Interview

Kiki Bosman: ‘Vanaf de dood van mijn moeder heb ik gedacht dat ik het alleen moest doen’

Toen tv-presentatrice Kiki Bosman (31) een tiener was, overleed haar moeder. Pas nu ze zelf zwanger is, komt het grote verdriet. “De eerste weken van de zwangerschap was ik ontroostbaar.”

KIKI IS 26 WEKEN ZWANGER EN ONDANKS HAAR BESCHEIDEN BUIKJE STAAT ZE TOCH NAAR ADEM TE HAPPEN als ze de hoge trappen van haar agentschap heeft beklommen. De schuld van het hormoon progesteron en de extra hoeveelheid bloed die haar hart nu moet rondpompen, dus met conditie heeft dat allemaal niks te maken. Kiki is een stralende zwangere, ondanks de emotionele achtbaan waarin ze terecht is gekomen. Hormonen zorgen niet alleen voor kortademigheid, maar ook voor extra gevoeligheid. Want naast het geluk was er ineens ook het gemis van haar moeder, die stierf toen Kiki veertien was. Alsof er een luik werd gelicht, kwam de rouw tevoorschijn die ze juist zo zorgvuldig had opgeborgen. Nu is Kiki niet alleen presentatrice, maar ook maakster – en in die rol vormen haar persoonlijke ervaringen altijd de drijfveer. Toen ze in de Jordaan kwam wonen en graag onderdeel van de buurt wilde worden, maakte ze filmpjes over dat integratieproces. En nu ze moeder wordt zonder haar eigen moeder naast zich, wilde ze daar ook iets mee. Dus besloot ze een podcast te maken.
Hoe kwam je op dat idee?
“Op Moederdag had ik een nogal emotioneel filmpje gepost waarin ik vertelde hoe verdrietig het me soms maakt dat ik moeder word zonder dat mijn eigen moeder in mijn leven is. Daar kreeg ik ontelbaar veel reacties op van mensen die zich herkenden in dat verdriet en het blijkbaar troostend vonden dat ze niet de enigen zijn. Ik overwoog een boek over dit onderwerp te schrijven, maar als echte ADHD’er zag ik dat toch niet zo zitten. Een podcast vind ik er een mooi medium voor.”
Wat voor een soort podcast wordt het?
“Ik ga met bekende en onbekende ervaringsdeskundigen in gesprek. Maar bijvoorbeeld ook met een rouwtherapeut. Ik wil zelf graag bevallen met een doula, dus zo’n gesprek wil ik ook opnemen. En omdat ik veel heb gehad aan familieopstellingen, zal ik ook daar aandacht aan besteden.”
Hoe kwam je bij familieopstellingen uit?
“In mijn buurtje werd net een praktijk geopend. Ik liep er uit nieuwsgierigheid binnen en raakte aan de praat met de therapeut. Ik was net aan het daten met Tim en merkte dat ik veel last had van verlatingsangst. We wilden graag met elkaar verder, maar die dynamiek van wegduwen en aantrekken hielp ons niet. In een opstelling ontdekte ik dat het gemis van mijn moeder een grote rol speelt in die verlatingsangst. Dat ligt misschien voor de hand, maar ik was me daar totaal niet van bewust.”
Hoe uitte die verlatingsangst zich? Raakte je in paniek als hij niet meteen terugappte?
“Ik was heel erg gevoelig voor zijn signalen. Was me voortdurend aan het afvragen wat hij bedoelde, en werd heel onzeker. Als hij niet snel of uitgebreid genoeg reageerde, interpreteerde ik dat als afwijzing.”

