1. Hoe groter, hoe (niet) beter
Want het is simpel: hoe groter je koffer is, hoe meer je er in zal proberen te stoppen. Schaf dus gewoon een hard-case koffer van ongeveer 55 centimeter breed aan. Zo help je jezelf met kiezen, want vol = vol.
2. Aftellen
Maak er een spel van en leg jezelf een limiet aan kledingstukken op. Voor een week weg mag je bijvoorbeeld vijf paar sokken of ondergoed mee, vier tops, drie broeken, twee paar schoenen en één jas. Uiteraard moet je dit wel aanpassen aan je eigen behoeften én (niet onbelangrijk) je reisbestemming.
3. Even nadenken
Denk even twee (of zes) keer na voordat je iets in je koffer gooit. Neem het niet mee ‘voor de zekerheid’ maar bedenk of je het écht gaat aantrekken. Ga je het écht missen wanneer je het niet meeneemt?
4. Tetris
Hoe je je spullen vervolgens inpakt, kun je zelf bepalen. Zo kun je het bijvoorbeeld oprollen – scheelt ruimte én kreukels. Je kunt ook in blokken werken – stop alles van hetzelfde in een nieuwe tas waardoor het geordend blijft. Of bundel je items – draai ieder groter kledingstuk om een kleinere heen.
5. Toiletspullen
Zorg dat deze altijd bij elkaar zijn ingepakt, het liefst samen in dezelfde tas. Leg ze bovendien gewoon bovenop de rest in je koffer zodat je ze makkelijk kunt pakken. Handig want dan hoef je niet eerst te graven wanneer je bijvoorbeeld je lenzen of tandenborstel nodig hebt.