Aan het tafeltje naast ons, in een restaurant tijdens lunchtijd, zitten vier Amerikanen op leeftijd, duidelijk twee stellen. Ik schat ze allen minimaal zeventig jaar oud. De mannen hebben allebei heel weinig te melden, behalve af en toe iets mompelend naar elkaar.
De dames kletsen honderduit.
Ze hebben ongetwijfeld dezelfde plastisch chirurg gehad, want los van hun haarkleur die verschillend is, zien ze er – zonder op zussen te lijken – hetzelfde uit. Grappig hoe hals en handen altijd verraden hoe oud je huid echt is. Je kunt nog zoveel in je gezicht laten strak trekken of wegspuiten, er zijn plekken die de waarheid blijven vertellen.
Zoals het Amerikanen betaamt, willen ze met alles en iedereen praten en starten ze bij het vragen van de rekening een conversatie. Dat het eten hier zo lekker is, waar we zelf vandaan komen en waar ze het beste een taxi kunnen aanhouden. We kletsen een aantal minuten en dan concentreren mijn vrouw en ik ons weer op elkaar.
Als ze betaald hebben, pakt één van de dames een stapel uitgeprinte papieren met allebei opties om de middag te vervolgen. Ze hebben het over boerenjongens. Mijn vrouw moet lachen dat ze iets typisch Nederlands als boerenjongens, rozijnen in brandewijn, willen proberen. Ik weet het ook de naam is van een coffeeshop en zeg dat dat waarschijnlijker is. “Die oudjes?”, zegt zij. “Nee joh natuurlijk niet, die kunnen dat toch helemaal niet aan.”
De vrouw met de papieren in haar hand draait zich naar me toe en begint ineens te fluisteren. “Do you know this place?” Ze wijst naar een uitgeprinte foto van de voorkant van de coffeeshop. Een snelle blik van triomf gaat richting mijn vrouw. Rozijnen, yeah right.
Ik leg uit dat het niet zoveel uitmaakt waar je in Amsterdam naartoe gaat, dat er ontelbaar veel plekken zijn waar je wiet kunt halen en dat de kwaliteit eigenlijk overal prima is. De dame naast haar hangt inmiddels over haar schouder heen en kijkt samenzweerderig, alsof we hier iets enorm illegaals aan het doen zijn.
De mannen kan het nog steeds niks schelen. Ik hoop dat zij niet mee willen doen met het plan om stoned te worden, want als ze nog trager worden dan dat ze nu zijn vallen ze denk ik uit. “So we get there, and then what?” “Nou end den you ga gewoon bestellen wat je wilt hebben en dan rook je dat. En den lekker een beetje ontspannen. Of wandelen. En nog meer eten waarschijnlijk, want you krijgt sowieso honger daarna.”
Ze vinden het onbegrijpelijk dat ze drugs kunnen kopen, dat overal mogen gebruiken en vooral dat ze dat voor het eerst van hun leven gaan doen. Er wordt een taxi voor ze gebeld door het restaurant. We krijgen nog te horen dat we als stel een goede energie uitstralen, wat dat ook moge betekenen.
En dan staan ze op. De mannen duidelijk met wat meer moeite dan de dames. Die hebben vooral zin in de rest van hun middag. “Let’s get high!”, zegt ze tegen haar vriendin. Ze haken hun armen in elkaar en verdwijnen giechelend als twee schoolmeisjes uit het zicht.
