Zadie trekt me naar zich toe en fluistert in mijn oor: 'Hier kijk ik al heel lang naar uit'

Voorpublicatie

Zadie trekt me naar zich toe en fluistert in mijn oor: 'Hier kijk ik al heel lang naar uit'

Op papier heeft Lara een leuk leven. Fijne vriend, genoeg geld, druk sociaal leven in de stad, leuke familie. Maar waarom kan ze Zadie dan niet uit haar hoofd zetten? Een fragment uit het onweerstaanbare Niet mals van Lisa Maschhaupt.

Rond mijn tiende

“Kom nou mee.” Ben en Vic trekken allebei aan een arm. “Nee, ik heb geen zin”, zeg ik. “Durf je soms niet?”, zegt Ben uitdagend. “Tuurlijk wel.” Tuurlijk niet. “Lara die is ba-hang”, begint Ben, en Vic haakt vrolijk aan. Dit laat ik me niet gebeuren, en ik spring van het muurtje om me bij mijn broers te voegen. “We gaan beginnen bij mevrouw Blaak”, zegt Ben. Hij heeft een soldatenhelm op uit de verkleedkist. Vic ziet er heel grappig uit met een veel te grote baret die half over zijn oog zit en de legergroene schoudertas van mama die hij over de grond meesleept.

Ik draag de rugzak met papieren pijltjes die we vanochtend hebben gedraaid van oude kranten. We zouden in de tuin op blikjes gaan schieten, niet dit. “Hoezo ga je dit niet gewoon met je vrienden doen?”, vraag ik vermoeid. “Duh, omdat iedereen op vakantie is, dus nu moeten jullie mee.”

Bij de schutting van mevrouw Blaaks tuin knielen we neer. We komen van de meldkamer, zoals Ben het noemt. Ben dacht vast dat hij meer kinderen tegen zou komen, zodat-ie niet alleen met zijn broertje en zusje zat opgescheept, maar niemand was op het plein, oftewel de meldkamer, vandaag. Er zit een rond gat in de schutting, waardoor je goed haar aangeharkte tuin in kunt kijken. De strak getrimde struiken zien er ongezellig uit.