Na dertig jaar keert Mirjam terug naar het Friese dorp waar ze opgroeide. De straten herkent ze nog, maar de contacten? Die zijn verwaterd. Het maakt haar eenzamer dan ze had gedacht. Tot ze besluit iets te doen tegen die eenzaamheid – en dat brengt haar meer dan ze had gedacht.
“Je kunt blijven wachten tot iemand je belt. Of je trekt je stoute schoenen aan en loopt zélf ergens naar binnen.”