
Een kus of complimentje van je moeder: klinkt als de gewoonste zaak van de wereld. Niet voor Tamara (26): haar moeder verwaarloosde haar emotioneel. “Ik was zó eenzaam.”
“Ik kan me niet herinneren dat mijn moeder me ooit geknuffeld heeft. Complimentjes, een zoen of een aai over mijn bol kreeg ik ook amper. Eigenlijk verdient ze de titel moeder niet eens. Ze is gewoon de vrouw die mij op de wereld heeft gezet. Emotionele verwaarlozing houdt in dat je niet de warmte en liefde krijgt die je nodig hebt. Mijn moeder zag me echt niet staan. Nooit was er warmte of enthousiasme. Op mijn verjaardag deed ze geen moeite, er werd geen taart gehaald. Ik heb haar liefde en acceptatie zo gemist. En vooral het gevoel dat ik goed genoeg ben zoals ik ben. Dat ik er mag zijn.
Op het oog waren we een doorsnee gezin: vader, moeder, mijn drie jaar jongere zusje en ik. Mijn moeder is Filipijnse, ze ontmoette mijn vader toen ze een keer op vakantie was in Nederland. Er waren veel spanningen thuis. Een van mijn vroegste herinneringen is dat ik als zevenjarige huilend op de trap zat omdat mijn ouders weer eens ruzie hadden. Waarover weet ik niet meer, er was altijd wel iets. Mijn moeder was erg explosief en impulsief. Ik weet nog dat ze een keer naar mijn vader riep dat hij zich maar van kant moest maken. Tuurlijk waren er soms ook leuke momenten, bijvoorbeeld als we een dagje naar de dierentuin gingen. Maar er hing altijd spanning in de lucht.
Mijn vader was het tegenovergestelde van mijn moeder. Rustig, stil en nuchter. Heel lief ook. Ik was echt een papa’s-kindje. Samen dansten we door de kamer, hij tilde me vaak op en kwam me buiten halen als het tijd was om te gaan eten. Mijn moeder keek amper naar me om. Voor mij was dat triest genoeg normaal. Pas toen ik bij vriendinnetjes thuiskwam, viel het me op dat het ook anders kon. Hun moeders waren liever, gaven knuffels en waren daadwerkelijk geïnteresseerd in de gevoelens en verhalen van hun kind. Dat deed mam allemaal niet bij mij. Ze deed wat ze moest doen: ze kookte, waste onze kleren en maakte schoon. Ik werd dus wel verzorgd, maar niet gezien of gehoord. Ze haalde me niet aan, vroeg nooit hoe het met me ging en als ik mijn rapport of een tekening liet zien, reageerde ze daar minimaal op. Nooit kreeg ik het gevoel dat ze trots op me was, terwijl ik dat als kind echt nodig had. Ze was superafstandelijk, nog altijd heb ik geen idee waar dat vandaan kwam. Misschien is het iets van de Filipijnse cultuur, al kan ik me dat haast niet voorstellen. Naar mijn zusje toe was mijn moeder wat warmer. Op Facebook plaatste ze weleens een foto van mijn zusje met lieve woorden erbij, en ze knuffelde haar ook vaker. Dat onderscheid deed me pijn. Ik heb er veel over nagedacht waarom mijn zusje wel liefde van mijn moeder kreeg en ik niet, maar ik ben er nooit achter gekomen. Ik kreeg het gevoel dat ik niet goed genoeg was. Ik wilde zo graag bij haar in de smaak vallen. Op school deed ik extra mijn best en ik nam graag vriendinnetjes mee naar huis zodat mijn moeder kon zien dat ik door anderen heus leuk gevonden werd. Maar niets hielp.
Charlies (28) ouders gingen scheiden toen ze al uit huis was: 'Het is niet minder moeilijk als je ouder bent'
Op mijn dertiende kreeg ik een zware klap te verwerken. Ik werd uit de klas gehaald door de administratief medewerker en naar huis gebracht. In de woonkamer zaten familieleden te huilen. Mijn moeder vertelde dat pap was overleden aan een hartstilstand. Ik was in shock. Met zijn overlijden verdween niet alleen mijn vader, maar ook mijn maatje en grootste steun. Mijn moeder werd hierna depressief en was vooral met zichzelf bezig. Mijn gedachtes werden steeds donkerder en ik begon mezelf te snijden in mijn armen. Dan voelde ik even niet de mentale pijn en eenzaamheid. Op een dag zag mijn moeder mijn littekens. ‘Ga maar verder tot je dood bent’, was haar reactie. Nul hulp, nul bezorgdheid. Vanuit school kwam er hulpverlening op gang. De maatschappelijk werkster kwam bij ons thuis. In de keuken hoorde ik mijn moeder tegen haar zeggen dat ik maar ergens anders moest gaan wonen, ze kon het allemaal niet meer aan met mij. Ik was vijftien jaar en ze pleurde me er gewoon uit. Ik voelde me afgedankt, weggegooid.
