
Eva (38) is ondernemer, getrouwd met Marko (37) en moeder van zoons Gijs (12), Wouter (10) en Bas (5). Binnen dat mannenhuishouden verlangt ze intens naar wat roze – en raakvlakken.
“Bij mijn eerste twee zwangerschappen had ik geen geduld voor een genderrevealparty. Ik was te nieuwsgierig, moest het zo snel mogelijk weten. Toch wilden we het bij de derde zwangerschap anders aanpakken; met veertien weken had ik een echo laten maken en de echoscopist gevraagd een papiertje met het geslacht erop in een envelop te stoppen.
Marko en ik organiseerden een kleine bijeenkomst met wat familie en vrienden voor de onthulling. Niet té feestelijk, want ik was bang dat ik mijn teleurstelling niet zou kunnen verbergen als het weer een zoon zou zijn. Dat was maar goed ook. Op de video zie je mij de envelop openen en bedroefd zeggen: ‘Ja hoor, alweer een jongen.’ Iedereen vond het een reuze grap, maar ik moest moeite doen om niet te huilen. Ik heb daarna weken in de put gezeten. Daar ging mijn grote roze droom. Mijn ideale gezin was altijd: twee dochters en een zoon, of anders alleen maar meiden. Ik heb er eigenlijk nooit bij stilgestaan dat het ook anders kon lopen. Ik zag mezelf als echte meisjesmama. Lekker tutten, winkelen en knutselen. Een gezin vol harmonie. In ieder geval iets heel anders dan de testosteronbom die hier dagelijks ontploft.”
TROPENJAREN
“Bij de eerste zwangerschap wist ik al vroeg wat we kregen. Twee vriendinnen zijn verloskundige, dus zodra ik een echo kon maken, vroeg ik hen ook meteen naar het geslacht. Ik was lichtelijk teleurgesteld dat we geen dochter kregen, maar maakte me ook niet te veel zorgen. We wisten dat we meer kinderen wilden, dus de volgende keer beter. Gijs was een jaar toen ik weer zwanger raakte. Wederom een jongen, zo hoorden we de verloskundige jubelen. Mijn teleurstelling was dit keer veel groter. Ik liet twee extra echo’s maken: wisten ze het zeker? Maar ja, bij een jongen kun je dat vaak goed zien. Er was geen twijfel mogelijk.
We wilden de kinderen graag dicht op elkaar zodat ze samen konden opgroeien, maar in de praktijk bleek dat plan een stuk minder rooskleurig. Voor de jongens was het leuk, voor mezelf een stuk minder. Het waren tropenjaren. Twee in de luiers, beiden geen makkelijke slapers en een eigen onderneming leiden: ik vond het pittig.
Had ik altijd geroepen dat ik drie kinderen wilde, nu bleek ik deze twee druktemakers genoeg te vinden. We prezen ons gelukkig met gezonde kinderen. Bovendien wilde ik per se niet nóg een jongen. Aangezien ik geen mogelijkheid zag het geslacht vooraf zelf te bepalen, besloten Marko en ik na veel gesprekken dat ons gezin compleet was. We verkochten alle babyspullen.
De afspraak was dat Marko zich zou laten helpen, tot die tijd vreeën we op de klok en met condooms. Dat ging jaren goed. Tot die ene keer. De dag voordat ik ongesteld zou worden, waanden we ons veilig. Niet dus. Achteraf bleek mijn ovulatie die maand vertraagd en was het zelfs een van mijn vruchtbaarste dagen. Hoppa, weer zwanger. Weghalen was nooit een optie voor ons, dus deze moest er gewoon komen.
Een paar weken fantaseerden Marko en ik over een meisje. Iedereen om ons heen voorspelde dat het een dochter zou zijn: ik was in tegenstelling tot de vorige keren immers misselijk en zag er ook anders uit. Ach, je zoekt ook naar tekenen. Maar heel lang hebben we niet mogen dromen. Ook nummer drie, onze Bas, was weer een zoon.
Achteraf heb ik gehoord dat er een verschil zit in ‘jongenszaad’ en ‘meisjeszaad’. Voor meiden schijn je ver voor je ovulatie seks te moeten hebben, dat leeft langer. Jongenszaad is sneller. Als ik dat had geweten, had ik minder fanatiek gedaan toen we voor een kind gingen. Bij ons was het steeds: zo vaak mogelijk, des te meer kans heb je op een bevruchting. En dus blijkbaar ook op een jongen.”
