
En dan krijg je ’s nachts een belletje dat je kind knock-out van de gin en shotjes op de alcoholpoli ligt.
MARINA SEGBOER (42) is ambtenaar en sportinstructrice, getrouwd en moeder van dochters Sam (16) en Nina (12).
“Of ze met Koningsnacht mocht drinken, vroeg Sam vorig jaar. Omdat ze een verantwoordelijk kind is dat zich aan de afspraken houdt, mocht ze van mij drie drankjes, verspreid over de avond. Pubers experimenteren nu eenmaal, dan liever in overleg. Daarnaast: ik wilde geen hypocriete moeder zijn, ik heb op die leeftijd zelf vaak genoeg het laminaat krom gekotst. Ik was die avond uit eten, maar werd steeds gebeld door Sams ex-vriendje: het ging niet goed met haar. Mijn man besloot poolshoogte te nemen en vond haar op straat. Helemaal out, haar gezicht in kleur Ral 9016. Met honderd kilometer per uur scheurde ik er ook naartoe. Mijn hart bonkte in mijn keel toen ik naast haar knielde en haar naam schreeuwde. Even gingen haar ogen open, daarna draaiden ze weer weg. Een split second twijfelde ik, toen belde ik 112. De telefoniste gaf instructies, zei dat er een ambulance zou komen. Inmiddels had een oud-verpleegkundige zich bij ons gevoegd, die Sam probeerde bij te brengen. Ineens begon ze te braken en leek het of ze stikte. Zonder nadenken stak de vrouw haar hand in Sams keel, waarna ze af en aan spuugde en wegviel. Ik was zó verschrikkelijk bang dat ik haar zou verliezen.

‘een split
second
twijfelde ik,
toen belde
ik 112’
Toen de ambulance eindelijk kwam, bracht die haar naar de speciale alcoholpoli in Delft – ik wist niet eens van het bestaan. Mijn man ging naar onze jongste dochter, ik met mijn zus naar het ziekenhuis. Daar lag Sam, tussen vele andere minderjarigen aan een infuus, nog altijd lijkbleek. Tot ze ineens rechtovereind ging zitten en begon te schelden en schreeuwen dat ze weg wilde. Ze bewoog druk, bonkte met haar hoofd tegen de muur, probeerde het infuus los te trekken. Was dit mijn kind? Een verpleegkundige zag mijn verbijstering en vertelde dat bijna alle kinderen die bijkomen zo reageren. Ik kon beter naar huis gaan, morgen zou Sam weer zichzelf zijn. In de auto dacht ik alleen maar: wat de fuck heb ik net meegemaakt? De volgende dag ging mijn telefoon en hoorde ik Sams eigen lieve stem: ‘Mam, ik lig in het ziekenhuis, maar waarom?’ En, toen een verpleegkundige op de achtergrond vroeg of ze wat wilde eten: ‘Een boterham met hagelslag graag.’ Een loden last viel van me af. Mijn kind was terug. Toen we haar ophaalden, vroegen we wat ze had gedronken. Drie Bacardi-cola, waarbij ze niet had geweten dat een bodempje Bacardi genoeg is. Ze had het zó vies gevonden dat ze de drankjes met haar neus dicht had opgedronken. Bij het verplichte nagesprek in het ziekenhuis vertelde de arts dat Sam een promillage van 2,3 in haar bloed had gehad. Hetzelfde als een veertienjarig meisje vorig jaar, wier ouders hadden besloten haar thuis haar roes uit te laten slapen. Dat meisje is nooit meer wakker geworden. Daarom doe ik mijn verhaal. Dit kan dodelijk zijn. Bel in hemelsnaam 112.”•
‘Ze had een likeur met gouden vlokjes erin geat, er zit vijftig procent alcohol in’














































