Kinderen grootbrengen is één ding. Ze loslaten? Een heel ander verhaal. Jurgen (51) – filmmaker, vader en onze nieuwe columnist – neemt je mee in het avontuur van het uitvliegen. Met humor, verwondering en een tikje weemoed.
“Deze zijn mooi!” Dochter wijst naar oorbellen in de etalage van een atelier. “Hippe dingen wel”, antwoord ik. De designerbellen bungelen aan houten takjes. De verleidelijke presentatie werkt. Dochter is verkocht en wil de kunstwerkjes van dichterbij zien. Ze drukt haar neus tegen het venster en schiet dan in de lach. “Deze zijn nét iets te gewaagd voor Enschede”, is haar conclusie. “Kijk zelf maar.” De sieraden blijken kunstvagina’s, bevestigd aan zilveren ringen.
Het is zaterdagmiddag op de Zeedijk. Een expositie is ons alibi, maar dat culturele komt straks. Eerst dit stukje Chinatown. Waar het wemelt van de hippe Japanse, Thaise en Chinese eettentjes en ’ramen’ net iets anders betekent dan in de rosse straatjes verderop. We hebben elkaar al weken niet gezien. Bijkletsen staat nu op één, Aziatisch lunchen op twee en de expositie op drie. Dochter neemt het voortouw, bestelt dim sum en neemt me vervolgens mee in haar wondere wereld vol verenigingen en disputen. Ze wordt in hoog tempo volwassen, merk ik, zo na een half jaar op kamers.
Met plezier en verbazing voert ze me mee in verhalen over meeborrels, kennismakingsfeestjes en huisdates. Ik hoor hoe ingewikkeld het is om straks te kiezen uit al die leuke mensen en clubjes. Ik heb respect voor haar vermogen om tot diep in de avond uit te gaan en overdag op school scherp te blijven. Ondertussen trekt een sticker op de ruit voor ons mijn aandacht: Travellers Choice 2003 lees ik in spiegelbeeld. En iets verderop plakt een exemplaar uit 2014. Dochter ziet meteen dat ik afgeleid ben en merkt op dat ‘het eten beter is dan de marketing’.
'De G-spot is ingeruild voor een nieuwe en lastiger te vinden plek, ergens meters onder de grond'
Het grote raam scheidt ons van nieuwsgierige passanten op straat. Die loeren schaamteloos naar binnen. Lopen door, komen terug. Kijken nog eens, aarzelen, drukken hun gezicht zo ongeveer door het glas om te zien wat we eten. “Zo stond jij ook”, grap ik. “Bij die oorbellen.”
Elke hap is een beleving, het ene gevuld met vlees, het andere met groenten. De sappige verhalen van dochter doen de rest. Zo meegenomen worden in haar wereld doet wat met me. De tijd trouwens ook, zie ik op mijn horloge. Opschieten moeten we, voordat de expo gesloten is.
Op de Keizersgracht stappen we een andere wereld van ‘zien en gezien worden’ in. De vrouw bij de entree kijkt ons aan. Of we zeker weten dat we nog naar binnen willen? “You have to hurry”, geeft ze mee. Op tempo door een museum, dat is ons op het lijf geschreven. Vlug scan ik de ruimte: waar is het druk, waar niet? Welke zaal doen we wel, en welke slaan we over? Behendig schieten we door de menigte heen. Een klein uur geleden waren het de blikken van hongerige Aziaten, hier de arendsogen van kunstkenners. Makkelijk te herkennen: handen op de rug, geen enkele last van haast, ogen half dichtgeknepen en hoofden die begripvol knikken. En dan zo traag mogelijk door naar het volgende object.
Wij stoppen bij een immense foto. We zien een fotomodel én een strijkplank. Het model kijkt brutaal, ligt horizontaal op de strijkplank. Een gek beeld en hoe langer we kijken, hoe meer we ontdekken. Ja, haar blik is intens; ze kijkt dwars door ons heen. En jee, apart wel die kleding zo, met een half opengeknoopte blouse, de ene mouw lang en de ander kort.
“Ze heeft dezelfde zwarte laarzen aan als jij”, zeg ik. “Ligt ze nou echt op die strijkplank of is dit een mindfuck? Hangt de foto gewoon op zijn kant?” Ik draai mijn hoofd een kwartslag. Naast me is het opvallend stil. “Kijk eens goed naar haar linkeroor”, zegt dochter dan. Ik doe wat ze vraagt en schiet in de lach. Zij barst ook in lachen uit. Geen vrouwelijk geslachtsorgaan aan een ringetje dit keer, wel een zwartleren riempje met een zilveren gesp als oorversiering. Ook mooi.
Het beste van LINDA. direct in je mail? Meld je aan voor onze nieuwsbrief.
'Ik voel hoe de nagels van mijn dochter zich in mijn rug klauwen. Als we vallen, gaan we samen'
















