure chocolade is zéker niet van mij, die moet je eruit halen.” Om er vervolgens ‘bah’ aan toe te voegen. De vrouw is tanig en mager. Natuurlijk houdt zij van citroen en spruitjes. En van haar krijg je zeker geen chocolade bij de koffie. Snel gris ik mijn reep uit haar kar en mompel: “Sorry mevrouw. Dit is de eerste keer dat mij zoiets overkomt.” Zij perst er, voor de vorm, omdat anderen van dit opstootje genieten, een begripvolle glimlach uit.
Thuis weten de dochters meteen waar het aan lag: “Ja mam, dat is de overgang. Je doet gewoon te veel tegelijkertijd”, zegt er een, liggend op de bank. “En dan vergeet je snel iets”, vult de ander aan.
In tegenstelling tot mijn vader opperen zij gelukkig niet dat ik gewoon een partner nodig heb. Even later zit ik samen met Charlie bij de huisarts voor een routineonderzoek. Het spreekuur loopt nogal uit. We vermaken ons in de wachtkamer met de televisie, waarvan de zogeheten informatie vrij gedateerd is. Over wat te doen als er een hittegolf is. Ik lach hardop om de cliché-tips voor een gezonder leven: (goed slapen, vaker bewegen) tot ongenoegen van mijn tiener.
''Ik wil niet dat een jongen met zijn vieze vingers aan mijn dochter zit', zegt hij fronsend'
Aandachtig kijk ik naar het filmpje over de ‘nieuwe’ orgaandonatiewet (uit 2020!) en realiseer me dat ik daar met mijn dochters nooit over gesproken heb. “Zeg Charlie, heb jij daar wel eens over nagedacht”, vraag ik, “hoe en wat er met je organen moet gebeuren als je onverwachts voor je 18e overlijdt?” Als moeder ga je liever niet dit pad op en als beelddenker helemaal niet, maar het is belangrijk om te weten wat haar wens is.
“Ja, hoor”, zegt ze laconiek. “Iedereen mag mijn organen hebben, dat vind ik prima. Het antwoord verbaast me.
“Maar …,” voegt ze er serieus aan toe. “Dan wil ik wel dat je ze te koop zet op het dark web.”
Ik moet keihard lachen. Gelukkig zitten er geen andere patiënten in de wachtkamer. “Ja mam, maar even serieus! Daar kun je dus echt vet veel geld voor krijgen. En ik gun je dat.”
Mijn geldzorgen mogen nooit die van haar zijn, dus het is lief, maar ook een teken dat ik beter op moet letten, vind ik. “Lieverd, je weet dat de kans is groot, omdat het illegaal is, dat ik dan opgepakt word en in de cel beland, hé? Je kunt het wel shaken als je in zee gaat met de orgaanmaffia.” Why am I having this conversation? Charlie boeit het weinig. “Maar dan heb je wel dat geld geïnd. En het is niet allemaal voor jou, mam. Het is ook voor Puck.”
Ze kunnen elkaar soms wel wat aandoen, en toch zijn ze hondstrouw aan hun zus. Het ontroert me. Als de assistente plots mijn naam roept, duurt het even voordat ik uit de rare kronkels van mijn gedachten ben. Charlie is ondertussen opgestaan. “Kom mam, ze hebben je al twee keer geroepen. Je bent er niet helemaal bij vandaag, hé?”
Om het maar voor te zijn zeg ik: “Klopt. Het is de overgang.”
Het beste van LINDA. direct in je mail? Meld je aan voor onze nieuwsbrief.
'Godsamme pap, dit zullen toch niet je laatste woorden zijn, dachten we'
















