Op Valentijnsdag 2008 lag ik ‘ziek’ op de bank bij mijn ouders thuis. Niet echt ziek, trouwens. Meer strategisch afwezig.
Ik was vanuit mijn middelbare school halverwege de dag naar huis gegaan, omdat ik de bui al voelde hangen met een van mijn vriendinnen. We vonden dezelfde jongen leuk. Alleen had hij zijn zinnen op mij gezet. En dat betekende één ding: die roos die je op school anoniem kon laten bezorgen op Valentijnsdag, zou waarschijnlijk bij mij terechtkomen. Ik zag het scenario in de pauze al helemaal voor me. De blikken. Het negeren. Dus koos ik voor de veilige route: naar huis, dekentje, einde discussie.
'De echoscopiste draaide zich naar ons toe en zei: 'Houd je vast, het is tóch een tweeling''
Verbondenheid met andere vrouwen kon ik vroeger soms best ingewikkeld vinden. Maar hoe ouder ik werd, hoe meer fantastische kanten van vrouwen ik begon te zien. Ik dacht eigenlijk dat ik alles inmiddels wel kende. Tot ik zwanger werd. Van een tweeling, nog wel.
Want toen gebeurde er iets vreemds. Iets wat ik van tevoren totaal niet had verwacht. Ineens had ik een soort stille verstandhouding met andere vrouwen. Of ze nou één kind hadden, drie kinderen, zwanger waren of ooit zwanger waren geweest. Of vriendinnen hadden die door diezelfde perikelen zijn heengegaan.
Op het moment dat ik vertelde dat je zwanger was, gebeurde er iets in hun blik. Warmte. Herkenning. En bijna altijd dezelfde eerste vraag: “Hoe voel je je?” Niet uit beleefdheid. Maar omdat ze het weten. Hoe intens deze periode kan zijn. Hoe verwarrend. Hoe bijzonder.
In mijn Instagram-DM’s verschenen berichten van vrouwen die ik helemaal niet kende. Maar die precies begrepen waar ik doorheen ging. Geruststellingen wanneer ik een angst deelde:“Mijn buik was ook helemaal niet zo groot bij een tweeling.” “Geloof niet alles wat je online ziet.” “Het komt goed.” Misschien is het een beetje vreemd dat onbekenden me op internet gerust kunnen stellen. Maar hun woorden haalden vaak net de scherpe randjes van mijn rampscenario’s af. Niet elk verhaal hoeft het mijne te zijn.
Die warmte overviel me op een positieve manier. Er zou een woord voor moeten bestaan. Een woord dat beschrijft hoe vrouwen elkaar kunnen dragen op momenten dat het nodig is. Hoe ze elkaar geruststellen, zonder dat daar veel uitleg voor nodig is. Dus bij deze introduceer ik graag een nieuwe term: het buikverbond. Wat mij betreft mag hij zo in de Van Dale. Op de middelbare school in het lespakket. Want het is een fenomeen waar elke vrouw vroeg of laat iets aan heeft.
Ik realiseer me nu dat ik al die jaren een beetje met oogkleppen naar zwangere vrouwen keek. Naar moeders. Nu pas voel ik wat een vrouwenlichaam eigenlijk kan. Hoe sterk het is. En misschien nog wel mooier: hoe vrouwen elkaar daarin optillen. Zwanger zijn heeft een deur geopend naar een wereld die altijd al bestond, maar waar ik me totaal niet bewust van was. Een wereld van buikverbond.
En tussen alle ziekenhuisbezoeken, dikke buiken en echo’s door probeer ik ook te genieten van deze onverwachte bijvangst: verbondenheid. En eerlijk: dat had het veertienjarige meisje op de bank met een dekentje op Valentijnsdag niet aan zien komen.
Niets missen van LINDA.mini? Schrijf je in voor de wekelijkse nieuwsbrief en download de LINDA.mini-app.
'De echoscopiste draaide zich naar ons toe en zei: 'Houd je vast, het is tóch een tweeling''

