Terwijl hij dat misschien helemaal niet zo bedoelde?
“Nee, maar omdat ik harder aan hem trok, wilde hij meer afstand. Als we die dynamiek niet hadden doorbroken, had het tussen ons niet gewerkt. Dit speelt natuurlijk bij heel veel stellen. Maar wat ik niet doorhad, is dat daar een hechtingsprobleem onder zit. Dat zag ik pas door een familieopstelling. Ik heb daarna ook andere soorten therapie geprobeerd en steeds kwam datzelfde thema naar voren. Ik zocht veiligheid bij een ander, in plaats van bij mezelf. Ik heb moeten leren om achterover te kunnen leunen. Vanaf de dood van mijn moeder heb ik gedacht dat ik het alleen moest doen. Ik kan op niemand vertrouwen tenzij het in overvloedige mate wordt bewezen. Maar mensen hoeven jou niet steeds te bewijzen dat je ze kunt vertrouwen. Ik heb soms nog steeds de destructieve neiging om Tim te controleren; bijvoorbeeld of hij zich wel inleest over de baby. Allemaal dingen om te testen of ik van hem op aan kan.”
Hoe heb jij als kind de ziekte van jouw moeder ervaren?
“Ik denk dat ik een jaar of zes was toen mijn moeder voor het eerst kanker kreeg. Na een lang en intensief ziektetraject volgden jaren van controles. Toen werden er uitzaaiingen ontdekt. Ik heb eigenlijk heel weinig scherpe herinneringen aan die tijd. Wat ik nog wel weet, is dat ik enorm opstandig was: vanaf mijn twaalfde werd ik echt een lastige puber. Ik was vooral boos op haar. Ik verbood haar om mij op te komen halen van school met haar kale hoofd. Het gekke was dat ik heel graag gezien wilde worden, maar er ook alles aan deed om niet op te vallen.”
Schaamde je je?
“Ik denk het wel. Ik weet nog dat ik een vriendje had die voor het eerst zou komen eten. Mijn moeder lag in het ziekenhuis, dus mijn vader ging koken. Dat wilde ik absoluut niet. Ik was boos dat mijn moeder er niet kon zijn, dat we niet zo’n standaardgezin waren. Nu zie ik dat ik na haar dood in de overlevingsstand sprong. Mijn vader en mijn twee jaar oudere broer hadden best veel ruzie, ze lijken op elkaar en dat botste. Ik had het idee dat ik dat moest fixen. Net als het verdriet van mijn vader. Als ik niet huil, hoeft hij ook niet te huilen, dacht ik waarschijnlijk. Ik heb me voor mijn televisiewerk verdiept in traumaverwerking en dingen als EMDR. Daarmee werd me wel duidelijk dat ik veel heb weggestopt.”
Om die herinneringen terug te krijgen, zou je ook met je vader in gesprek kunnen gaan.
“Dat heb ik geprobeerd, maar mijn vader vindt dat niet makkelijk – zoals veel mannen van zijn generatie. We hebben een goede band, maar de gesprekken die ik wil voeren, over de zwangerschap bijvoorbeeld, passen misschien iets meer bij een moederfiguur.”
Hoe zou je de relatie met jouw moeder omschrijven?
“Ik vind het zo jammer dat mijn herinneringen aan haar door die puberteit vertroebeld zijn. Ik vond haar streng en was dus vaak boos op haar. Ze was kleuterleidster. Als ik de verhalen van oudleerlingen en hun ouders hoor, was ze de meest geliefde juf van Brabant. Eén van haar oud-leerlingen, een meisje dat gepest werd, heeft onlangs een nummer uitgebracht dat een ode is aan mijn moeder. Ik hoor vaak: ‘Ik heb zo veel van haar geleerd’. Na haar dood kregen we dozen vol brieven. Van haar vriendinnen begrijp ik dat wij heel erg op elkaar lijken. Zij was ook een mensenmens. Ik ben altijd bezig met het gezellig maken, zo was zij blijkbaar ook. Mijn vader en broer hadden dat minder, dat heb ik wel gemist. Een paar jaar geleden stond ik in LINDA.. Mijn vader deed dat niet zo veel, maar mijn moeder zou volgens haar beste vriendin het hele schap hebben leeggekocht om de nummers op straat uit te delen.”

exclusief voor jou

LINDA.MINI NIEUWSBRIEF ABONNEE

LINDA.MINI NIEUWSBRIEF ABONNEE

Dit wil ik