Mylène uit Winter Vol Liefde had het zwaar tijdens de reünie van het programma. Enkele maanden voor de opnames overleed haar vader plotseling. “Die dag heb ik wel vijf tot tien paniekaanvallen gehad.”
Toch besloot ze te gaan.
Mylène uit ‘Winter Vol Liefde’ had paniekaanvallen
“Ik mocht zelf kiezen van de productie of ik wel of niet naar de reünie kwam, maar ik wilde voor mezelf ook een beetje afsluiting hebben.” Tijdens de opnames zag ze André weer, aan wie ze over het verlies van haar vader vertelde.
“Hij zette zijn biertje neer, gaf mij een kus op mijn wang en zei: ‘Kom hier meid, dit mag eigenlijk niet eens gebeuren'”, vertelt ze aan Veronica Superguide.
Tussen haar en André draaide het uiteindelijk op niets uit. Waar andere vrouwen spraken van een ‘muur’, ziet Mylène dat anders. “Ik noem het geen muur. Je stelt een vraag en hij gaf gewoon geen antwoord. Klaar.”
Ze kreeg gaandeweg het gevoel dat hij afwachtend was. “Alsof hij op zijn troon zat en dacht: de meiden komen wel naar mij toe. In het begin vond ik het nog heel leuk dat hij mijn koffers pakte en deuren voor me opende, maar hoe langer je daar was, hoe meer dat vervaagde. Dan ga je je toch afvragen: is dat een act of is hij echt zo? Dat durf ik niet te zeggen.”
Ze vindt het jammer dat André haar uiteindelijk naar huis stuurde. “Ik voelde me daar echt thuis en zo welkom bij zijn ouders. Maar wat je thuis niet ziet, is hoe intens het is. Je maakt draaidagen van twaalf tot vijftien uur, terwijl er uiteindelijk maar vijf minuten van op televisie komen.”
Spijt van haar deelname heeft ze niet, al wil ze toekomstige deelnemers wel iets meegeven. “Je wordt geleefd en staat 24/7 aan, dat vreet energie. Ik kijk er met gemengde gevoelens op terug. Ik ben dit avontuur samen met mijn vader begonnen en in de tussentijd is hij plotseling overleden.”
En haar liefdesleven nu? Dat ligt voorlopig stil. “Dat is op dit moment niet bestaand”, zegt ze eerlijk. “Ik was echt teleurgesteld. Het is allemaal vrij tam, ook op social media. Mensen willen wel vrienden met me worden, maar echte casanova’s zitten er nog niet tussen.”