Carrière en kinderen. Dat bekt best lekker, maar in de praktijk blijken laptops en luiers een stuk minder moeiteloos samen te gaan. Hoe dat er in andere huishoudens aan toegaat – in hemelsnaam? Je leest het in de rubriek Mama is de Baas.
Deze week Evelien Vennema (37), fotograaf en oprichter van Fosje, een webshop met producten voor kinderen die groter zijn, anders ontwikkelen of extra zorg nodig hebben. Als Eveliens oudste zoon Jens anderhalf jaar oud is, blijkt hij het Kleefstra-syndroom te hebben. Een zeldzame genetische aandoening waardoor Jens meervoudig beperkt is. Twee jaar later wordt Sofie geboren, een lief babytje dat heel, heel veel huilt. Hoe Evelien het allemaal doet? Lees en leer.
Julie (38) heeft vier kinderen en haar eigen bedrijf Tiny Library: ‘Eeuwige zoektocht naar balans’
Kinderen: Jens (4 jaar), Sofie (1,5 jaar)
Werkt: fotografe en oprichter van Fosje
Zo doet ze het: met behulp van opa’s, oma’s, BSO en een lieve zorgoppas.
Wat doe je voor werk?
“Voordat ik Fosje begon, was ik fotografe. Dat ben ik nog steeds, maar waar ik eerder veel bruidsfotografie en familieshoots deed, werk ik nu voornamelijk voor instellingen en bedrijven die maatschappelijke impact maken. Sinds we Jens hebben en daarmee ‘zorgouders’ zijn geworden, richt ik me meer op toegankelijkheid, inclusiviteit en gelijke kansen. Hoewel het heel goed gaat met Fosje – we bestaan sinds mei en hadden deze week onze 400e bestelling – verdien ik mijn geld nu nog met fotografie. Maar elke verdiende euro die overblijft, verdwijnt dan weer in Fosje, haha.”
Hoe regelen jullie de opvang?
“Mijn man is ook ondernemer en werkt fulltime. Jens gaat vijf dagen naar speciaal onderwijs en één dag naar de BSO op maandag. Sofie gaat twee dagen per week naar de opvang (maandag en woensdag). Onze ouders vangen de kinderen op dinsdag en donderdag op. Woensdag doet mijn man dat, en ik ben er de hele dag op vrijdag. Een hele puzzel dus.”
Hoe ziet de ochtend(spits) er bij jullie uit?
“De wekker – onze kinderen – gaat rond kwart voor zeven en dan kleden mijn man en ik allebei een kind aan. Wie doet wie? Dat verschilt per dag. Vervolgens eten we met z’n allen yoghurt of pap en spelen de kinderen nog even, terwijl wij ons om en om klaarmaken. We kijken per keer wie de kinderen wegbrengt, maar twee dagen per week doet mijn man het in ieder geval, zodat ik kan gaan sporten. Dat klinkt allemaal best relaxed, hè, en dat is het nu ook. Maar je had het me een jaar geleden niet moeten vragen. Sofie was een huilbaby, en dat in combinatie met de zorg voor en over Jens, plus een verbouwing en verhuizing, maakte dat ik er toen helemaal doorheen zat. Ik ben van nature een enorme controlfreak en heb echt van een therapeut moeten leren het perfecte plaatje los te laten. Sindsdien, en sinds Sofie wat ouder is, gaat het een stuk beter. We zijn nu eigenlijk heel gelukkig.”
En de avondspits?
“Sofie moet op tijd eten, anders wordt ze chagrijnig, haha. Meestal doe ik de boodschappen en maak ik het avondeten. Daarbij houd ik het bewust heel simpel. Opwarmmaaltijden of recepten die heel snel klaar zijn. Jens vraagt veel meer van ons dan een gemiddeld kind van 4,5 en moet in alles meer begeleid worden. Zelfstandig spelen is lastig, dus de avondspits is vaak best een uitdaging, maar inmiddels hebben we er wel een weg in gevonden. Mijn man is meestal op tijd thuis, zodat we samen eten. Na het eten gaan we vaak nog even buitenspelen en daarna snel naar bed. Jens lezen we meestal een stuk of drie boekjes voor, Sofie leggen we iets sneller weg. Al krijgen we die ‘s nachts nog regelmatig terug. Vannacht heb ik nog anderhalf uur naast haar bedje gezeten. Elke keer als ik weg probeerde te sluipen, zette ze het op een gillen. Alles is een fase, zeggen ze toch?”
Ben je (niet) moe?
“Ja, regelmatig. Maar omdat ik zelfstandig ben, heb ik het geluk dat ik soms overdag nog een dutje kan doen. Dat scheelt veel. En ik ga vroeg naar bed, rond half tien. Mijn man heeft een stuk minder slaap nodig, heerlijk lijkt me dat. En verder sport ik drie keer per week. Daar laad ik echt van op. Even een rondje hardlopen, of een yogaklasje. Op zaterdagen rennen we ook weleens met z’n allen. Eén iemand fietst met de kinderen in de bakfiets, de ander rent. En na een tijdje wisselen we door.”
Heb je een vrije dag?
“De vrijdag. Dan ga ik in de ochtend altijd met Sofie zwemmen. Dat is een heerlijk makkelijke ochtend, alhoewel: ik moet haar ‘s middags dan wel altijd wakker maken om Jens van school op te halen. Dat is dan wel weer onhandig, maar daar zullen meer ouders mee kampen. Privé probeer ik eens in de zoveel maanden een spa-dagje in te plannen, en ik spreek ook graag met vriendinnen af om even wat gezelligs te doen.”
