Weinig vogels combineren elegantie zo erg met doodsangst als zwanen. Ze zijn werkelijk betoverend om te zien, maar ik wil ze absoluut niet dicht bij me in de buurt. Als ze blazend op je af komen met hun vleugels gespreid denk ik dat mijn laatste uur heeft geslagen.
Er zijn ongetwijfeld legio mensen die de zwaan enkel prachtig vinden, en de KLM, maar ik vind ze tegelijkertijd angstaanjagend, ondanks dat het verhaal dat ze met een vleugelslag je arm kunnen breken een mythe blijkt. Weet je met wie ik dan een stuk meer heb? Ganzen.
Ganzen zijn de honden van de vogelwereld. Gemoedelijk, ongevaarlijk en vooral geen zwanen. Tenminste, zo dacht ik er tot gisteren over. Lopend door Amsterdam, van de ene afspraak naar de andere – want je denkt: ik neem eens de benenwagen – kom ik langs een gans die op de stoep staat waar ik op loop.
Ik besluit om het trottoir te verlaten, de rijweg te gebruiken om hem te passeren en daarna mijn route te vervolgen. De gans heeft andere plannen. Precies op het moment dat ik langs hem loop begin hij te blazen, zijn tongetje krom uit zijn snavel hangend, en zie ik ook dat hij een jong heeft. Altijd oppassen bij vogels met kleintjes, zei mijn moeder vroeger.
Ik versnel mijn pas en verwacht dat de kous daarmee af is. Wederom is de gans het niet met me eens. Achter me hoor ik, naast het sissen van het beest, ineens ook het klappen van vleugels. Een blik achterom leert me dat het tijd is voor oorlog, vanuit de gans.

Hij rent klapwiekend mijn kant op en ik begin, niet beter wetend wat te doen, ook maar te rennen. Mocht iemand het zich afvragen: ganzen zijn aanmerkelijk sneller dan wij mensen, of in ieder geval sneller dan ik.
Met zijn poten landt hij op mijn nek, ondertussen mij slaand met zijn beide vleugels. Ik slaak een kreet van angst en probeer hem van me af te duwen, maar dit heeft alleen maar een averechts effect. Hij besluit kennelijk dat het tijd is om voor de genadeklap te gaan, want woest begint hij in mijn nek te bijten. Niet zoals je een hapje van iets neemt, maar bruut en agressief. Dit beest wil dat het door hem geïnitieerde gladiatorengevecht eindigt in een klinkende overwinning.
Ondertussen ben ik in totale paniek. Niet dat ik gewond aan het raken ben, al weet ik nu dat als een ganzensnavel een stukje huid weet beet te pakken en dichtbijt, dat dat behoorlijk pijn doet, maar omdat ik het beest niet van me af krijg. Wat ik ook doe, hij laat zich niet wegduwen.
EN NOU IS HET KLAAR, schreeuw ik als laatste wanhoopspoging tegen de vogel. Gek genoeg stopt hij en kijkt me aan. Heus, ik weet wel wat hij me niet verstaat, maar aangezien dit het enige is wat tot nu toe íets uithaalde praat ik door. Ja afgelopen, laat me met rust en ga lekker naar je kind toe! Langzaam draait het beest zich om en loopt weg. Zo zie je maar: ganzen zijn net zulke moordmachines als zwanen, maar een gans staat tenminste open voor een goed gesprek.
