Het voelt alsof ik weer dat 10-jarige meisje ben, dat de dagen aftelt naar haar verjaardag. Elke donderdagochtend is het eerste wat ik doe: mijn telefoon checken. Niet naar Instagram of WhatsApp – wat over het algemeen wel een kleine verslaving is – maar direct naar de zwangerschapsapp. Hoeveel weken is het vandaag? Hoe groot zijn de baby’s nu?
Donderdag betekent namelijk weer een week verder met de tweeling. En bij een tweeling telt elke week een beetje extra. Vroeggeboorte ligt namelijk vaker op de loer. Ik las laatst dat tweelingen er opvallend vaak eerder uit willen dan gepland. Bijna de helft wordt al vóór 37 weken geboren, terwijl dat bij eenlingen maar zelden gebeurt.
'De echoscopiste draaide zich naar ons toe en zei: 'Houd je vast, het is tóch een tweeling''
Dat kan allemaal echt goed aflopen. Maar er is een kans dat het leven voor de tweeling dan begint tussen couveuses, slangetjes en piepende ziekenhuisapparaten. Dus ja: elke donderdag voelt tegenwoordig als een kleine overwinning. En vorige week donderdag voelde als een mijlpaal!
We hadden de 24 weken behaald. De grens van levensvatbaarheid. Vanaf die week gaan ze in het ziekenhuis er alles aan doen om de baby’s te redden, mochten ze ineens te vroeg besluiten dat het buitenleven toch wel erg interessant klinkt. En aangezien tweelingen erom bekendstaan eerder naar buiten te willen piepen, vond ik dat toch een enigszins geruststellende gedachte.
Het echte feest begint bij 28 weken. Dan wordt de kans dat ze het redden ineens een stuk groter. Nog steeds met couveuses en kleine handjes vol draadjes, maar vanaf dat moment weet je bijna zeker dat er straks een toekomst gaat zijn met de twee. Vanaf week 28 mag voorzichtig de vlag uit. Alleen … zover zijn we nog niet helemaal.
Voor nu houd ik nog een kleine slag om de arm. Het blijft tenslotte spannend. Mijn vriend en ik hebben twee namen in gedachten, maar in mijn hoofd zijn het nog steeds ‘de baby’s’. Toch een klein beetje zelfbescherming misschien. Mocht het nog misgaan, dan voelt dat makkelijker. Tegelijkertijd voel ik met heel mijn lijf: dit mag en kan niet meer verkeerd gaan. Dit gaat helemaal goedkomen. Misschien is het een vroeg moederinstinct, maar ik vertrouw
er volledig op dat ze nog lekker even blijven zitten. Groter en sterker worden. Voordat ze straks samen de wereld onveilig komen maken.
Dat ze elkaar nog maar lekker even wakker trappen in mijn buik. Mij wakker trappen mag ook. Zolang ze zichzelf er maar niet per ongeluk uit trappen. Als we die 36 weken halen – het maximum dat ze daarbinnen mogen logeren – ben ik straks een gelukkige, en waarschijnlijk enorme, moeder. Nooit gedacht dat ik ooit blij zou zijn met een grote buik. Maar op dit moment kan hij me niet groot genoeg worden.
Niets missen van LINDA.mini? Schrijf je in voor de wekelijkse nieuwsbrief en download de LINDA.mini-app.
Vraag het Veerle: 'Een tweeling, hoe ga je dat doen? En wat was je eerste gedachte?'

















