Meisjes volgen vaker dan jongens een mbo-opleiding op het hoogste niveau. Dat blijkt uit nieuwe cijfers van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS).
En ook in studierichting zijn verschillen tussen de seksen te zien.
Het hoogste niveau
Van de meisjes onder de 25 jaar die een mbo-opleiding volgden, deed tijdens het studiejaar 2017-2018 ongeveer zestig procent dat op mbo-4 niveau, het hoogste niveau. Bij jongens lag dat rond de 51 procent. Mbo-niveaus verschillen in vooropleidingseisen en opleidingsduur. Niveau 4 duurt meestal drie jaar. Studenten kunnen als ze willen daarna verder studeren op het hbo.
Verschillen jongens en meisjes
De verschillen hebben ermee te maken dat jongens vaker dan meisjes in het voortgezet onderwijs de beroepsgerichte leerwegen van het vmbo volgen, namelijk vmbo-b en vmbo-k. Daarna stromen ze door naar het mbo-2 niveau. Terwijl meisjes vaak vanuit het vmbo doorstromen naar het hoogste niveau van het middelbare beroepsonderwijs.
Zorg en welzijn
Ook zijn verschillen zichtbaar in de studiekeuze. Ongeveer de helft van de meisjes volgde namelijk een opleiding in de sector zorg en welzijn, bijvoorbeeld een opleiding tot verzorgende. Jongens gingen eerder voor opleidingen in de sector techniek (41 procent) of economie (38 procent). Die laatste was ook onder meisjes populair. Dertig procent koos hiervoor.
In 2017-2018 volgden in totaal ongeveer 436 duizend jongeren tot 25 jaar een mbo-opleiding. Ter vergelijking: 344 duizend studenten stonden ingeschreven in het hoger beroepsonderwijs (hbo) en 220 duizend bij de universiteiten. Van het aantal mbo-studenten is ongeveer 53 procent jongen. In het hbo en wo waren er in 2017-2018 juist meer vrouwen dan mannen.