Exclusief bij LINDA.meiden

Nieuwe columnist Chaira Koops: 'Is ­­hoffelijkheid alleen weggelegd voor Doornroosjes en Amalia’s?'

Chaira Koops (30) is presentator en journalist bij @demarkeronline. En feminist. Maar mannen: een stukje hoffelijkheid waardeert ze wél.

“Dames eerst!” zeg ik met een plagende grijns. Ik houd de deur open voor de man met wie ik op een eerste date ben. Terwijl ik de deurklink vasthoud, besef ik dat die opmerking niet helemaal onschuldig is. Even ter verduidelijking: ik ben verre van een prinses. Maar is ­­hoffelijkheid alleen weggelegd voor Doornroosjes en Amalia’s? In de Nederlandse cultuur lijkt dat wel zo. Chivalry is dead.
Ik heb als single vrouw genoeg gedatet om patronen te herkennen. Met een Arabische, Italiaanse of Oost-Europese man is de kans groot dat je nooit meer zelf een deur hoeft te openen. Sterker nog: probeer het eens, dan kijken ze je aan alsof je hun moeder hebt beledigd. Doe normaal, verwend nest, denk je nu misschien. Verwend zou ik mezelf niet noemen, ook niet veeleisend. Ik stop mezelf eerder in het hokje ‘feminist’. Je zou zeggen dat je dan júíst je eigen deurtjes kan opentrekken. Dat is ook zo, maar hoffe­lijkheid staat niet gelijk aan afbreuk doen aan feminisme. En gelijkwaardigheid is niet hetzelfde als gelijkheid: mannen en vrouwen hoeven niet exact dezelfde rol te spelen om elkaar als gelijkwaardig te behandelen.

Die deurklink staat voor iets groters. Juist als vrouw – en als feminist – in Nederland voel ik vaak de drang om te bewijzen dat ik mijn eigen boontjes kan doppen. “I’m a strong independent woman who don’t need no man!” zeg ik weleens grappend. Dat gevoel komt deels doordat ik vaderloos ben opgegroeid, maar ook doordat ik hier ben geboren. Nederlanders zijn nuchter en individualistisch – zelfs onze taal is plat in vergelijking met andere, meer poëtische talen.
Ik bespreek het met mijn psycholoog-zus. “Er zijn veel dingen geen onderdeel van de Nederlandse cultuur … ­kruiden, to start with”, zegt ze droogjes. Ze ­vertelt dat de Nederlandse cultuur sterk ­praktisch is ingericht, met niet echt een vaste rol­verdeling tussen man en vrouw. ­Symbolische gebaren, zoals een deur openhouden, voelen hier al snel ­hiërarchisch. Zelfredzaamheid wint het van hoffelijkheid. Begrijp me goed: ik ben vóór gelijkheid. Maar ik merk ook dat ik, hoe ­feministisch ik mezelf ook vind, gevoelig ben voor geborgenheid. ‘Dat diepe gevoel van veiligheid, bescherming en warmte, fysiek én ­emotioneel, waarbij je je op je gemak voelt en je kan ­vertrouwen op je ­omgeving’, zegt het woordenboek. ­Misschien is het ­daarom voor mij een kleine afknapper als daar niets mee wordt ­gedaan, zelfs als het om iets kleins gaat.
Vrouwen dragen al genoeg. Juist daarom zijn het de minimale gebaren die maken dat ik mijn harnas even kan afleggen, de muur kan laten zakken en – misschien wel het meest kwetsbare – mijn zelfbeschermende energie durf los te laten. Niet als eis. Niet als test. Maar als signaal.
Hoffelijkheid en gelijkheid sluiten elkaar niet uit. Soms ontmoeten ze elkaar gewoon – bij een deurklink.

MEER MEIDEN

DEALS

LIFESTYLE

Promotional Border
Funny columns, persoonlijke verhalen en lekkere deals in je inbox.

Funny columns, persoonlijke verhalen en lekkere deals in je inbox.

Meld aan

EXCLUSIEF VOOR MEMBERS