‘Dat dat smeren niet helpt’, zegt mijn vriendin terwijl ze haar derde wijntje wegtikt. Wat er dan verholpen moet worden, vraag ik een beetje onbeholpen. Ze wijst eerst naar haar hoofd, dan naar haar kruis. ‘Alles’, zucht ze. En we schieten in de lach.
Ik ben blij dat het gesprek eindelijk leeft onder mijn generatiegenoten. Dat we kunnen lachen om het feit dat we elkaars naam vergeten, ook al kennen we elkaar al meer dan dertig jaar. Of dat het woord voor die ruimte met de koelkast en het fornuis – de keuken? Juist ja – ons gedurende een paar seconden volledig ontglipt.

















