
Helemaal gek worden als er iemand op je bed zit. Panisch door spetters tijdens de afwas. Zo is het als smetvrees je leven beheerst.

‘MIJN EIGEN BESTEK GAAT ALTIJD MEE’
Ella Risya (22) is opgeleid tot stewardess en woont in Amsterdam.
“Openbare wc’s zijn mijn ergste nachtmerrie. Theedoeken die meerdere keren worden gebruikt, raak ik voor geen goud aan en ik eet alleen van mijn eigen bestek. Het idee dat ik een vork gebruik die al in duizenden monden heeft gezeten kan ik niet aan. Ik heb een speciale bestekset die ik meeneem naar restaurants. Soms ben ik bang dat ik daardoor onbeleefd overkom, maar de meeste mensen vinden het wel grappig.
Mijn smetvrees is begonnen toen ik vijf jaar was en mijn buurvrouw me een kop thee aanbood. Ik zag hoe ze daarbij een oud theezakje gebruikte dat er al een tijdje lag. Sindsdien drink ik het liefst niks meer bij anderen. Mijn moeder vindt ook veel dingen vies. Als ik vroeger in de zandbak had gespeeld, zette ze me meteen onder de douche. Mijn zusje en ik hebben het van haar overgenomen denk ik, al is het bij mij wel een beetje erger geworden. Ik heb een tijdje op kamers met twee huisgenoten gewoond. De keuken stonk altijd naar wiet en sigaretten en de gootsteen stond vol pannen met aangekoekte rijst. No way dat ik daar mijn eten ging koken. Op mijn kamer maakte ik een minikeuken, met een eigen koelkastje en een airfryer, maar het was eigenlijk geen doen. Gelukkig woon ik nu alleen. Ik vind veel dingen vies, maar als ik eerlijk ben, heb ik er niet zo’n last van. Ik weet niet beter dan dat ik zo leef. Al zou het wel handig zijn om water uit de kraan te drinken. Nu drink ik alleen water uit plastic flessen of kraanwater dat ik eerst zelf heb gekookt. Dat is best een gedoe.”

‘NA EEN WC-BEZOEK SCHROB IK DE TEGELS’
De Amersfoortse Floor Jansen (18) werkt parttime in de bediening van een restaurant.
“Soms probeer ik aan mensen uit te leggen dat ik moeite heb met dingen die door veel andere mensen zijn aangeraakt, zoals trapleuningen, deurklinken of stoelen in de trein. ‘O, maar dat heb ik ook’, zeggen mensen dan vaak. Heel nonchalant, alsof het iets is wat je zomaar uit je hoofd kan zetten. Maar het probleem is nou juist dat dat mij niet lukt. Mijn angst voor viezigheid beheerst mijn hele leven. Als ik iets moest afwassen, krijg ik een raar gevoel in mijn handen en van lopen over de vloer in zwembaden of douches in vakantiehuisjes gaan mijn voeten kriebelen. Het is moeilijk onder woorden te brengen wat ik voel, maar mijn lichaam reageert fysiek op dingen die ik vies vind. In het restaurant waar ik werk begon ik als afwasser, maar daar ben ik mee gestopt. Van de spetters van het vieze water of water dat toch door mijn handschoenen kwam, raakte ik compleet in paniek. Ik was langer bezig met mezelf schoonhouden dan dat ik aan het afwassen was. In de bediening gaat het beter, al word ik nog steeds gek als er drinken of eten omvalt en per ongeluk op mij komt. Als dat gebeurt, moet ik minutenlang mijn handen wassenvoordat ik weer door kan. Glazen en borden check ik honderd keer op vlekken en vegen voordat ik eruit durf te eten of drinken, ook thuis, en ik sta soms meerdere keren per dag onder de douche. Ik snap dat het lastig te begrijpen is, juist daarom probeer ik er open over te zijn. Ook voor mezelf. Ik zit momenteel in therapie voor andere mentale problemen. Hoe meer ik erover praat, hoe beter het gaat.”

‘IK WAS MIJN HANDEN MINUTENLANG’
Jennifer Stalman (33) komt uit Delft. Ze wacht momenteel op de juiste therapie voor haar post-traumatische stressstoornis en is in between jobs.
“Ik kan ’s ochtends niet de deur uit voordat mijn hele huis is opgeruimd en schoongemaakt. Ik heb een vast ritueel van afstoffen, daarna sprayen met een desinfecterend middel en vervolgens poetsen met een doek. Als ik klaar ben en toch nog ergens een kruimel zie liggen, begint het hele ritueel van voren af aan. Ik vind het leuk als mensen op bezoek komen, maar tegelijkertijd gaan ook alle alarmbellen af. Als iemand naar de wc is geweest, moet ik die meteen van boven tot onder schoonmaken, inclusief het schrobben van de tegels, en van een kring op tafel word ik heel onrustig. Ik ben niet bang om ziek te worden, maar het idee dat er bacteriën van anderen op mij of mijn spullen zitten, vind ik heel naar. Naast schoon moet mijn huis ook netjes zijn.Al mijn meubels staan kaarsrecht en mijn spullen zijngesorteerd in bakken. ‘Laat het gewoon los’ of ‘leef een beetje’ zeggen mensen weleens. Ik zou willen dat het zo makkelijk was, want dit alles kost mij enorm veel energie en tijd. Maar ik kan de neiging om te poetsen of ordenen gewoon niet onderdrukken. Het is een manier om controle te houden op mijn omgeving. Als kind was ik al obsessief. Ik ruimde elke dag mijn kamer op en schoof meubels heen en weer om de hoekjes schoon te kunnen maken. Als iemand op mijn bed had gezeten, verschoonde ik meteen de lakens. Ik heb traumatische dingen meegemaakt, misschien dat het daardoor is getriggerd. Binnenkort begin ik aan een nieuwe therapie. Ik hoop vooral dat het me rust brengt.”
Stoornis smetvrees
Smetvrees is een obsessief-compulsieve stoornis. Zo’n stoornis wordt gekenmerkt door terugkerende dwanghandelingen (rituelen) en/of dwanggedachten (obsessies). In Nederland heeft ongeveer 1 à 2 procent van de bevolking last van een dwang-stoornis. Het is niet bekend hoeveel daarvan smetvrees hebben. •






































