Het gezin van End bestaat uit vader Evert, moeder Etty en tieners Erwin, Manuel en Eva. Een doodnormaal gezin, dat door de jaren heen zijn eigen gewoontes tradities – en al dan niet scheve omgangsvormen – heeft ontwikkeld. En dan is daar ineens Veit: de vleesgeworden perfectie in de vorm van een Duitse uitwisselingsstudent.
Met hem komen ook twijfel, onzekerheid, angst en verlangen het gezin Van End binnen. Hoe hebben ze al die jaren kunnen functioneren met al hun imperfecties?
De heruitvinding van jezelf
Vijf gezinsleden gaan zichzelf heruitvinden en dreigen hierbij niet alleen steeds verder van zichzelf, maar ook van elkaar verwijderd te raken. Uiteindelijk blijkt echter niet perfectie, maar hun bloedband het geluk te brengen.

















