‘Jongens, kijk! Mama gaat kotsen!’ Mijn jongste dochter sloeg geschokt haar handen voor haar mond. Ik greep haar bij de arm en zei sussend: ‘Wacht even, lieverd. Heel even. Mama voelt zich nu wat raar, maar dat komt zo echt wel goed.’
Oh, wat voelde ik me ellendig. Gehurkt zat ik naast het hek van de zweefmolen, te hopen dat ik niet zou overgeven. Ja inderdaad, de zweefmolen.


















