Niet al te lang geleden zag ik op tegen een afspraak die ik had met een paar oude vrienden en vriendinnen, die ik hooguit één keer per jaar zie. De idiote reden: met een van de mannen – degene met wie ik altijd het minste contact heb gehad, soms zit je gewoon toevallig in hetzelfde sociale groepje – is de begroeting altijd ingewikkeld. We doen nooit hetzelfde.
De laatste keer ging het zo: de vrouwen gaven elkaar een knuffel, de vrouwen en mannen gaven elkaar een knuffel, de mannen gaven elkaar een knuffel of een hand. Eenmaal bij die ene man aangekomen spreidde ik mijn armen en leunde naar voren, waar ik botste op zijn uitgestoken arm.
Oh, zei hij en gaf een knuffel waar zijn hart niet helemaal in leek te zitten.
Corona heeft de drie zoenen definitief verdreven, en daar ben ik stukken minder opgelucht over dan ik had verwacht. Er is te veel onduidelijkheid over het alternatief.
Die drie zoenen heb ik altijd even onbegrijpelijk als vreselijk gevonden. Er is er altijd wel één die het zo langzaam en nadrukkelijk doet dat het creepy wordt, of een piepklein beetje speeksel achterlaat op je wangen. En het is helemaal afschuwelijk als jij je van de weeromstuit maar overgeeft aan die drie kussen en de ander had gerekend op twee. Dan is het altijd de vraag welke partij de missie afbreekt dan wel afmaakt. Afbreken is op de een of andere manier altijd pijnlijker, en het duurt vaak ook even voordat je hersenen hebben geregistreerd dat een en ander niet afgemaakt wordt, dus dan blijf je als een hongerige babyvogel met een uitgestrekte nek hengelen naar het eindproduct.
Die drie zoenen zijn ook tijdrovend. Ik heb altijd geweigerd om me te confirmeren aan het Hollandse gebruik van de verjaardagskring rond om ie-der-een te zoenen. Ik steek altijd mijn hand op en roep: ‘Ik doe het even zo!’ Als ik mensen verstoord zie kijken, wil ik nog weleens opzichtig kuchen en zeggen dat ik niemand wil aansteken.
Het spreekt dus voor zich dat ik blij ben dat de hug de obligate zoenen grotendeels heeft vervangen, hoewel daar in mijn geval natuurlijk ook weer haken en ogen aan zitten. Ik ben klein, en als je zoals ik de 1.60 niet haalt, kan knuffelen moeilijk zijn, helemaal met mensen boven de 1.80. Je kunt niet bij de schouders, wat niet zo erg is, want dat zou een beetje voelen als schuifelen in de brugklas. Als je de low ground pakt, word je niet alleen gesmoord door iemands borstkas, maar zie je eruit als een tree-hugger. De meeste mensen doen één arm boven, één arm onder, maar ook dat kan weer leiden tot een soort mislukte paringsdans als je net allebei de andere kant op gaat en moet bijstellen.
Er zou een soort code moeten zijn die in een nanoseconde voorafgaand aan de begroeting duidelijk maakt hoe deze er precies uit gaat zien. Dat had ook kunnen voorkomen dat ik tijdens corona iemand in zijn maag stompte toen ik een boks wilde geven en hij een knuffel.
Bij de oude vriend was mijn angst trouwens niet ongegrond. Weliswaar gingen we dit keer beiden voor de knuffel, maar beukte ik mijn harde kop tegen zijn kaak. Oh, zei hij.
