Johan Fretz: ‘Ik kan veel moeilijker nee zeggen tegen mijn dochter dan tegen mijn zoon'

Column

Johan Fretz: ‘Ik kan veel moeilijker nee zeggen tegen mijn dochter dan tegen mijn zoon'

VADERS MOETEN NIET DWEPEN MET HUN DOCHTERS. Misschien moeten ze trouwens sowieso niet te veel dwepen met hun kroost, maar als het dan toch moet: liever met hun zonen dan met hun dochters. Een vader die dweept met zijn dochter houdt namelijk bijna altijd onbedoeld een kwalijk clichébeeld in stand: dat van De Grote Sterke Papa, De Man Die Normaal Natuurlijk Nooit Sentimenteel Is Of Zijn Gevoelens Uit Maar Nu Hij Een Dochter Heeft Wel. Papa en ‘zijn kleine prinses’. De Oerman die zorgt voor het Kleine, Kwetsbare Meisje. Wat leer je je dochter, wat vertel je aan de wereld, wanneer je dat bordkartonnen cliché hoogdravend ­reproduceert? Ongetwijfeld zijn er mensen die nu alweer witheet of rood aanlopen. ‘Je mag ook niks meer’ roepen naar de foto boven mijn column. ‘Van deze woke millennial mag je niet eens meer als trotse vader de grote liefde voor je dochter benoemen.’

Misschien moet ik het nog even beter uitleggen. Wat ik bedoel, is dat ik me sinds ik een dochter heb, heel bewust ben van hoe verschillend de wereld naar jongens en naar meisjes kijkt. En S. en ik zijn niet zo’n stel voor wie alles radicaal genderneutraal hoeft. We hebben vrienden die zo ver gaan dat hun dochter nooit een jurkje of strikje mag en roze een verboden kleur is. Bij ons geldt in principe vooral dat we zowel James als Leah altijd alles aanbieden: of het nu auto’s of treintjes zijn, babypoppen of keukentjes – of het nu paars, blauw, rood of roze is. We bieden het zonder opgelegd oordeel aan. Zo simpel is het.