Actrice Barbara Sloesen (37) is samen met muzikant Joost Hofman (33). Samen hebben ze zoon Shaffy. Voor LINDA.mini schrijven ze een duo-column.

Barbara: 'Ik zou eens wat harder tegen mezelf moeten roepen hoe goed ik het doe'
BARBARA
“Mop, kijk een drol”, roept Joost. Voor de duidelijkheid: hij is Shaffy aan het verschonen. Met een gevoel van trots, zo’n trots die ik tot nu toe alleen maar bij een hele mooi filmrol heb gevoeld, ga ik kijken naar ‘de eerste drol’ van mijn kind. “Oh, wat goed van jou”, hoor ik mezelf zeggen.
De ‘Oh, wat goed van jou’s’ vliegen de laatste tijd heel gemakkelijk mijn mond uit. Shaffy rolt om: oh, wat goed van jou. Shaffy klapt: Oh, wat goed van jou. Hij eet mijn met liefde gemaakte courgette-zalm cupcake: Oh, wat goed van jou.
Zelf heb ik nog nooit een cupcake met zalm en courgette gegeten, want ik HAAT gebakken zalm. Daar verdient hij dus zeker een ‘Oh, wat goed van jou’ voor. Ik geef trouwens iedereen die gebakken zalm wegkrijgt zonder te kolkhalzen een schouderklopje, hoor.
Het gaat zo natuurlijk en vanzelf om je kind bij elk klein stapje, elke kleine ontwikkeling te prijzen. Complimenten zijn nog nooit zo makkelijk weggeven. Van het aanhappen zonder mijn tepel eraf te bijten tot tijgeren door de kamer, ik vind het allemaal even prachtig.
Ik ben blijkbaar toch echt zo’n moeder geworden die voor alles wat haar kind doet en kan slingers en toeters tevoorschijn haalt. Die vreugdedansjes doet als haar kind de zorgvuldig opgebouwde toren van plastic bekers omvergooit. Die overwinningsliedjes zingt wanneer van de dertig pogingen één keer de lepel met bietenpuree niet op de grond belandt. Oh, wat goed van jou!
Waarom vind ik het zo ongelooflijk makkelijk om hem in alles aan te moedigen en mijn bewondering te uiten, maar ben ik naar mezelf zo ongelooflijk streng? Verdien ik, de vrouw die hem nota bene heeft gemaakt, niet ook diezelfde trots.
Natuurlijk lukt niet alles in één keer, maar Shaffy rolde ook niet bij zijn eerste poging. Hij tijgerde zelfs eerst achteruit. Hallo, niet handig. Maar toch ben ik trots op hem, ook als hij nog honderd keer omvalt. Ook als hij achteruit blijft tijgeren. En een beetje extra als hij mijn zalm-cupcakes blijft eten.
Maar goed, niet mijn punt. Het gaat mij erom dat ik eens wat harder tegen mezelf moet roepen hoe goed ik het doe. Dat ik trots ben op mezelf. Dat ik een vreugdedansje doe omdat het me gelukt is deze keer máár vijf minuten te laat in de studio te zijn. Of omdat ik deze week een scene heb geschreven voor onze theatervoorstelling.
Dat ik overwinningsliedjes zing omdat ik al acht maanden borstvoeding geef. Of omdat ik ‘s avonds laat groentehapjes maak om in te vriezen. Mezelf een schouderklopje geef omdat ik, naast wat het moederschap allemaal van me vraagt, ook nog actrice ben en hou van mijn werk. En natuurlijk een lofzang dat ik tussen het voeden, koken en verschonen van luiers met drolletjes door ook nog een column schrijf.
Dus ik bedoel ik niet dat halfbakken ‘het is goed genoeg’ of ‘niemand is perfect’-geblabla. Nee, uit volle borst: Godskolere wat doe jij dit fantastisch, niemand had dit beter gekund dan jij! Bedenk er een Rotterdams accent bij en het werkt nóg beter.
Dus daar gaan we:
“..(eigen naam).., Ik ben zo trots op jou!”