BUITENSTAANDER
“Het gemis kan ik niet beter omschrijven dan eenzaamheid. Bij de eerste twee viel dat nog mee. Maar sinds onze derde knul is het hier meer dan ooit een mannenhuishouden; een druk en chaotisch gezin, waarbinnen ik steeds minder lijk te passen. Ik snap niets van vechten en stoeien tot er een gaat janken. Van continu schreeuwen en in de lampen hangen. Van haantjesgedrag en die eeuwige strijd om álles. Want ja, alles is een wedstrijd. Geen spel wordt hier gespeeld zonder ruzie en drama en mama’s troostende armen. Iedereen wil winnen en dat gaat hard tegen hard. Iedere dag herhaal ik hetzelfde mantra: ‘Er mocht gisteren niet worden gevoetbald in huis, er mag vandaag niet worden gevoetbald in huis en morgen ook niet.’ Want, kom op jongens, er gaat zo veel kapot.
Laatst hadden Marko en ik ons even teruggetrokken voor een zwaar en goed gesprek. Dat kan alleen in de slaapkamer, anders worden we continu gestoord. We hoorden steeds gebonk van beneden, maar waren te druk aan het praten. Vervolgens ging het gebonk over in gerinkel. Gijs stond buiten en zijn broers hadden de tuindeur op slot gedraaid. Hij had net zo lang geschopt tot het raam van onze schuifpui brak. Een dag later kon de glaszetter opnieuw komen; Bas stootte met de stofzuigerslang een barst in het net geplaatste raam. En zo kan ik wel door blijven gaan met voorbeelden van onze drie sloopkogels. Ik houd weinig mooi.
Mijn eenzaamheidsgevoel wordt met het jaar erger. Gijs, Wouter en Bas trekken veel naar hun vader toe, omdat hij wel graag stoeit en wild speelt. Hij snapt hen en hun liefhebberijen beter. Hij legt matrassen op de grond en doet lekker gek met ze.
Ik doe echt mijn best om me in te leven; sta keurig iedere zaterdag langs de lijn bij voetbal en vind het ook echt leuk om mijn mannen te supporten en me voor hun hobby’s te interesseren. Maar ik hunker naar fröbelen, naar nagels lakken, naar haren vlechten en make-upjes doen. Naar TikTok-dansjes instuderen en uitvoeren. Dat vinden ze hier natuurlijk stom. Ik ben altijd zielsgelukkig als Wouter zijn beste vriendinnetje Maya meeneemt. Ik zeg nooit nee als hij vraagt of ze mag komen spelen, blijven eten en slapen. Veel te gezellig. Jongensvrienden probeer ik juist te mijden. Die mogen mee op de dagen dat mijn man de kinderen van school haalt. Ik heb geen behoefte aan een verdubbeling van het testosteron in huis. Zeker niet tijdens het avondeten, dat is bij ons sowieso al een gekkenhuis met constant sarren en elkaar uitdagen. Je merkt het meteen als er een meisje aan tafel zit, dan verandert de toon en groepsdynamiek. Maya mag van mij gerust elke dag blijven slapen.
Ik schaam me gewoon als we met het hele spul op een verjaardag komen en het meteen een drukke boel is. Het zijn geen onopgevoede apen, maar eerder puppy’s die je dagelijks moet laten uitrazen en die nooit moe lijken te worden. Elke vakantie passen we aan op de wensen van de jongens. Voornamelijk doevakanties met zand, water en ballen. In eigen land weggaan is vanwege het onvoorspelbare weer eigenlijk geen optie; dit zijn geen kinderen die bij regen lief binnen gaan knippen en plakken, zij moeten om acht uur de tent uit en rennen. Ze staan altijd aan. We kiezen activiteiten die de jongens leuk vinden, in een zwembad of trampolinepark. Met mij wordt nauwelijks rekening gehouden. Heel af en toe gaan we op zo’n reis een dag winkelen, maar dan lopen er drie rond met een sip gezicht – behalve als ze een sportwinkel zien.”
VERDER LEZEN?
- Krijg onbeperkt toegang tot alle artikelen
- Lees LINDA.mini magazine online
- Iedere week mega mini deals speciaal voor jou
- Maandelijks eenvoudig opzegbaar
















