Zonder einddatum en geen idee van wat haar te wachten stond, zwaaide Maud Wessels (28) haar waanzinnige Amsterdamse leven drie jaar geleden gedag.
Inmiddels is ze weer thuis, en dat is best wennen.
Drie weken surfen
Dat moment dat je voor het eerst een nieuw land inrijdt. Ik was even vergeten hoe het ook alweer was, maar het voelde als thuiskomen aan de andere kant van de wereld. Ik kon het niet níet voelen. De indrukken, gebruiken, geuren en verwonderingen. Je ogen uitkijken, maar ook je rugzak ophijsen en let’s go. Het is een beetje zoals fietsen: je verleert het niet, maar je wordt er wel makkelijker in. Zo van: ja joh, dat begrijp ik wel. Dat kunstje ken ik. Maar misschien maakt dat je, ik voorop, ook gemakzuchtig.
Na een druk jaar besloot ik ons kleine kikkerlandje in te ruilen voor drie weken surfen in Nicaragua. Ik had geleerd van mijn eerdere fouten en mijn ESTA, een digitale reistoestemming voor de Verenigde Staten, was dit keer ruim op tijd aangevraagd. Ik had ChatGPT gevraagd wat ik echt niet mocht vergeten, maar de eerlijkheid gebiedt mij te zeggen dat ik maximaal vijf minuten tijd heb besteed aan mijn zoekopdracht. Ik had me weinig verdiept in het land en het duurde langer om mijn tas voor Down The Rabbit Hole in te pakken dan dat ik bezig was met de spullen verzamelen voor mijn vakantie. Ik had bijna drie jaar om de wereld gereisd, dus joh, die drie weken? Wat kon er nu misgaan?
Ik was overmoedig. Het scheelde namelijk maar één haar of ik had het beloofde land niet eens mogen betreden. Een paar jaar geleden had ik the hard way al geleerd dat ze in Amerika niet blij zijn met ‘journalisten’ (ik werd apart genomen en drie uur lang ondervraagd, terwijl ik nog maar één uur de tijd had mijn vlucht te halen), dus aan die steen had ik mij geen tweede keer gestoten: de keer erna stelde ik mijzelf als ‘schrijver’ voor. Het had nog geen 20 seconden geduurd of ik was door de douane, maar die vlieger ging in Nicaragua helaas niet op.
Toen ze naar mijn ‘trabago’ vroegen en ik wederom standvastig ‘writer’ antwoordde, ging er een belletje rinkelen bij de niet-Engels sprekende vrouw van de douane en werd mij verzocht te wachten. Het werden vier lange uren. Waar ik werkte? Wat het laatste artikel was dat ik had geschreven? Wie was mijn werkgever? En o, waarom maakte die werkgever ook televisieprogramma’s? En wat voor programma’s dan? Ik kreeg het steeds benauwder en liep rood aan van het zuurstoftekort en de hitte in de horror-situatie waar ik in was beland. Meerdere Nederlanders passeerden mij: wat is er aan de hand? Kunnen we iets doen? Ondertussen probeerde in handen en voeten Spaans aan de douanemedewerkers uit te leggen dat ik echt alleen maar kwam om te surfen en totaal geen journalistiek belang had. Ik was met vakantie.
Na vier lange, klamme uren vloog ik de man die me het voordeel van de twijfel gaf in de armen. Een paar dagen later hoorde ik van een local dat ik het land uit was gedeporteerd als ik het woord ‘journalist’ had laten vallen. Ze doen hier niet aan vrije media, zei hij fluisterend. Aan het einde van mijn vakantie herhaalde zich hetzelfde probleem, maar ditmaal om het land te verlaten. Welke plekken ik had bezocht in Nicaragua? Ik noemde de drie plekken die ik met elkaar had afgewisseld. “That’s it?”, vroeg de dit keer iets beter Engelssprekende mevrouw van de douane teleurgesteld. “Yes, that’s it. I came to surf”, sprak ik haar en mezelf bemoedigend toe. “What a waste, miss, there is so much more to see in this country.” Ik begon te gniffelen. Als ze me nog eens door zou laten, kwam ik terug, beloofde ik haar. Maar dan wel als verzekeringsadviseur.