Kinderen grootbrengen is één ding. Ze loslaten? Een heel ander verhaal. Jurgen (51) – filmmaker, vader en onze nieuwe columnist – neemt je mee in het avontuur van het uitvliegen. Met humor, verwondering en een tikje weemoed.
“Weet je al wat je gaat doen?”
En: “Een tussenjaar? Zoooo, lekker man. Dat wil ik ook wel.”
Opmerkingen en vragen die mijn zoon vaak hoort. Best te begrijpen als je er een tikje oppervlakkig naar kijkt. Wat veel mensen niet zien, is dat een tussenjaar allesbehalve relaxed is. Sterker nog: het is keihard werken.
'Ik ga door het stof, mijn vrouw neemt het slechte nieuws als een kerel'
Zelf ben ik ook hard aan het werk: ik tap biertjes. Achter de bar van mijn tennisclub. Deze bardienst is verplicht voor leden en je doet er drie per jaar. Het is een belevenis op zich, veel meer dan tappen alleen. De vrijdagmiddag, zo beloofde een vriendin toen ik me opgaf, is altijd rustig. Niets is minder waar: de hut zit ramvol met senioren en witte wijn en bier vloeien al rijkelijk.
Niet weten wat je wil is slopend. Zoon kraakt zijn hersenen dagelijks over wat de toekomst hem brengt. Rust maakt onrustig. Hij vloog door zijn opleiding technische bedrijfskunde en studeerde al af op zijn 21e. Hartstikke mooi, hartstikke jong. Gelukkig nu wel met een echte diploma-uitreiking. In een volle zaal en met een prachtig persoonlijk verhaal van zijn mentor. Hoe anders dan op de middelbare. Corona gooide roet in het eten. Bam, een vette streep door een feestelijke afsluiting. Plus een verbod op examenfeesten. Tot overmaat van ramp ging er, voor het o zo belangrijke eerste jaar van zijn nieuwe studie, nog meer in rook op. Introductieweken en andere sociale activiteiten? Afgelast. Het virus greep om zich heen en ‘op kamers gaan’ werd eenzame opsluiting in de ‘isoleercel’ thuis. Zonder water en brood, met Teams en zijn laptop.
Leren door te doen is helemaal my cup of tea. Bij de eerste biertjes die ik tap, valt op hoe snel de schuimkraag zich terugtrekt. Vreemd. Tot ik de spoelknop voor bierglazen ontdek. Oh ja, eerst spoelen, dan tappen. Check. De volgende bestelling veroorzaakt meer stress: twee patat met, een smoothie banaan-appel en een tonic. “Smoothies hebben we niet”, probeer ik nog. De besteller beweert van wel en wijst nogal dwingend met haar vinger naar een poster achter me.
Daar zie ik afbeeldingen van twaalf exotische smoothies. Fuck. Wat frituren betreft, ben ik nog een maagd. Nou ja, mijn eerste keer heb ik verdrongen. Dat was niet echt een succes. Toen verklooide ik nogal wat bitterballen. Dat het frituurvet eerst loeiend heet moet worden, dus voor je de ballen erin doet, weet ik inmiddels. En gepaneerde ballen in het mandje voor ongepaneerde mikken, gebeurt me ook geen tweede keer.
'Je kunt een meisje wel uit ’t Gooi halen, maar ’t Gooi niet uit het meisje'
Zoon spaart voor zijn volgende verre reis, met een vriend, naar Indonesië. Hij heeft al een solotrip naar Australië achter de rug. Daar snorkelde, kayakte en hostelde hij erop los. Leerde zich Down Under knap staande te houden. Nu straalt hij in de horeca van mijn sportschool, als bartender. Met jongens en meiden van zijn eigen leeftijd. Als een jonge Tom Cruise uit de film Cocktail runt hij de bar. Vervangt bierfusten, serveert hippe koffies met havermelk en blendert de ene proteïneshake na de andere. Kletst met Jan en alleman. Precies dat belangrijke sociale stukje dat corona ooit verpestte, vindt hij hier achter de bar.
De frietjes spartelen in het kokendhete frituurvet en ik schenk de banaan-appelsmoothie in een glas. Het stroomt behoorlijk over, maar ach, wat geeft het. Met een doekje veeg ik het plakkerige spul weg en tevreden steek ik er een rietje in. Niet slecht. Het geplastificeerde smoothiestappenplan dat voor de blender ligt, heb ik bewust genegeerd. Mijn brein blokkeert totaal zodra ik iets in een opgelegde volgorde moet doen.
Improviseren gaat me stukken beter af. Stiekem blader ik toch nog even door de plastic handleiding en check of ik iets gemist heb. Het meeste klopt wel, gelukkig. Oké, ik heb het verkeerde glas gepakt. Dat proef je niet. Aan het eind van mijn dienst loopt mijn opvolgster binnen. Ze vraagt of ik gefrituurd heb. Voordat ik ‘ja’ kan zeggen hoor ik dat ik dan wel de afzuigkap aan moet doen. Het staat helemaal blauw in de keuken, zegt ze, en het stinkt naar vet. Ik knik. Pfff. Ben wel toe aan een tussenjaar, denk ik.
Het beste van LINDA. direct in je mail? Meld je aan voor onze nieuwsbrief.
'Ineens komt ellendig nieuws heel dichtbij, dit walgelijke verhaal speelde zich af in mijn geboortestreek'
















