‘Deze is speciaal voor alle werkgevers met weinig verstand van zaken en een jarenvijftigmentaliteit.’

Column

‘Deze is speciaal voor alle werkgevers met weinig verstand van zaken en een jarenvijftigmentaliteit.’

“DANK JE”, RIEP ZE IN HET VOORBIJGAAN. “Waarvoor?” antwoordde ik verbaasd terwijl ik gehaast mijn kinderen van de fiets sjorde voordat de bel zou gaan. Ik kende de jonge vrouw op het schoolplein niet, maar zij mij duidelijk wel. “Dank je voor wat je zei over zwangerschapsdiscriminatie.”
Ik was er even stil van. “Wat lief dat je dat zegt”, prevelde ik. “Heb je hetzelfde meegemaakt?” “Ja”, zei ze. “Ik herkende zo veel over gestraft worden voor je zwangerschap. En als je je daarover uitspreekt tegenover je werkgever, wordt het eigenlijk alleen maar erger.”
Daar kon ik over meepraten. Ook bij mij hielpen gesprekken met mijn voormalige werkgever niet. Toen ik vroeg of ik na mijn bevalling weer terug mocht komen, was de boodschap: “Jouw zwangerschap is ook een risico voor mij. Stel, je krijgt een gehandicapt kind, dan moet je thuisblijven om daarvoor te zorgen. En dan heb ik weer een probleem. Snap je?”
De woorden van mijn werkgever bleven lang nadreunen in mijn hoofd. Als mensen tijdens mijn zwangerschap vroegen of ik na mijn bevalling weer aan het werk kon, zei ik: “Mijn baas wil eerst afwachten of mijn kind gezond ter wereld komt.” En dat deed het. Gelukkig. Mijn niet-gehandicapte dochter is nu zeven. Na haar geboorte stond ik vrij snel weer op de werkvloer en het was ook na haar geboorte dat ik op zoek ging naar een nieuwe baan. Ik wilde zo snel mogelijk weg.