Op een donderdagavond in bed staarde ik na het lezen van mijn eerste tweelingenboek minutenlang als een bang hert voor me uit. Ik ben 23 weken zwanger van een identieke tweeling. Er zitten twee gezellige mannen in mijn buik. Maar een tweeling bleek niet voor de poes, volgens het boek.
De bevalling wordt sowieso medisch. Tweelingen worden vaak te vroeg geboren. Maar hoe vroeg is té vroeg? Hoe word je eigenlijk een goede moeder voor twee tegelijk? Ik begon me sterk af te vragen: kan ik dit allemaal wel?
Mijn ouders hadden me inmiddels al minstens vijf keer op het hart gedrukt dat ze zouden komen helpen. Met oppassen, voeden en badderen, zodat wij af en toe konden slapen. Toch belde ik ze na het lezen van het tweelingenboek nog maar eens op. Of ze écht, écht wilden komen helpen. Want ik zag simpelweg niet voor me hoe mijn vriend en ik dit met z’n tweeën zouden gaan redden. Deze wervelwind aan – je zou het bijna vergeten – gezellige babychaos.
Vraag het Veerle: 'Een tweeling, hoe ga je dat doen? En wat was je eerste gedachte?'
Dus besloten we iets te doen waar ik normaal gesproken helemaal de kriebels van krijg: een cursus hypnobirthing. Mijn nicht had er vol enthousiasme over verteld. Dankzij die cursus had ze haar tweede bevalling, in haar eigen woorden, “gerockt”. Ze waarschuwde me wel alvast voor een lichte dosis zweverigheid, maar verzekerde me ook dat dat het waard zou zijn. Dus reden wij, met een gezonde portie scepsis, naar Utrecht.
En eerlijk: als je alleen de foto’s zou zien van wat we daar deden, had ik daar vooraf nou niet meteen voor getekend. Het bleek uiteindelijk een van de meest leerzame dingen die ik in maanden had gedaan.
Ik had inmiddels zo veel horrorverhalen gehoord over bevallen, dat ik allang niet meer geloofde dat het ook iets bijzonders kon zijn. Tijdens die cursus leerden we met een soort zelfhypnose – help me lord – jezelf voor te bereiden op een positieve bevalling. De dag bestond uit in- en uitademen en daar je eigen rust en ritme in vinden.
De positieve affirmaties als ‘Ik vertrouw op mijn lichaam’ vlogen je om de oren. Eerlijk gezegd moest ik bij dat soort zinnen aan het begin vooral een beetje gniffelen. Tot de ijsklontjes erbij kwamen. Aan het einde van de dag moesten alle vrouwen een ijsklontje in hun hand houden. Een volle minuut. En geloof me: dat doet pijn. Na veertig seconden was ik al geneigd het klontje stiekem terug in het bakje te laten glijden.
Daarna moesten we nóg een minuut. Maar nu met alle technieken die we die dag hadden geleerd. Rustig ademen. Je focus ergens anders neerleggen. Dus wandelde ik in mijn hoofd door het bos. Met de tweeling in een kinderwagen. Zachte lentezon en vogeltjes om me heen. Het was bijna of ik daar écht was.
En het verschil was verrassend. Ik had dat klontje zo nog minutenlang vast kunnen houden. De pijn was er nog steeds – exact hetzelfde zelfs – maar hij voelde ineens een stuk minder aanwezig. En dat was precies het punt.
Nu hoop ik maar dat ik al die wijsheden en mijn kersverse zen straks ook kan inzetten in de chaos van weeën en twee baby’s die hebben besloten dat het tijd is om naar buiten te komen. Maar één ding heeft die cursus me wel gegeven: een ander beeld van de bevalling.
'Die roze wolk bij een zwangerschap is voor veel vrouwen helemaal niet herkenbaar'
Ik was namelijk even vergeten dat dit óók een bijzondere periode kan zijn. Dat je misschien maar één keer in je leven een kind – of twee tegelijk – op de wereld zet. Dat het ook iets moois kan zijn om zo’n moment met je partner te delen. Ja, het gaat pijnlijk zijn. En intens. Maar ergens kijk ik er nu bijna naar uit om mijn eigen bevallingsverhaal te schrijven, in plaats van me volledig te laten meeslepen door de horrorverhalen van anderen.
Dus ik spreek jullie over een paar weken weer. Hopelijk met een positief bevallingsverhaal. En twee kleine hoofdrolspelers.
Niets missen van LINDA.mini? Schrijf je in voor de wekelijkse nieuwsbrief en download de LINDA.mini-app.
Sander Lantinga: ‘Na die roze wolk volgt een venijnig lagedrukgebied boven het huishouden'

















