‘Ik dacht echt dat mijn plas onvervangbaar was om stellen met vruchtbaarheidsproblemen te helpen’, vertelt de zwangere journaliste Emma Curvers. Dat blijkt niet te kloppen.
Voor De Volkskrant zocht Curvers uit wat Moeders voor Moeders doet met de urine die jaarlijks door dertigduizend zwangere vrouwen wordt gedoneerd en waaruit het hcg-hormoon wordt gewonnen voor vruchtbaarheidsbehandelingen. Aan LINDA.nl vertelt ze wat ze heeft ontdekt.
Je hebt zelf net meegedaan aan Moeders voor Moeders, waarom wilde je jouw urine doneren?
“Ik vond het een mooi idee om stellen te helpen die te maken hebben met vruchtbaarheidsproblemen. Het idee dat je iemand kunt helpen met je zwangerschap sprak mij erg aan. Het was overigens wel een klusje hoor dat inleveren van je urine. Het stinkt als de ziekte dus de flessen die ik moest vullen werden wel iedere week iets leger ingeleverd.”
Je hebt grondig onderzoek gedaan naar wat er wordt gedaan met het hcg-hormoon (dat uit de urine wordt gefilterd). Wat zijn jouw drie belangrijkste conclusies?
‘Laat ik beginnen met de beeldvorming die niet klopt. Moeders voor Moeders zet een sfeer neer waardoor het lijkt alsof je doneert aan een goed doel. Maar wanneer je verder kijkt, zie je dat het een commercieel bedrijf is dat winst maakt met jouw donatie. Dat kan en mag, maar als je aanspraak doet op mijn goodwill dan vind ik ook dat je daar transparant over mag zijn.”