
Een kind hebben is duur, maar een kind krijgen ook. Voor vrouwen dan, want zij leveren vaak meer werktijd in dan mannen. Journaliste Cecilia Adorée twijfelt daarom over een tweede baby. Ze moet niet alleen met zichzelf in gesprek, maar ook met haar partner. ‘Pas nu vraag ik me af: was onze regeling bij de eerste eigenlijk wel zo eerlijk?’
“Je wilt wát?!” wil ik roepen, maar zo vaak komt het niet meer voor dat mijn vriend en ik niet naast, maar bovenop elkaar in bed liggen. Ik houd me dus in, ik weet toch wel dat ik het goed heb verstaan: hij fluisterde serieus iets over het ‘maken’ van een baby. Een nieuwe baby welteverstaan, want we hebben er al één. Gevoelsmatig nog maar net, Oliver is pas zestien maanden. Kennelijk ziet mijn vriend dat anders. Hij wil een tweede.
Bij onze eerste baby waren de rollen omgedraaid. Ik was al jaren klaar voor het moederschap. Bij het zien van een fiets met voorzitje fantaseerde ik dat het mijn fiets zou zijn, op Instagram volgde ik met veel interesse opvoed-influencers en ik had het gevoel achterop te raken bij mijn vriendinnen, die de ene na de andere baby leken te krijgen. Mijn vriend wilde nergens van weten.
Zijn argumenten: ons huis was te klein, ik had geen vast werk en trouwens, we kenden elkaar pas twee jaar. Maar net zo plotseling als toen hij er ineens toch klaar voor was, doet hij nu deze aankondiging. He is ready. Terug op mijn eigen bedhelft vraag ik me af: waarom sta ik er nu zo anders in dan toen? Fietsen met een kind voorop blijkt net zo fantastisch als ik me altijd had voorgesteld. Ik vind het moederschap – cliché, maar waar – het mooiste dat me is overkomen. Maar nu alweer zwanger worden? Voor mijn vriend betekent een zwangerschap dat hij over negen maanden gefeliciteerd zal worden, maar ik heb mijn leven pas net weer op de rit en vind het nogal ingrijpend voor mijn lichaam om eerst weer maanden hondsmoe en misselijk te zijn, negen maanden een baby te dragen, te bevallen en van dit alles ook weer zo’n negen maanden te moeten herstellen.
WAAROM OOK ALWEER?
Maar er wringt nog iets. Iets zakelijks. Ik zie er tegenop om als freelancer weer maandenlang inkomsten te missen, terwijl mijn vriend lekker kan doorknallen met zijn bedrijf. Tijdens mijn eerste zwangerschap bleef onze financiële verdeelsleutel gelijk en betaalde ik mijn lasten in m’n verlofperiode zelf. Deels uit de ZEZ-uitkering (een uitkering voor zwangere zelfstandigen van zo’n driehonderd euro per week) en de rest van geld dat ik opzij had gelegd. Mijn vriend heeft een architectenbureau en ging twee weken na de geboorte weer aan het werk. Ik vond dat prima, dan kon ik dit nieuwe leventje met mijn baby uitvogelen. Pas nu vraag ik me af: was deze regeling eigenlijk wel zo eerlijk?
Sinds mijn vriend voorstelde om voor een tweede te gaan, duikt ineens overal het woord ‘babyboete’ op. Dat is het inkomensverlies dat veel vrouwen ervaren nadat ze een baby hebben gekregen. Ik lees erover in het boek Je kind is een goudmijn van Sophie van Gool, in een rubriek van de Volkskrant, zelfs op LinkedIn gaat het erover. Omdat ik niet opnieuw degene wil zijn die stil komt te staan, fysiek én financieel, begin ik een onromantische zoektocht: hoe voorkom je dat je als vrouw het meeste inlevert bij het krijgen van een kind? Welke afspraken moet je eigenlijk maken als je samen een gezin gaat vormen? En als ik zou vragen aan mijn vriend om mijn gemiste inkomsten te compenseren, maakt dit mij dan financieel afhankelijk? Ik heb toch altijd geleerd dat ik op eigen benen moet staan?
