Abonneer nu
Editorial

Linda: ‘Op de plek waar de zonnebedjes bedacht waren, was een enorme cirkel uit het beton gezaagd’

doorLinda de Mol

Dat is nog eens lekker relaxed poseren in bikini als je eigen ‘gezellige zwembandjes’ volledig verstopt zitten achter een paar enorme zwembanden. Ik voelde me sowieso letterlijk als een vis in het water tijdens deze zwembadcovershoot, want ik bevond me in mijn ultieme happy place: ons familievakantiehuis in de Portugese Algarve. Waar het ruikt naar pijnbomen en waar we, als we eindelijk een keer onze klep houden, de zee horen ruisen. We komen hier al ruim 33 jaar elke zomer en ik heb hier genoten van ontelbaar veel zonnige dagen, piripiri kippetjes, strand­wandelingen en BBQ-avonden. Ik zie het kleinere huis ernaast dat nu van Johnny en zijn gezin is en waar vroeger mijn ouders zo graag vakantie vierden: mijn moeder in badpak met een sigaretje en koffie en haar voeten in het zwembad, terwijl mijn vader binnen naar de Tour de France zat te kijken. “Pfff, zit-ie weer binnen … Die eeuwige sport”, mopperde ze dan, terwijl ze het volgens mij stiekem heerlijk vond in haar eentje met d’r crypto­grammenboekje. Ik zie de heerlijke, mollige beentjes en billetjes van mijn kinderen voor me, die hier geen luier aan hoefden, want dé manier om ze ’s zomers zindelijk te krijgen. Noa die op haar tiende eindeloos een voetbal hoog kon houden en Julian die van iedereen kon winnen met memory, ook van ome John die serieus zijn best deed om hem te verslaan. En nog langer daarvoor, toen Johnny nog een puber was en in een kamertje onder mijn slaapkamer sliep. Vóór het uitgaan werd een thuiskomtijd afgesproken en op het afgesproken tijdstip hoorde ik hem altijd binnenkomen en braaf tegen zijn vader roepen: “Ik ben er hoor, welterusten!”

ik zie mijn
kinderen nog
zitten: een
fles ketchup
in het haar,
om het chloor
eruit te krijgen

Als ik dan tien minuten wachtte, hoorde ik de schuifdeur van zijn kamer opnieuw heel zachtjes opengaan en wist ik dat-ie weer gevlogen was tot de zon opkwam. Naar het pleintje, waar de club en de beachbar zaten en ‘waar het allemaal gebeurde’. Hij wist dat ik ’m nooit zou verlinken.
Ik zie mijn kinderen op de buitentrap zitten op de laatste dag van de zomervakantie met een hele fles ketchup in hun haar, omdat dat de enige manier was om de groene zweem van het zwembadchloor uit hun blonde haartjes te krijgen. En ik denk aan mijn broer die nóóit kookt, maar hier wel drie uur met een oververhit hoofd boven een barbecue hangt om het perfecte sardientje en worstje op tafel te zetten, en op zondag een pan roereieren maakt waar-ie rustig twintig eieren in kiepert. En aan die keer dat ik een vriendje van Julian meegenomen had dat, amper een uur na aankomst, riep: “Kijk eens jongens, ik kan een salto achterstevoren”, maar met zijn hoofd de rand van het zwembad raakte waardoor we de rest van de dag op de EHBO zaten en hij de rest van de week niet meer mocht zwemmen met zijn hechtingen.

en ja hoor,
daar stond-ie,
midden op
het terras:
het lulligste
palm­boompje
aller tijden

Ik denk aan de drie mannen met wie ik in die 33 jaar en relatie heb gehad, en aan hoe lastig het na elke break-up was om de eerste keer in ‘ons’ Portugal te komen. Maar hoe het huis, het klimaat en de blauwe lucht me ook altijd beter deden voelen in tijden van stress of narigheid. Mijn moeders jeanshoedje, dat ze altijd ophad als ze bij dat zwembad zat, ligt er nog steeds in mijn kast en de kleren van Jeroen liggen er inmiddels weer. Het leven gaat hier langzamer en daarom denk je er meer over na. Ook aan alle verbouwingsperikelen overigens, want bouwen of verbouwen in een ander land: dat geeft geheid taferelen à la Ik Vertrek.
Toen we het huis kochten, stond in de tuin een armetierig palmboompje van amper tachtig centimeter hoog, maar de vraag van de Engelse ex-eigenaren was of ik alsjeblíéft wilde proberen om uitgerekend dát boompje in leven te houden. “Het is vorig jaar geplant ter nagedachtenis aan de veel te jong overleden zoon van onze beste vrienden. We zouden het vreselijk vinden als het boompje doodgaat omdat jullie het terras op een andere plek willen.”
“Tuurlijk”, beloofde ik plechtig – ondertussen bedenkend dat ze wel een wat mooier exemplaar hadden kunnen nemen. “Dat komt helemaal goed. Het boompje krijgt een ereplek in onze nieuwe tuin.”
Onze aannemer sprak gebrekkig Engels en mijn Portugees beperkt zich zelfs na 33 jaar nog tot menukaarten. Dus voordat er ook maar een baksteen werd verplaatst, ging ik met hem de tuin in, wees het boompje aan en zei – alsof ik tegen een klein kind sprak: “This tree, you see it? This tree, v-e-r-y important. This tree MUST stay alive! Muito importante!”
“Yes, yes”, zei-ie met een begrijpende blik, “no problem.”
Het hele verhaal dat ik daarna nog afstak, over het boompje ­tijdelijk in een grote pot zetten en daarna op een goeie plek in de tuin terug planten, hoorde hij nog amper aan. Toen we maanden later terugkwamen om te kijken hoe het ging met de ­verbouwing, liepen we meteen naar het terras dat inmiddels af zou zijn. Midden­in, echt precíés in het midden van het nieuw aan­gelegde terras – op de plek waar de zonnebedjes bedacht waren – was een enorme cirkel uit het beton gezaagd en daar stond-ie: het lulligste palmboompje aller tijden. De aannemer zag mijn verbijsterde blik en riep meteen: “Hey, you say tree very important, tree must stay!”
“No”, riep ik wanhopig, “I say tree must stay ALIVE, but not here, not in the middle of our new terrace.” Het is goed gekomen, het palmboompje leeft, al groeit-ie tergend langzaam. Ik hoop dat ooit mijn kleinkinderen erlangs rennen op hun blote voetjes, zonder luier omdat ze zindelijk moeten worden. En ik zal ze, zeker als ze ouder worden, meegeven dat dat boompje very important is, en ook als ik er niet meer ben alive moet blijven.•

Dit artikel is afkomstig uit LINDA.252 – Plons, mij niet bellen. Lees hier het hele magazine. 

Thumbnail voor Zon, zee en zwembanden: dit lees je deze maand in LINDA.Zon, zee en zwembanden: dit lees je deze maand in LINDA.Lees ook