‘Hè man, stop met bewegen en ga nou op die stoel zitten!’, riep ik. Oeps, zei ik dit hardop? Het was eruit voordat ik er erg in had. Mijn oudste dochter keek vol afschuw naar me en mijn zoon schudde proestend met zijn hoofd. O nee.
Ik had het niet tegen een vriendje dat maar bleef klieren. Nee, ik zei het tegen een vader die zijn dochter bij ons kwam ophalen. De schoolweek liep ten einde, de kinderen renden gillend door het huis met waterballonnen en ik kon niet meer goed nadenken. Toen kwam deze vader binnen.

