Welke taken komen er op jouw bord terecht?
“Boodschappen, koken, de kleren van de kinderen, de logistiek. Mijn man doet vaak de was, en ook nog een hele hoop andere dingen waar ik nu even niet meteen op kan komen, haha. De taakverdeling in huis is op een heel natuurlijke manier gegroeid. We zijn er allebei tevreden mee. Al hebben we er ook weleens een discussie over, welk stel niet? Toch?”
Vind je werk en kinderen makkelijk te combineren?
“Inmiddels wel – mits er niemand ziek is, want dan valt alles in het honderd. En werk en kinderen tegelijkertijd vind ik ook niet te combineren. Ik probeer wel eens pakketten op vrijdag te pakken en te versturen, maar dan duurt alles drie keer zo lang. Want: bloedneus, poepluiers, huilbui, ruzie.
Door werktripjes van mijn man en vroege en/of late afspraken ben ik trouwens ook regelmatig met de kinderen alleen. Dan probeer ik echt vooruit te denken, omdat ik weet dat als ik stress ervaar, ik niet de moeder kan zijn die ik wil zijn. Dat betekent: ‘s avonds de broodtrommel klaarmaken, kleren klaarleggen, choose your battles en eerder opstaan.”
Zijn de kinderen blij met hoe het gaat?
“Ja, volgens mij wel. De kinderen zijn beiden dol op hun opa, oma’s en juffen, maar vinden het ook elke dag weer heel fijn om thuis te komen. Jens zei dit jaar op mijn verjaardag dat hij van me houdt. Omdat hij niet goed spreekt – jij zou hem bijvoorbeeld niet kunnen verstaan – was dat echt het grootste verjaardagscadeau dat hij me kon geven. ‘Hou jou mama’, zei hij. Ik denk dat als je kinderen graag thuis zijn, maar je ze ook zonder al te groot drama kunt wegbrengen, dat dat wel aantoont dat ze lekker in hun vel zitten.”
Rowan (36) heeft drie jonge kinderen en werkt in de media: ‘Hoe doen ouders zonder vangnet dit?’
Wat maakt de combinatie carrière en kinderen voor jou zo leuk?
“Mijn kinderen bieden mij heel veel inspiratie. Jens zorgt ervoor dat ik recht uit mijn hart Fosje heb opgezet en impact wil maken, en dat geldt eigenlijk ook voor Sofie. Daarnaast ben ik ook gewoon heel blij om iets voor mezelf te hebben, want ik haal elke dag heel veel energie uit mijn werk. Juist de afwisseling zorgt ervoor dat je voor beide onderdelen heel dankbaar bent.”
Waar kijk je naar uit als de kinderen wat ouder zijn?
“Dat vind ik een lastige vraag, want we weten niet hoe Jens zich zal ontwikkelen. Daarom leef ik liever per dag. Dat heb ik overigens echt moeten leren tijdens mijn therapie. Het heeft me een hele tijd gekost om het beeld dat ik van een gezin had – een gedekte tafel met veel kinderen, lekker lang natafelen, spelletjes spelen – bij te stellen. Dat is me redelijk goed gelukt, maar als ik aan de toekomst denk, kan me dat wel heel erg beangstigen. Kinderen met het Kleefstra-syndroom hebben een grote kans om tijdens de puberteit een psychose of depressie te krijgen. Daar wil ik het liefst zo min mogelijk aan denken, maar het blijft altijd in onze gedachten. Maar goed, als ik dan toch groots droom, zou ik zeggen dat het me heerlijk lijkt om weer eens wat verdere reizen te maken.”
Droom je weleens van: alles verkopen en vertrekken?
“Totaal niet. Toen we voor Jens op zoek moesten naar speciaal onderwijs, zijn we van Amsterdam naar Hilversum verhuisd. Mijn man en ik zijn allebei geboren en getogen Amsterdammers, dus dat hadden we allebei totaal niet zien aankomen. Maar het bevalt ons hier geweldig. Ik ben binnen acht minuten op de hei. We hebben ons huis van top tot teen verbouwd, en ja – we zijn hier gewoon echt heel gelukkig.”
Heb je nog een ultieme tip voor moeders die het soms even niet meer overzien?
“Denk niet dat je het alleen hoeft te doen. In mijn geval heb ik hulp gezocht bij een therapeut, maar mijn man is ook absoluut mijn steunpilaar. Toen ik er helemaal doorheen zat, was hij degene die tegen me zei: ‘Oké, dan moeten we zorgen dat er iets gaat veranderen.’ En toen kwam hij met die twee sportochtenden. Dus kort gezegd: maak je gedachten bespreekbaar, schakel hulp in en accepteer hulp als het je wordt aangeboden. Je hoeft het niet alleen te doen. In de kraamtijd met Sofie heb ik werkelijk alle hulp aangenomen die werd aangeboden, ik kon gewoon niet anders. Verder maken wij ook graag gebruik van Zorg-oppas, zodat we er soms ook even samen tussenuit kunnen. Daar laden we echt altijd enorm van op.”
Niets missen van LINDA.mini? Schrijf je in voor de wekelijkse nieuwsbrief.
Celine Charlotte (38) is alleenstaande moeder en miljonair: 'Ik sta om half vijf ‘s ochtends op'

