MET LEGE HANDEN
Omdat ik wil weten hoe andere stellen de financiën onderling verdelen tijdens en na een zwangerschap, besluit ik een balletje op te gooien op Instagram. Meteen stromen de reacties binnen. Een daarvan komt van Merel, die de klassieke babyboete uit eigen ervaring kent. Na de geboorte ging zij drie dagen werken om ook voor hun kind te zorgen, terwijl haar (inmiddels) ex fulltime bleef werken. Ze vertelt: “We zijn uit elkaar gegaan toen mijn dochter anderhalf was. Hij betaalt alimentatie, maar wil niet de tijd vergoeden die ik voor haar zorg. Als ik vraag of hij mij één werkdag per week financieel tegemoet wil komen, zodat ik ook vier dagen inkomen heb, ontstaat de discussie: “Ik betaal voor mijn kind, niet voor jou.” Ze hadden geen samenlevingscontract, dus juridisch gezien staat ze met lege handen. Ze heeft het inkomen van drie werkdagen, terwijl ze haar dochter vrijwel fulltime onderhoudt.
Eerst maar eens de cijfers. Uit onderzoek van het Centraal Bureau voor de Statistiek blijkt dat zes jaar na de komst van het eerste kind, vrouwen gemiddeld 35 procent minder verdienen – terwijl het inkomen van mannen juist met één procent stijgt. Danielle Selak, redacteur gendergelijkheid bij Women Inc., vertelt hoe dat mogelijk is: “Dat vrouwen minder gaan werken en dus minder verdienen is niet altijd een vrije keuze. Kinderopvang is duur, dus degene die het minst verdient, doet logischerwijs vaak een stapje terug. Helaas zijn dat nog steeds vaak vrouwen, zelfs als ze hetzelfde werk doen als mannen.” Hoewel ik hier verbijsterd over zou moeten zijn, weet ik dat dit de realiteit is. Wat ik wel stuitend vind, is wat Danielle vertelt over de zogenaamde wet van Sullerot. Die houdt in dat wanneer er veel vrouwen in een bepaalde sector werken, dat werk automatisch als ‘minder’ wordt beoordeeld. “Van oudsher was werken in het onderwijs, dat veelal door mannen werd gedaan, een zeer prestigieuze, goed betaalde baan. Toen er meer vrouwen in het onderwijs gingen werken, daalde die waardering, ook financieel. Hetzelfde zien we nu gebeuren in bijvoorbeeld de rechtspraak. Daarnaast speelt stereotypering een rol: we worden dagelijks overspoeld met beelden in de media en reclames, waardoor we het gevoel krijgen dat mannen niet geschikt zijn voor zorgtaken en beter fulltime kunnen werken, en vrouwen geïdealiseerd worden als moeder en verzorger. Doordat we die beelden steeds opnieuw zien, worden ze vanzelf de norm. Tot slot speelt een ongelijkheid in het geboorteverlof een rol in de keuze van de vrouw om minder te gaan werken.”
Ik dacht dat het zorgen voor onze baby me van nature goed lag, maar het zou maar zo kunnen dat dit meer aangepraat is, dan aangeboren.
VASTLEGGEN, DIE BOEL
Als je minder gaat werken, merk je daar als vrouw financieel niet zo veel van als je levenslang ’s avonds hetzelfde bed in stapt. Maar één op de drie relaties eindigt in een scheiding. I know, het zal óns niet overkomen, maar toch: wanneer de relatie uitgaat, nemen vrouwen vaak het grootste deel van de zorg van het kind op zich, wat in de praktijk betekent dat ze minder gaat of blijft werken. En dan kom je er dus als vrouw bekaaid vanaf, vooral op de lange termijn. Ditzelfde geldt overigens voor vrouwen die gelukkig samen zijn, maar besluiten de zorg (voor het grootste deel) op zich te nemen. Caroline Hertog, financieel coach van website uitkomenmetjeinkomen.nl, legt uit: “Als jij minder gaat werken om meer te zorgen, dan mis je jarenlange pensioenopbouw en carrièrekansen. Een carrière die je wél zou krijgen als je meer dan drie dagen beschikbaar zou zijn. Ik adviseer mijn dochters altijd om toch vooral vier dagen te blijven werken.” Zowel Danielle als Caroline pleiten ervoor om goede financiële afspraken met elkaar te maken en die vast te leggen bij een notaris. Danielle: “Doe dat bij ál je life events. Als je gaat samenwonen of een huis gaat kopen, als je een kind krijgt, als er een ouder ziek wordt en je minder kunt werken of bijvoorbeeld bij arbeidsongeschiktheid. Maar belangrijker: behandel die afspraken net als een APK voor je auto; check regelmatig of ze nog kloppen.”
VERDER LEZEN?
- Krijg onbeperkt toegang tot alle artikelen
- Lees LINDA.mini magazine online
- Iedere week mega mini deals speciaal voor jou
- Maandelijks eenvoudig opzegbaar
















