We hadden een beetje mot. Nou ja, een discussie. Nou ja, een prikkelend gesprek van mens tot mens. Hij had ‘s avonds de achterdeur weer eens niet op slot gedraaid. En de voordeur trouwens ook niet.
Dat betekende dus dat iedere inbreker of anderszins kwaadwillende figuur gewoon ongehinderd bij ons over de drempel kon stappen, terwijl wij boven nietsvermoedend lagen te slapen, en onze bloedjes (bloedjes!) van kinderen trouwens ook.
Het was niet de eerste keer geweest dat hij het was vergeten. En dan te bedenken dat de politie laatst nog van die lichtborden had neergezet om te waarschuwen dat er inbrekers actief waren in de buurt.
Ik probeerde mijn vriend met gewichtige statements van de ernst van de situatie te overtuigen, wat maar matig lukte.
“Dat betekent dus dat iedereen hier gewoon binnen kan lopen, he?”
“Hmm.”
“Straks staat er ineens midden in de nacht een of andere creep naast ons bed.”
“Hmm.”
“Of naast het bed van de kinderen!”
‘Hmm.”
Dat soort dingen gebeurt!”
“Hmmm.”
“Ik heb het gevoel dat je dit niet echt serieus neemt.”
“Klopt.”
Vervolgens kregen we een gesprek over de reden dat we qua deuren-op-slot-doen-beleid zo anders in de wedstrijd zaten.
Hij dacht persoonlijk dat mijn ongerustheid vooral voortkwam uit mijn gewoonte om me te buiten te gaan aan de meest grimmige true crime-documentaires over vermiste kinderen, ontvoerde vrouwen en rondwarende seriemoordenaars met een voorliefde voor openstaande achterdeuren.
Verder duidde hij zijn eigen nonchalance slechts met de observatie dat hij sowieso niet zo snel ‘paniekerig over dingen doet’. De kans dat er uitgerekend op de avond dat hij was vergeten alles op slot te draaien, een creep binnen zou komen, schatte hij in als klein. Zeker in een tamme gezinsbuurt in Haarlem. Een inbreker zou heus balen zijn, maar zoveel dure spullen hebben we nu ook weer niet.
Wat mijn true crime-fixatie betreft, kan ik hem niet helemaal ongelijk geven, maar in my defense: dat is ook weer niet het hele verhaal. Ik vroeg mijn vriend of hij zich nog kon herinneren dat ik een keer een vrouw had geinterviewd over bewust alleenstaand zijn. Zij zag vooral de voordelen van alleen leven, behalve dan dat ze in de zomer niet met de balkondeuren open durfde te slapen. Mijn vriend had niet meteen begrepen wat ze daarmee bedoelde. Ik wel.
Ik opperde dat mijn angst dat er ‘s nachts iemand binnen zou komen, misschien ook deels samenhing met het feit dat ik een vrouw was. Dat vrouwen over het algemeen opgroeien met een iets andere relatie tot veiligheid en gevaar en een iets andere education als het gaat om persoonlijk risicomanagement. Het is moeilijk om je niet altijd een beetje bejaagd te voelen, als je opgroeit met de boodschap dat simpelweg vrouw-zijn je tot potentiele prooi maakt.
Altijd je hand op je drankje houden. Niet door slecht verlichte straten lopen. Nooit alleen fietsen. Sleutels als wapen in je hand houden. Altijd eerst om je heen kijken voor je de sleutel in het slot steekt. Nooit de deur helemaal open doen voor je weet wie het is. Je kunt nooit weten.
“Het lijstje dat ooit op internet rondging, met in twee kolommen alle dingen die vrouwen en mannen doen om te voorkomen dat ze aangevallen worden, is inmiddels wereldberoemd. In de kolom van vrouwen staat een schier eindeloze lijst van voorzorgsmaatregelen: van ‘nooit ’s avonds hardlopen’ en ‘meteen de autodeuren op slot doen’ tot ‘vriendinnen laten weten waar ik ben’. In de kolom van mannen staat: ‘Niets, ik denk er nooit over na.’ ”
Ook in het lijstje van vrouwen: altijd de ramen en deuren dicht doen, extra sloten erop en nooit op de begane grond slapen. Overdreven? You tell me.
Vrouwen krijgen van jongs af aan niet alleen ingepeperd dat er altijd en overal iets kan gebeuren, maar ook dat ze er zelf alles aan moeten doen om dat te voorkomen. Als het noodlot toeslaat vindt men dat erg. Maar niets roept zulke medogenloze oordelen op als een vrouw die ‘onvoorzichtig’ is geweest. Had daar dan niet alleen gelopen. Had die deur dan ook gewoon op slot gedaan.
“Dus voor jou is het ‘s avonds dichtdraaien van die deuren gewoon een handeling. Voor mij behoort het tot de dingen die ik van mezelf beslist niet mag vergeten.”
Mijn vriend zei dat hij er voortaan extra op zou letten. Ik zei dat ik dat fijn zou vinden.
“Maar als er in onze buurt net een seriemoordenaar actief is die goed is met sloten, dan zijn we alsnog kansloos, he?”, zei hij.
“De Haarlemse Houdini,” zei ik zachtjes.
“Zou wel een perfecte naam voor een true crime docu zijn.”
Het beste van LINDA. direct in je mail? Meld je aan voor onze nieuwsbrief.
Ze zei: 'Beetje triest, vrouwen die nadat ze moeder zijn geworden nog steeds naar festivals en feesten gaan'















































