“Ik wil scheiden”, sis ik ingehouden. Ik zit midden in de nacht rechtop in bed met een zweetsnorretje op mijn bovenlip en voel de spanning als een sidderaal door mijn lichaam kronkelen. Het is klaar, helder. Ik kan niet meer verder met deze relatie.
Mijn man reageert amper. Hij snurkt zonder gêne verder, zich niet bewust van het drama dat zich afspeelt in mijn hoofd. Zijn adem stokt even en gedurende enkele seconden is het muisstil in onze slaapkamer. Wat een zaligheid. Maar zometeen begint hij opnieuw, ik ken het patroon.
Vroeger, toen mijn hormonale huishouden nog lekker stabiel was, kon ik zijn gesnurk prima verdragen. Dan streelde ik hem zachtjes over zijn haren als zijn geronk luider werd. Of ik porde hem, zelf nog halfslapend, liefdevol in zijn zij om hem te laten stoppen met snurken. Liefde maakt blind en, in mijn geval, maakte het me ook een beetje doof. Natuurlijk hou ik nog steeds van mijn man, maar nu, midden in de nacht, toch even héél erg weinig.
Sowieso slaap ik minder diep door de afname van progesteron. Dat is het stofje dat je rustig maakt en lekker laat doorslapen. Je innerlijke boeddha, zeg maar. Maar die boeddha verandert tijdens de overgang als bij toverslag in een innerlijke stresskip.
We waren nochtans met een fijn gevoel naar bed gegaan. Kurt en ik hadden eindelijk nog eens vrienden uitgenodigd. Hij had heerlijk gekookt en de decibels en lachsalvo’s volgden elkaar, naarmate de avond vorderde, steeds luider en sneller op. Samen met de koffie en het dessert speelden we gezelschapsspelletjes waarvan de regels voortdurend veranderden en uiteindelijk gingen ook de speakers op hard en dansten we met z’n allen in de keuken alsof we forever young waren.
'Als jonge moeder bleef ik ook vaak in de auto zitten, om nog even te genieten van de stilte'
Voorbij half twee was het, toen mijn man en ik het nachtlampje uitknipten. Een unicum voor deze vrouw van fortysomething die normaal al geeuwt om kwart voor tien. We vielen lepeltje-lepeltje als een blok in slaap, maar dat blok begon hij na een uurtje vakkundig doormidden te delen, met een kettingzaag verscholen in zijn strot.
Maar goed. Scheiden zit er niet meteen in, zo midden in de nacht. Stel dat ik de moed heb om mijn koffers te pakken, waar moet ik dan heen? En mijn advocaat op dit uur bellen is ook niet echt een goed idee. En hoe heet die vrouw ook alweer? Ik besluit wijselijk om pas morgenochtend mijn trouwring door de wc te spoelen en besluit om voorlopig in de kamer van mijn oudste zoon te gaan slapen, die deze week bij zijn vader woont. Daar klap ik onder de dons die ruikt naar puber mijn laptop open en val bij een aflevering van Friends alsnog in slaap.
Als ik ’s ochtends wakker word, staat mijn man met een brede glimlach en een cappuccino in zijn hand naast het puberbed. “Ah, ik vond je al niet. Ik heb toch niet gesnurkt?”, vraagt hij oprecht, terwijl ik een kusje op mijn hoofd krijg. Zijn lieve ogen vallen me op. Ik nip van het zwarte goud met schuimpje. “Een beetje maar”, lieg ik. “Maar ik had het gewoon warm.”
Kurt heeft liever niet dat we apart slapen. Volgens hem is dat voor koppels het begin van het einde. Voor mij lijkt dat tijdens de overgang net andersom. Apart slapen houdt onze relatie net in stand. Hij kijkt me bezorgd aan en streelt over mijn wang. “Blijf jij nog maar even in bed liggen. Dan ruim ik de keuken op en maak ik daarna een lekker ontbijtje voor ons. I love you, schatje.”
De koffie tilt mijn humeur op en ik denk aan gisteravond: aan hoe leuk het was, hoe we elkaar weer vonden, te midden van onze vrienden. Knipoogjes over de tafel heen, handen die elkaar zoeken, spontane zoentjes op de mond. Als ik het gekletter hoor uit de keuken en wat later de geur van gebakken ei me bereikt, voel ik me weer helemaal verliefd worden.
De stand van je relatie is tijdens de overgang even wisselvallig als je hormonen. Het ene moment wil je scheiden, het andere moment ben je blij dat je de naam van je advocaat bent vergeten.
Het beste van LINDA. direct in je mail? Meld je aan voor onze nieuwsbrief.
'Nog een symptoom van de overgang: je stopt met jezelf netjes te gedragen, ook in bed'
















