Als ik zeg dat ik een groot fan ben van housewarmings, dan lieg ik. Het is toch een soort kraambezoek, ook geen fan van trouwens, maar in plaats van naar een pas geboren mensje ga je nu kijken naar iemands nieuwe huis.
Stenen. Die er meestal al heel lang liggen.
Het zou beter zijn als het huis aan al z’n vrienden zou laten zien welke nieuwe mensen er nu weer in hem zijn komen wonen. Daarbij worden het nooit echte goede feestjes, omdat iedereen bang is een pas geverfde muur te beschadigen of een een hardnekkige vlek te maken op de nieuwe designbank.
Onderweg richting het huis in kwestie, van een oude vriendin van mijn vrouw, komt er een appje binnen. ‘Zijn jullie al onderweg?’ We bevestigen dat we net op de fiets zijn gesprongen en al snel komt de vraag of we onderweg een fles wijn kunnen scoren. Uiteraard hebben we die al mee: mijn ouders leerden me al vroeg om nooit met lege handen aan te komen. Maar dat is blijkbaar niet afdoende.
“Doe nog maar een flesje. Of twee. Eentje rood en eentje wit. O, en een zakje chips! Doe trouwens ook maar twee. Thanks!” Is het stiekem onze eigen housewarming? “Of zijn we een raar soort cateringbedrijf begonnen?”, vraag ik in de winkel aan mijn vrouw, terwijl we de gevraagde inkopen doen. Er komt een ‘hou-je-waffel’-blik mijn kant op.
Eenmaal aangekomen, blijkt reikhalzend naar ons te worden uitgekeken. Niet zozeer vanwege ons sprankelende gezelschap, maar wel omdat er tot nu niets te drinken was, behalve gemeentepils. Of te eten. Er was niks, behalve teleurstelling van de al aanwezige droogstaande gasten. Het is zelfs zó erg dat de witte wijn ongekoeld in glazen wordt geschonken. Dan heb je dorst, hoor.
Een enkele barbaar gooit er wat ijsklontjes bij, tot mijn gruwel. Zonde van die zalige witte rioja, maar ik besluit om wijselijk mijn mond te houden. Nooit bijdehand doen in een huis vol dorstige mensen. Ook blijken de chips de enige aanwezige snacks. Nou wil ik helemaal niet beweren dat verhuizen niet vreselijk is, stressvol en uitputtend. Maar als je eenmaal besluit om een housewarming te geven, dan kun je toch ook wel even íets aan natje en droogje halen?
Lauwe wijn gaat me wat ver, dus ik verplaats me naar de keuken, sowieso de plek waar je moet zijn op elk feestje, waar ik een fles wit in de vriezer plemp. Ik val midden in een gesprek over wat men gekocht heeft voor de feestvarkens. Dat wij de cateraars blijken valt goed, maar kennelijk mochten heel andere cadeaus ook.
Een mij onbekende vrouw vertelt trots dat ze een Clone-a-Willy heeft gegeven. Dat is mij totaal onbekend, maar het blijkt een doe-het-zelf-pakket om een siliconen kopie te maken van je penis. Ik trek kennelijk een bedenkelijk gezicht, want de geefster vertelt vrolijk verder. “Ja, handig voor als je zonder elkaar op reis bent. Of als je een keer alleen thuis bent.”
Dacht ik met mijn wijn en chips een goede beurt te maken. Alles wat ik nodig had gehad was een peniskopieerpakket. Maar goed, dan had nog steeds iedereen een droge keel.