Joost: 'Zeer zelden hoor ik vaders over onzekerheden bij het opvoeden van een kind'Lees ook
JOOST
Zinnen die, wanneer je ze uitspreekt in 2026, ervoor zorgen dat we geen vrienden worden:
– De Israëlische regering heeft ook goede punten.
– Ik heb super veel zin in een toekomst met AI.
– Ik kan me vinden in de uitspraken van Fred van B&B Vol Liefde.
Dus als ik zeg dat ik het met één zin enigszins eens ben, maak ik allesbehalve vrienden. Verloochen ik mezelf, nota bene. Toch moet ik toegeven dat er één zin tussen zit.
“Het is Fred op één, dan de kinderen”, hoor ik op de televisie.
“Wat een óngelooflijke lul”, zeg ik hardop op de bank tegen Bar. Een man die al 200 maanden wacht op zijn doorbraak als kunstenaar door elke maand een nieuwe tonijn van metaal in elkaar te flansen, durft tegen een moeder die hij net twee dagen kent te zeggen dat híj op één staat. Moet staan.
Een paar dagen later release ik mijn nieuwe nummer, Terug Naar Geluk. Het is, zoals Ivo Niehe zou zeggen, geen unaniem belachelijk groot succes tot nu toe. Op een verjaardag zegt een vriend tegen me dat hij het zo knap vindt dat ik door blijf zetten met mijn muziek, in een cultureel landschap dat door meerdere factoren bijna onmogelijk lijkt om door te breken.
Plots voelt het alsof ik met een gieter met verf boven een parasol sta.
Ik heb 34 jaar lang mezelf in mijn leven op één gezet. Soms schuren egoïsme en ambitie dicht tegen elkaar aan. Uiteraard, vrienden, familie, vriendinnetjes: ze kregen voorrang. Maar wel voorrang op mijn snelweg.
Daarbij komt kijken dat ik mijn werkende leven juist vooral vóór anderen werkte. Atleten, artiesten, politici: alles deed ik eraan zodat zij konden floreren in hun vakgebied. Zo discreet mogelijk ook, waardoor de honger naar persoonlijke erkenning steeds groter werd. En niet gestild. Ja, we zijn toch stereotype millennials, vrees ik.
Met mijn muziek heb ik het gevoel dat ik voor het eerst écht voor mezelf kies, maar voelt het soms ook alsof ik een enkeltje naar een drassig moeras heb gekozen. Zo zal elke muzikant zich ongetwijfeld wel eens voelen, maar bij mij legt de keuze het af tegen een verantwoordelijkheid die ik simpelweg niet kan ontwijken: die als vader. Ik schrik van die gedachte, omdat ik flirt met het gedachtegoed met Fred. Wil ik mezelf nog steeds op één zetten?
Op dezelfde verjaardag als waar ik eerder over sprak, introduceert diezelfde vriend me aan iemand anders. “Dit is Joost. Hij maakt muziek, schrijft, gaat het theater in, maakt podcasts…”
Plots voel ik me een vijfdelige Fred, met acht gieters verf en zevenendertig tonijnen om me heen.
“En ik ben een half jaar geleden vader geworden”, voeg ik er aan toe.
“Kijk, dat is het allerbelangrijkste”, reageert de man.
En fuck, ja, dat is het ook. Ik probeer een hit te schrijven terwijl de mooiste melodie uit de Maxicosi komt. Een theatertour te maken terwijl de meest ontroerende scène ’s avonds, wanneer we naast Shaffy kruipen, al bezig is.
Juist door mezelf op de tweede plek te zetten, zorgt de eerste plek ervoor dat ik als vader kan floreren. En daar kan geen nummer 1-hit tegenop. (Maar zou wel fijn zijn als je ’m even streamt.)
Niets missen van LINDA.mini? Schrijf je in voor de wekelijkse nieuwsbrief en download de LINDA.mini-app.
Barbara: ‘Als ik Instagram moet geloven, doe ik alles fout'Lees ook
