Xenia werd verwaarloosd en mishandeld door moeder: 'Als ik bleef, zou het mijn dood worden'
Soms zag ik in de stad een moeder en dochter gearmd lopen, gezellig kletsend en lachend. Daar was ik jaloers op. Had ik dat ook maar, dacht ik dan. Doordeweeks woonde ik in een woongroep, in het weekend kwam ik thuis. Als ik vroeg of ik nog een nachtje langer mocht blijven, weigerde mijn moeder dat. Ze vond het dan wel genoeg geweest. In de woongroep maakte ik vrienden, en de begeleiders waren fijn. Zij gaven mij wél liefde, gaven complimentjes en sloegen soms een arm om me heen. Dan merkte ik hoezeer ik dat gemist had. Toch deelde ik weinig over mijn moeder en de thuissituatie. Mijn loyaliteit lag nog steeds bij haar en ik gaf mezelf de schuld van onze slechte band. Ik dacht steeds dat als ik maar een betere dochter was voor haar, zij me wel de liefde zou geven waar ik naar verlangde. Ik wilde haar goedkeuring en zocht excuses voor haar gedrag: ze was nu eenmaal depressief, het viel allemaal wel mee en alles zou goedkomen. Vaak cijferde ik mezelf weg. Ik wilde er voor mam zijn. Dan deed ik boodschappen voor haar of gaf ik haar een knuffel, maar daar reageerde ze gelaten op. Ik schaamde me voor de situatie. Iedereen die ik kende was goed met zijn moeder. Ik was bang dat mensen zouden denken: ik snap wel dat die moeder zo doet, Tamara deugt niet. Afgewezen worden door mijn bloedeigen moeder, dat deed iets met mijn eigenwaarde. Zij bracht me op de wereld en zou onvoorwaardelijk van me moeten houden. Mijn eenzaamheid was groot en ik had momenten dat ik niet meer wilde leven, bang dat mijn leven altijd zo’n hel zou blijven.
Niemand wist ervan. Alleen een tante sprak mijn moeder er weleens op aan dat ze me zo weinig aandacht gaf. Dan hield mijn moeder haar daarna lange tijd buiten de deur. Ik had geen blauw oog, dikke lip of andere verwondingen, ik werd niet fysiek mishandeld. Dat is duidelijk voor de buitenwereld, dat valt op. Mijn verwondingen zitten in mijn hart.
Na twee jaar op de leefgroep ging ik begeleid op kamers wonen. Mijn moeder is hooguit twee keer langsgekomen. Af en toe zocht ik haar thuis op, altijd op mijn initiatief. Ik bleef hopen op een normale moeder-dochterband, waarbij ze ook interesse in mij zou tonen en we het samen gezellig konden hebben. Dat bleef uit.
Een lichtpuntje was toen ik mijn vriendin Brit leerde kennen. We kregen een relatie die me enorm goeddeed. Zij gaf me de liefde, warmte en aandacht waar ik zo naar verlangde. Ook haar familie bleek lief en gezellig, ik werd met open armen ontvangen. Precies wat ik nodig had.
Het ging mis tijdens een weekendje weg met Brits familie, nu drie jaar geleden. Ik werd gebeld door mijn zusje: mama had een zelfmoordpoging gedaan door chloor te drinken. Dit was de zoveelste klap in mijn gezicht. Mijn moeder wilde ons gewoon achterlaten, blijkbaar waren wij niet goed genoeg. Ik ging bij haar langs in het tehuis waar ze was opgenomen. Ik keek naar haar en besefte dat ze voor mij niet meer als een moeder voelde, maar gewoon als een vrouw bij wie ik toevallig op bezoek was. Ik kon het niet langer opbrengen om haar in mijn leven te hebben, daar ging ik zelf aan onderdoor. Ik ben weggegaan en heb haar overal geblokkeerd. Dat leek me het beste. Een normaal gesprek aangaan is met mijn moeder niet mogelijk, dat had ik al zo vaak geprobeerd. Het was een moeilijke beslissing, maar ik kreeg alle steun van mijn vriendin.
VERDER LEZEN?
Nu de eerste maand gratis en daarna al v.a. € 2,07 per maand- Exclusieve extra rubrieken én veel interviews
- De chillste deals: win een e-reader of elektrische fiets
- Alle magazine artikelen digitaal lezen in de app
- Geen gedoe: iedere maand opzegbaar





































