Vorige keer kreeg Robin een verdachte sms. Ze weet het zeker: de Zuid-Afrikaan staat aan de finish.
‘De laatste zestig kilometer gaan we over glooiend vulkaanlandschap richting de zee, waar we nog een kilometertje of vijf over het strand zullen fietsen naar de finish. Pas op, er zitten wat kuitenbijtertjes tussen,’ had Gerard, de organisator van de fietstocht gezegd, tijdens de briefing bij het ontbijt.
Glooiend? Wat kuitenbijtertjes? Ik vervloek die man. Het is zestig kilometer lang storten en klimmen. Ik heb pijnlijke verkrampte armen van het knijpen in mijn remmen bij het storten. En tot citroensap verzuurde benen van het klimmen. Recht omhoog. En dat zo’n twintig keer. Hoe mijn kont eruitziet wil ik helemaal al niet meer weten. De pijn gaat dwars door de verdovende werking van de zitvalkzalf heen.

















